1. Welke functie hebben voedingstoffen?
a Zij leveren ATP die gebruikt kan worden als energie voor celprocessen.
b Zij leveren energie die gebruikt wordt om ATP te maken.
c Energie opwekken die direct door de spieren kan worden gebruikt.
2. Welke energiebron levert per gram de hoogste energieopbrengst op?
a Koolhydraten
b Vetten
c Eiwitten
3. Glycogeenreserves zijn opgeslagen in ……… en de reserves zijn ……. dan vetvoorraden
a Mitochondriën en lever kleiner
b Spieren en lever groter
c Spieren en lever kleiner
4. Indien de vetvoorraden worden aangesproken dan komt dat doordat
a koolhydraten te weinig energie leveren voor de uit te voeren activiteit
b de resynthese van ATP te weinig en te langzaam energie oplevert.
c de energievraag per tijdseenheid laag is.
5 Iemand die binnenkort de Nijmeegse Vierdaagse (4x40km) zo snel mogelijk wil gaan
wandelen doet er goed aan om in zijn voeding ten minste …
a veel koolhydraten op te nemen
b veel vetten op te nemen
c veel vezels en vitaminen op te nemen
6. ATP is
a een hoogenergetische opslagvorm van energie
b de meest direct beschikbare energiebron voor meeste lichaamsfuncties (o.a.. spiercontracties)
c beide antwoorden zijn juist
7. Fosforylering is de omzetting van…
a ATP naar ADP en P
b ADP en P naar ATP
c CP (creatinefosfaat) naar C en P
8. Wat is de functie van de co-enzymen NAD en FAD?
a transport van ATP naar de spieren
b buffer en transport van CO2
c transport van H+ van Krebscyclus naar elektronentransportketen
a Zij leveren ATP die gebruikt kan worden als energie voor celprocessen.
b Zij leveren energie die gebruikt wordt om ATP te maken.
c Energie opwekken die direct door de spieren kan worden gebruikt.
2. Welke energiebron levert per gram de hoogste energieopbrengst op?
a Koolhydraten
b Vetten
c Eiwitten
3. Glycogeenreserves zijn opgeslagen in ……… en de reserves zijn ……. dan vetvoorraden
a Mitochondriën en lever kleiner
b Spieren en lever groter
c Spieren en lever kleiner
4. Indien de vetvoorraden worden aangesproken dan komt dat doordat
a koolhydraten te weinig energie leveren voor de uit te voeren activiteit
b de resynthese van ATP te weinig en te langzaam energie oplevert.
c de energievraag per tijdseenheid laag is.
5 Iemand die binnenkort de Nijmeegse Vierdaagse (4x40km) zo snel mogelijk wil gaan
wandelen doet er goed aan om in zijn voeding ten minste …
a veel koolhydraten op te nemen
b veel vetten op te nemen
c veel vezels en vitaminen op te nemen
6. ATP is
a een hoogenergetische opslagvorm van energie
b de meest direct beschikbare energiebron voor meeste lichaamsfuncties (o.a.. spiercontracties)
c beide antwoorden zijn juist
7. Fosforylering is de omzetting van…
a ATP naar ADP en P
b ADP en P naar ATP
c CP (creatinefosfaat) naar C en P
8. Wat is de functie van de co-enzymen NAD en FAD?
a transport van ATP naar de spieren
b buffer en transport van CO2
c transport van H+ van Krebscyclus naar elektronentransportketen