Hoofdstuk 1.1 t/m 1.4.1 (blz. 3 – 10)
De loopfasen
1. De contactfase.
2. De zweeffase: geen contact met de
bodem. Begint als de strekking van het
achterste been is voltooid.
De contactfase
- Steunfase: de wijze van plaatsing van de voet
o Voor – buitenzijde van de voet --> relatief hoog tempo
o Midden – buitenzijde van de voet --> relatief matig tempo
o Achter – buitenzijde van de voet --> relatief laag tempo
- De opvangfase (amortisatiefase): lichte buiging in enkel-, knie- en heupgewricht. 0,05sec
- De strek- en stuwfase:
o Begin: loodlijn uit het lichaamszwaartepunt zich boven het steunpunt bevindt
o Einde: wanneer na de strekking van het been het contact met de bodem wordt
verbroken
De voetplaatsing
De anatomische bouw van de voet zorgt ervoor dat er deze voetplaatsing plaatsvindt: eerste contact
met de bodem door de buitenrand van de voet en dat de doorveerbeweging van buiten naar binnen
gaat.
A: sprinters, B: middenafstandlopers en C: lange afstandloop.
De steunfase
In de steunfase wordt het lichaamsgewicht op de voorste voet opgevangen, de
loodlijn door het zwaartepunt van het lichaam valt achter het contactpunt van de
voet met de grond.
Steunfase: als het zwaartepunt van het lichaam zich ver van het contactpunt
bevindt.
Steunmoment: als het zwaartepunt van het lichaam zich dichtbij het contactpunt
bevindt.