Hoofdstuk 1
Legaliteit: attributiebeginsel en stelsel van bevoegdheden
De Europese Unie is in belangrijke mate een bestuursorganisatie van de lidstaten samen. De
bevoegdheden waarover de Unie beschikt zijn aan haar overgedragen, of met andere
woorden geattributeerd, door de lidstaten bij verdrag. De Unie functioneert dus onder het
attributiebeginsel of het beginsel van beperkte bevoegdheden. Dit beginsel houdt in dat de
Unie alleen die bevoegdheden heeft tot het nemen van bindende besluiten, wanneer haar dit
bij verdrag is overgedragen en is opgenomen in art 5 VEU.
→ Een bindend besluit van de Unie heeft dus een geldige rechtsbasis nodig in een verdrag.
Handelingsmogelijkheden en de beperkingen ervan
o Het attributiebeginsel betekent in principe dat over beleidsterreinen die niet in de
Verdragen voorkomen, geen bindende besluiten door de Europese instellingen
kunnen worden genomen.
o De bevoegdheden moeten worden uitgeoefend met het oog op de doelstelling die
vermeld staan in de van toepassing zijnde rechtsbasis.
o Het Werkingsverdrag (VEU) beperkt soms de vrijheid van de Unie, door voor te
schrijven in bepalingen die een rechtsgrond aan de Unie bieden welke
rechtsinstrumenten er moeten worden gebruikt. → Bijvoorbeeld dat over een bepaald
onderwerp alleen maar richtlijnen mogen worden uitgevaardigd.
o Het attributiebeginsel is van belang bij het bepalen welke besluitvormingsprocedure
er van toepassing is. In de betreffende specifieke verdragsbepaling op grond
waarvan de Europese wetgever een besluit moet baseren, wordt de rolverdeling
bepaald tussen de Raad, Commissie en het Europees Parlement.
Het attributiebeginsel is dus van essentieel belang omdat het ervoor zorgt dat het EU-
bestuur onderworpen is aan de Verdragen en hiermee aan de nationale goedkeuring en
democratie. Toch is dit beginsel op twee plaatsen wel gerelativeerd:
1) Het Hof van Justitie heeft het beginsel van implied powers / impliciete
bevoegdheden erkend. Dit houdt in dat bevoegdheden van de instellingen niet
alleen kunnen voortvloeien uit uitdrukkelijke bepalingen van Verdragen, maar dat zij
daar ook uit kunnen worden afgeleid.
2) Er bestaan doelbevoegdheden. Art 352 lid 1 VWEU, ook wel het flexibiliteitsartikel
genoemd, bepaalt heeft als doel om leemten in bevoegdheden aan te vullen,
wanneer bevoegdheden noodzakelijk blijken om de Unie in staat te stellen haar
doelstellingen te verwezenlijken.