HC 6 | Filosofie
Laatmodernisme & postmodernisme (belangrijk: het verschil)
Laatmodernisme → probeert de erfenis van de moderniteit naar deze tijd te verplaatsen
Moderniteit/modernisering (sinds 16e eeuw) → Moderniteit: alles na de middeleeuwen
o Individualisering (ieder individu heeft zijn eigen vrijheid en is een persoon opzich)
o Vermaatschappelijking (steeds meer dingen worden maatschappelijk geregeld)
o Secularisering (afkeer van de kerk/ontkerkelijking)
o Rationalisering (wetenschap, kritiek → invloed/macht van wetenschap, techniek,
bureaucratie)
Hoofdstroom: verlicht-liberaal denken
Twee opposities: romantische en maatschappijkritisch
Drie centrale waarden westerse cultuur:
o Vrijheidsideaal en waarheidsideaal (verlichting)
o Authenticiteitsideaal (Romantiek)
o Gelijkheid-/rechtvaardigheidsideaal (Socialisme)
Frankfurter Schule
20e eeuw, laatmodern
Marcuse, Fromm, Benjamin, Horkheimer, Adorno…
Maatschappijkritisch
Marx & Freud
Drie kenmerken van hun denken:
1. Anti-autoritair (mondigheidsideaal, Verlichting)
2. Anti-technocratisch (Romantiek
3. Anti-kapitalistisch (maatschappijkritisch, tegen onderdrukking en onderwerping.
Tegen de ongelijkheid)
Veel invloed jaren, 1960, ‘70
Jürgen Habermas (1929)
Probeert essentie moderne denkstromen te verbinden
Kritiek op liberalisme en positivisme
Versmalling en verarming Verlichtingsidealen:
o vrijheid > economische vrijheid (ook wel neo-liberalisme)
o waarheid, ware kennis > objectiviteit
Vrijheid voor allen i.p.v. voor enkelen
o Vrijheid is mondigheid (V)
o Bevrijding is emancipatie (MK)
o Zelfontplooiing (R)
Bredere toetsing van het waarheidsideaal
Sinds verlichting ondermijning gezag
Laatmodernisme & postmodernisme (belangrijk: het verschil)
Laatmodernisme → probeert de erfenis van de moderniteit naar deze tijd te verplaatsen
Moderniteit/modernisering (sinds 16e eeuw) → Moderniteit: alles na de middeleeuwen
o Individualisering (ieder individu heeft zijn eigen vrijheid en is een persoon opzich)
o Vermaatschappelijking (steeds meer dingen worden maatschappelijk geregeld)
o Secularisering (afkeer van de kerk/ontkerkelijking)
o Rationalisering (wetenschap, kritiek → invloed/macht van wetenschap, techniek,
bureaucratie)
Hoofdstroom: verlicht-liberaal denken
Twee opposities: romantische en maatschappijkritisch
Drie centrale waarden westerse cultuur:
o Vrijheidsideaal en waarheidsideaal (verlichting)
o Authenticiteitsideaal (Romantiek)
o Gelijkheid-/rechtvaardigheidsideaal (Socialisme)
Frankfurter Schule
20e eeuw, laatmodern
Marcuse, Fromm, Benjamin, Horkheimer, Adorno…
Maatschappijkritisch
Marx & Freud
Drie kenmerken van hun denken:
1. Anti-autoritair (mondigheidsideaal, Verlichting)
2. Anti-technocratisch (Romantiek
3. Anti-kapitalistisch (maatschappijkritisch, tegen onderdrukking en onderwerping.
Tegen de ongelijkheid)
Veel invloed jaren, 1960, ‘70
Jürgen Habermas (1929)
Probeert essentie moderne denkstromen te verbinden
Kritiek op liberalisme en positivisme
Versmalling en verarming Verlichtingsidealen:
o vrijheid > economische vrijheid (ook wel neo-liberalisme)
o waarheid, ware kennis > objectiviteit
Vrijheid voor allen i.p.v. voor enkelen
o Vrijheid is mondigheid (V)
o Bevrijding is emancipatie (MK)
o Zelfontplooiing (R)
Bredere toetsing van het waarheidsideaal
Sinds verlichting ondermijning gezag