samenvatting hebt
gekocht. Ik raad je aan
deze samenvatting 3
NaSk Samenvatting keer goed door te lezen
per dag, Herhaal dit 2
Par. 6.1 Zien en gezien worden t/m 5 keer. Succes met
het leren.
Om iets te kunnen zien heb je licht nodig en open ogen.
Zien = Je kunt een voorwerp alleen zien als er licht van dat
voorwerp in je ogen komt.
Je kunt dingen zien als er licht in je ogen komt, licht wordt gemaakt door
een lichtbron.
Je kunt ook voorwerpen zien die zelf geen licht geven. Deze voorwerpen
kaatsen dan het licht terug.
Je hebt een diffuse terugkaatsing, dit betekent dat het licht in alle
richtingen wordt teruggekaatst. Ook heb je een spiegelende
terugkaatsing, dit betekent dat het licht in één richting wordt
teruggekaatst.
Diffuse terugkaatsing = Bij diffuse terugkaatsing wordt licht in
alle richtingen teruggekaatst.
Spiegelende terugkaatsing = Bij spiegelde terugkaatsing wordt
het licht in één richting teruggekaatst
Het tekenen van een spiegelende terugkaatsing:
Bij het tekenen van de teruggekaatste lichtstraal gebruiken we de normaal
(n), de hoek van inval (i) en de hoek van terugkaatsing (t).
Terugkaatsing tekenen
De normaal is een hulplijn loodrecht op de spiegel.
De hoek van inval is de hoek tussen de invallende lichtstraal
en de normaal.
De hoek van terugkaatsing is de hoek tussen de
teruggekaatste lichtstraal en de normaal.
Bij spiegelende terugkaatsing geldt de terugkaatsingswet.
Terugkaatsingswet
De hoek van inval is gelijk aan de hoek van terugkaatsing.
In formulevorm: i = t
De baan lichtbron die een lichtbundel uitzend heet een lichtbundel.
Er zijn drie verschillende soorten lichtbundels:
Evenwijdige bundel = overal even breed.
Divergente bundel = komt het licht uit één punt.
Convergente bundel = gaat het licht naar één punt.