Samenvatting H9 – Profiel van de Nederlandse overheid
Tot de taken van de provincie behoort allereerst het regelen en besturen van de
eigen huishouding. Daarnaast voert zij ook medebewindstaken van de rijksoverheid
uit. Ook houdt zij toezicht op de gemeenten en waterschappen.
De stemgerechtigde inwoners uit een bepaalde provincie kiezen rechtstreeks, eens
in de 4 jaar, hun vertegenwoordigers in de provinciale staten. Deze
vertegenwoordigers noemen we statenleden.
Verkiesbaar zijn inprincipe alle inwoners van de provincie die het passief kiesrecht
hebben en die kandidaat gesteld zijn door een politieke partij.
Afhankelijk van het aantal inwoners van een provincie bestaat het aantal statenleden
van 41 tot 55.
De provinciale staten vormen het hoogste (politieke) orgaan van de provincie.
Ongeveer eens per maand komen de statenleden bijeen om te vergaderen.
Veel voorbereidend werk wordt gedaan door verschillende Statencommissies. Daarin
zitten specialisten van de verschillende fracties op bepaalde beleidsterreinen. Ook
die vergaderen vaak maandelijks, steeds voorafgaand aan een voltallige Provinciale
Statenvergadering.
Een bijzondere taak van de provinciale staten is de 4-jaarlijkse verkiezing van de
eerste kamer. Ook hier is het inwonersaantal van een provincie belangrijk omdat de
stem van een provincie met een groot inwonersaantal zwaarder telt dan die van een
provincie met een lager inwonersaantal.
De statenleden benoemen het college van gedeputeerde staten, dat het dagelijks
bestuur van de provincie regelt. De leden worden gedeputeerden genoemd. De
voorzitter wordt de commissaris van de koning genoemd, deze wordt bij kroon
benoemd voor een periode van 6 jaar.
De taken van de commissaris zijn formeel gezien: (1) het bevorderen van de
samenwerking tussen de in de provincie werkzame rijksambtenaren onderling en die
van hen met provinciaal bestuur, de gemeentebesturen en de waterschapsbesturen,
(2) het regelmatig bezoeken van de gemeenten in de provincie, (3) het uitbrengen
van adviezen aan de regering en (4) het vertegenwoordigen van de provincie.
Het is aan de provinciale staten om te bepalen welke commissies er komen, welke
leden erin zitten en welke taken en bevoegdheden zij krijgen. Gedeputeerden mogen
geen zitting nemen in zo’n commissie, statenleden en burgerleden wel.
Een burgerlid mag deelnemen aan commissievergaderingen namens een fractie
maar is geen lid van de provinciale staten.
Tot de taken van de provincie behoort allereerst het regelen en besturen van de
eigen huishouding. Daarnaast voert zij ook medebewindstaken van de rijksoverheid
uit. Ook houdt zij toezicht op de gemeenten en waterschappen.
De stemgerechtigde inwoners uit een bepaalde provincie kiezen rechtstreeks, eens
in de 4 jaar, hun vertegenwoordigers in de provinciale staten. Deze
vertegenwoordigers noemen we statenleden.
Verkiesbaar zijn inprincipe alle inwoners van de provincie die het passief kiesrecht
hebben en die kandidaat gesteld zijn door een politieke partij.
Afhankelijk van het aantal inwoners van een provincie bestaat het aantal statenleden
van 41 tot 55.
De provinciale staten vormen het hoogste (politieke) orgaan van de provincie.
Ongeveer eens per maand komen de statenleden bijeen om te vergaderen.
Veel voorbereidend werk wordt gedaan door verschillende Statencommissies. Daarin
zitten specialisten van de verschillende fracties op bepaalde beleidsterreinen. Ook
die vergaderen vaak maandelijks, steeds voorafgaand aan een voltallige Provinciale
Statenvergadering.
Een bijzondere taak van de provinciale staten is de 4-jaarlijkse verkiezing van de
eerste kamer. Ook hier is het inwonersaantal van een provincie belangrijk omdat de
stem van een provincie met een groot inwonersaantal zwaarder telt dan die van een
provincie met een lager inwonersaantal.
De statenleden benoemen het college van gedeputeerde staten, dat het dagelijks
bestuur van de provincie regelt. De leden worden gedeputeerden genoemd. De
voorzitter wordt de commissaris van de koning genoemd, deze wordt bij kroon
benoemd voor een periode van 6 jaar.
De taken van de commissaris zijn formeel gezien: (1) het bevorderen van de
samenwerking tussen de in de provincie werkzame rijksambtenaren onderling en die
van hen met provinciaal bestuur, de gemeentebesturen en de waterschapsbesturen,
(2) het regelmatig bezoeken van de gemeenten in de provincie, (3) het uitbrengen
van adviezen aan de regering en (4) het vertegenwoordigen van de provincie.
Het is aan de provinciale staten om te bepalen welke commissies er komen, welke
leden erin zitten en welke taken en bevoegdheden zij krijgen. Gedeputeerden mogen
geen zitting nemen in zo’n commissie, statenleden en burgerleden wel.
Een burgerlid mag deelnemen aan commissievergaderingen namens een fractie
maar is geen lid van de provinciale staten.