Samenvatting geschiedenis H4 en H5
4,1-in het noorden was Brugge de belangrijkste handelsstad
-in het zuiden van Vlaanderen en noord-Italië: Genua en Venetië
-het karakter van samenleving veranderde in deze tijd van agrarisch naar agrarisch-urbaan
-tussen stad en platteland werden veel goederen uitgewisseld
-in vroege middeleeuwen waren dorpen autarkisch
-horigen deden werk, heer kreeg pacht, kerk tienden
-autarkische samenleving veranderde door ontginning er kwamen paarden i.p.v. ossen, nieuwe
landbouwtechnieken en drieslagstelsel
-hierdoor groeide voedselproductie en daarbij bevolking
-door voedseloverschotten konden steden ontstaan
-niet iedereen hoefde meer boer te zijn
-mensen deden aan handel en nijverheid, anderen maakten van ambacht hun beroep
-in 12e eeuw stimuleerde adel ontwikkeling steden om handel en nijverheid te bevorderen
-belangrijker was politieke reden; vanuit de stad kon alles bestuurd, gecontroleerd en verdedigd
worden
-in Vlaanderen was lakenproductie erg succesvol
-Brugge was alleen bij hoog water te bereiken via zee omdat het door Waddenzee gescheiden was
-in 1134 sloeg een vloedgolf een diepe bres in het moerassige land, het Zwin
-nu konden schepen veel verder landinwaarts
-Brugge werd de belangrijkste handelsstad van Vlaanderen
-ook doordat het door een netwerk van kanalen en rivieren verbonden was met achterland
-handelaren organiseerden zich steeds vaker in koopmansgilden
-met organiseren van Hanze ging die samenwerking verder
-belangrijkste Hanze was van handelssteden aan Noordzee en Oostzee o.l.v. Hamburg en Lübeck
-ook steden aan IJssel, Rijn en Maas werden lid van de Hanze
-in het noorden veel vraag naar wijn en luxe stoffen
-gebied Oostzee werd leverancier van graan en vis
-in 12e en 13e eeuw bezochten Vlaamse handelaren jaarmarkten in Franse champagnestreek
-jaarmarkten waren het centrum van handel van verre
-hier werden producten van uiteen liggende gebieden verhandeld
-in 14e eeuw nam belang jaarmarkten af door oorlog in Frankrijk
-door kruistochten waren zeerovers verdreven
-Europese zeevaarders heersten over belangrijke zeeroutes
-vooral Genua had grote schepen
-in 15e eeuw verviel Brugge door verzanding Zwin
-Antwerpen nam havenfunctie over en zou uitgroeien tot belangrijkste handelsstad Nederland
4,2-horigen en vrije boeren werden aangemoedigd bossen en moerassen te ontginnen in ruil voor
lagere belasting of minder herendiensten
-edelen stimuleerden stadsontwikkeling met privileges zodat ze in de toekomst veel belasting konden
vragen
-voorrechten veroorzaakten trek van platteland naar de stad
-er kwam een te kort aan horigen want die trokken naar de steden
-edelen voorkwamen dit door platteland ook aantrekkelijk te maken
-opkomst steden leidde dus tot meer vrijheid voor iedereen
-stedelingen hadden door privileges meer invloed op bestuur dan boeren
-in Vlaamse steden koos de graaf patriciërs als schepenen
-patriciërs; rijke burgers in stad met grond
-schepenen; aangewezen bestuurder/rechter
-je bleef schepen tot aan je dood; stadsbestuur kwam in handen van rijke elite (die soms macht
misbruiken)
4,1-in het noorden was Brugge de belangrijkste handelsstad
-in het zuiden van Vlaanderen en noord-Italië: Genua en Venetië
-het karakter van samenleving veranderde in deze tijd van agrarisch naar agrarisch-urbaan
-tussen stad en platteland werden veel goederen uitgewisseld
-in vroege middeleeuwen waren dorpen autarkisch
-horigen deden werk, heer kreeg pacht, kerk tienden
-autarkische samenleving veranderde door ontginning er kwamen paarden i.p.v. ossen, nieuwe
landbouwtechnieken en drieslagstelsel
-hierdoor groeide voedselproductie en daarbij bevolking
-door voedseloverschotten konden steden ontstaan
-niet iedereen hoefde meer boer te zijn
-mensen deden aan handel en nijverheid, anderen maakten van ambacht hun beroep
-in 12e eeuw stimuleerde adel ontwikkeling steden om handel en nijverheid te bevorderen
-belangrijker was politieke reden; vanuit de stad kon alles bestuurd, gecontroleerd en verdedigd
worden
-in Vlaanderen was lakenproductie erg succesvol
-Brugge was alleen bij hoog water te bereiken via zee omdat het door Waddenzee gescheiden was
-in 1134 sloeg een vloedgolf een diepe bres in het moerassige land, het Zwin
-nu konden schepen veel verder landinwaarts
-Brugge werd de belangrijkste handelsstad van Vlaanderen
-ook doordat het door een netwerk van kanalen en rivieren verbonden was met achterland
-handelaren organiseerden zich steeds vaker in koopmansgilden
-met organiseren van Hanze ging die samenwerking verder
-belangrijkste Hanze was van handelssteden aan Noordzee en Oostzee o.l.v. Hamburg en Lübeck
-ook steden aan IJssel, Rijn en Maas werden lid van de Hanze
-in het noorden veel vraag naar wijn en luxe stoffen
-gebied Oostzee werd leverancier van graan en vis
-in 12e en 13e eeuw bezochten Vlaamse handelaren jaarmarkten in Franse champagnestreek
-jaarmarkten waren het centrum van handel van verre
-hier werden producten van uiteen liggende gebieden verhandeld
-in 14e eeuw nam belang jaarmarkten af door oorlog in Frankrijk
-door kruistochten waren zeerovers verdreven
-Europese zeevaarders heersten over belangrijke zeeroutes
-vooral Genua had grote schepen
-in 15e eeuw verviel Brugge door verzanding Zwin
-Antwerpen nam havenfunctie over en zou uitgroeien tot belangrijkste handelsstad Nederland
4,2-horigen en vrije boeren werden aangemoedigd bossen en moerassen te ontginnen in ruil voor
lagere belasting of minder herendiensten
-edelen stimuleerden stadsontwikkeling met privileges zodat ze in de toekomst veel belasting konden
vragen
-voorrechten veroorzaakten trek van platteland naar de stad
-er kwam een te kort aan horigen want die trokken naar de steden
-edelen voorkwamen dit door platteland ook aantrekkelijk te maken
-opkomst steden leidde dus tot meer vrijheid voor iedereen
-stedelingen hadden door privileges meer invloed op bestuur dan boeren
-in Vlaamse steden koos de graaf patriciërs als schepenen
-patriciërs; rijke burgers in stad met grond
-schepenen; aangewezen bestuurder/rechter
-je bleef schepen tot aan je dood; stadsbestuur kwam in handen van rijke elite (die soms macht
misbruiken)