Sheets Overdrachtsbelasting
Drs. M.T.E. Robben
De overdrachtsbelasting brengt zo’n 1.4 miljard euro op. Economische aspecten van de
overdrachtsbelasting zijn:
- De conjunctuurgevoeligheid (als het slecht met de economie gaat, worden er ook weinig
huizen verkocht, en dus weinig OVB betaald)
- ‘locked in’-effect van de overdrachtsbelasting, het beïnvloedt namelijk de verhuisbereidheid
omdat je over elk nieuw huis overdrachtsbelasting betaalt, en je blijft dus langer in je oude
huis zitten. De gemiddelde overdrachtsbelasting is de totale overdrachtsbelasting delen door
het aantal jaar dat je in een huis zit. Hoe langer je blijft zitten, hoe lager de gemiddelde
overdrachtsbelasting wordt.
- De overdrachtsbelasting beïnvloedt de keuze tussen huren en kopen
- Er is een negatieve invloed op de arbeidsmobiliteit, omdat mensen minder snel verhuizen
Veel Europese landen heffen overdrachtsbelasting, met een tarief van 5-10%. De overdrachtsbelasting
in Nederland wordt geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken.
Het is een nationale aangelegenheid, maar wel met grensoverschrijdend toepassingsbereik (door
buitenlandse vastgoedbezitters). Er zijn daarom ook verdragen ter voorkoming van dubbele belasting.
Deze gaan niet specifiek over de overdrachtsbelasting, maar meestal is er ook geen samenloop.
De schijf van vijf
Er zijn vijf belangrijke vragen die je altijd moet stellen, want vragen is weten.
Nr. 1: Wie? Natuurlijke en rechtspersonen Art. 16 WBR (bepalen belastingsubject)
Nr. 2: Wat? Verkrijging van NL’s vastgoed Art. 2 en 15 WBR (bepalen heffingsobject)
Art. 9-13 WBR (bepalen maatstaf van
Nr. 3: Hoeveel? WEV of tegenprestatie
heffing)
Nr. 4: Percentage? 2% of 6% Art. 14 WBR (bepalen toepasselijk tarief)
Nr. 5: Hoe komt belasting
Voldoeningsbelasting
bij overheid? Art. 18 WBR (bepalen wijze van heffen)
Wie is het heffingssubject? De verkrijger, deze is ongedefinieerd (art. 16). Natuurlijke personen en
rechtspersonen vallen hieronder, maar personenvennootschappen niet (hier wordt doorheen
gekeken). Er is dus invloed van de juridische vormgeving van het samenlevingsverband (zie art. 3 en
4). Eventueel ook invloed van woon- en vestigingsplaats? De overdrachtsbelasting kun je overigens
niet navorderen, omdat het geen naslagbelasting is. Daarom gaan we naheffen. Art. 3 staat
boedelmenging (huwelijk in gemeenschap van goederen aangaan) en art. 2 lid 6 AWR over
geregistreerd partnerschap (ook boedelmenging en gelijkgesteld aan huwelijk). Notarieel
samenlevingscontract is geen boedelmenging. Stichtingen en verenigingen kunnen ook
overdrachtsbelasting betalen.
1