HOOFDSTUK 1 – Almacht van de media
Almacht van de media:
Communicatiewetenschap(CW) ontstaan in jaren ‘30 vorige eeuw
Almacht
Beperkte effecten
o Lange termijn effecten
Culturele effecten
Verschuiving van directe, korte-termijn effecten, naar culturele, lange termijn effecten
Het vereenvoudigde model van communicatie:
Zender Ontvanger
Boodschap Effect
De aanhangers van de almacht van de media-theorie veronderstelde dat de massamedia met hun
boodschappen zo goed als iedereen bereikten. Kenmerken van de ‘almacht van de media-theorie’:
1. De massamedia bereiken iedereen
2. Het beïnvloedingsproces is eenrichtingsverkeer van de zender naar de ontvanger
3. Er is een direct verband tussen inhoud van de boodschap en invloed op de ontvanger
4. De ontvanger is in staat en bereid alle boodschappen op te nemen
5. De ontvanger neemt de inhoud van de boodschap passief en kritiekloos over
6. De (veelal slechte) invloed van de media wordt niet betwijfeld
7. Er zit geen ‘filter’ tussen zender en ontvanger
8. De ‘massamens’ is meer ontvankelijk voor de invloed van de media dan de elite
Beknoptere versie:
Media werken bij ieder hetzelfde (massamens)
Eenrichtingsverkeer
Passieve, kritiekloze ontvanger
Almachtige media
Stimulus response
Direct verband tussen boodschap en effect
‘Massamens’ meer ontvankelijk dan elite
De almacht van de media-theorie was een logisch voortvloeisel uit de in de psychologie ontwikkelde
stimulus-responstheorie, waarbij het gedrag van mensen (de respons) gezien werd als het directe
gevolg van datgene waarmee deze mensen waren geconfronteerd (de stimulus).
Varianten op de theorie:
Naamgevingen binnen de ‘almacht van de media-theorie’:
1. Stimulus- responsmodellen (S-R)
2. Injectienaaldtheorie (Hypodermic needle) Verwijst naar de passiviteit van de ontvanger.
De media ‘prikken’ en ‘steken’ voortdurend in het ‘passieve lichaam’ van de ontvanger.
3. Transportband
4. Lont in het kruitvat Illustreert de grote zekerheid over het effect wat zal optreden. De lont
hoeft alleen maar aangestoken geworden, de rest volgt vanzelf.
5. Bullet theory verwijst naar eenrichtingsverkeer in het communicatieproces. De zender
schiet kogels af en de ontvanger wordt beschoten.
1