Algemeen
Legaliteits / Nulla poena-beginsel: niet strafbaar zonder daaraan voorafgegane strafbepaling
o 1. De straf moet berusten op een wet in formele zin.
o 2. Verbod van terugwerkende kracht.
o 3. Bestimmtheitsgebot (bepaaldheidsgebod).
o 4. Verbod van analogie.
Algemene voorwaarden voor strafbaarheid:
o 1. Er moet sprake zijn van een gedraging door een persoon.
o 2. Moet aan bestanddelen delict voldoen
o 3. De gedraging moet wederrechtelijk zijn.
o 4. De wederrechtelijke gedraging moet verwijtbaar zijn.
Bestanddelen:
o Subjectieve bestanddelen hebben betrekking op de geestestoestand en verwijtbaarheid van
de dader bijv. opzet, objectieve op waar te nemen feiten, bijv. dat een ruit kapot is.
o Schuldverband is het verband dat de subjectieve bestanddelen met de objectieve hebben.
o Geobjectiveerde bestanddelen zijn bestanddelen waar het subjectieve bestanddeel geen
betrekking op heeft.
o Bij materiele delicten draait het om het gevolg (bijv. doodslag), bij formele maakt dit niet uit.
o Commissiedelicten zijn delicten omschreven als een handeling, een doen.
Eigenlijke omissiedelicten zijn juist een niet doen, nalaten.
Oneigenlijke omissiedelicten zijn handelingen waarbij iets niet wordt gedaan (kind
geen eten geven).
Bijkomende voorwaarden voor strafbaarheid: Gedraging wordt strafbaar als gevolg er is
Door het gevolg gekwalificeerd delict: bijv. hogere straf als dood tot gevolg
Uitleg diverse begrippen in eerste boek, gelden niet voor andere strafbepalingen (goed op letten),
zie art. 91 Sr
Delicten:
o Krenkingsdelicten zijn delicten waarbij inbreuk op een beschermd rechtsgoed wordt
gemaakt, zoals diefstal of doodslag.
o Gevaarzettingsdelicten:
Concrete zijn delicten waarbij een direct gevaarlijke situatie wordt geschapen
Bij abstracte hoeft dit gevaar niet direct aanwezig te zijn, maar kan het wel ontstaan,
zoals bij vuurwapenbezit.
Mishandeling = opzettelijk pijn en letsel toebrengen zonder rechtvaardigingsgrond
Wederrechtelijkheid:
Als bestanddeel:
o Kan zonder eigen recht betekenen (volgens Remmelink)
o Van Veen: betekenis verschilt per delict =Facet-wederrechtelijkheid
o HR (arrest Dreigbrief): Bij art. 317 Sr (afpersing): wederrechtelijkheid betekent de
overschrijding van de grenzen van het maatschappelijk betamelijke
Dit geldt ook voor art. 326 Sr.
Als element:
o In strijd met het recht