Paragraaf 1
● Renaissance: leven op aarde werd belangrijker en er waren nieuwe ontwikkelingen.
● Mens- en wereldbeeld veranderde. De mens begon zich meer op zichzelf te
focussen. Ze had talenten en kon zich ontwikkelen, hierdoor raakte de mens ook
geïnteresseerd in het leven op aarde, de ontwikkeling van de natuur en samenleving.
● Uomo universale: ideaalbeeld algemeen ontwikkelde mens
● Belangrijkste aspect renaissance: mensen zochten inspiratie in cultuur van oudheid.
● Humanisme: belangstelling van geleerden voor antieke literatuur, poëzie en
geschiedenis.
● De mentaliteitsverandering was te zien in de literatuur, kunst en politiek:
○ In de middeleeuwen was literatuur in de taal van de kerk (Latijn). In de
renaissance ontstond er meer literatuur in de landstaal en ging het niet altijd over
het geloof.
○ Dit gebeurde ook in de kunst. In de middeleeuwen was er veel symboliek in de
kunst en was het realistisch weergeven niet belangrijk. In de renaissance
moesten voorwerpen het echte leven weerspiegelen en werd er meer nagedacht
over het verbeelden van het menselijk lichaam en emoties.
○ In de middeleeuwen geloofden mensen dat een vorst mocht regeren, omdat God
dat wilde. In de renaissance moesten machthebbers regeren in de belangen van
de gemeenschap. Machiavelli was hier heel radicaal in.
● Machiavelli vond dat er eerst voor stabiliteit gezorgd moest worden. Het welzijn van
de staat was belangrijker dat het welzijn van het individu, hierom was het niet erg als
er slachtoffers moesten vallen om een hoger doel te bereiken.
● Machiavellisme: het doel heiligt de middelen.
● Er is geen scherpe breuk tussen middeleeuwen en renaissance. Mensen dachten
niet middeleeuws of renaissancistisch, maar de periodes liepen langzaam in elkaar
over.
● Oorzaken grote veranderingen in denken over mens en wereld:
○ In Italië ontstonden stadstaten → culturele elite wilde rijkdom tonen → ze gaven
kunstenaars de opdracht om schilderijen en gebouwen te maken tot nut van de
stad en in glorie van zichzelf → culturele bloei en vernieuwing
○ Klassieke teksten uit de oudheid kwamen weer naar boven. In Arabië waren al
veel van de Griekse teksten vertaald en konden hierdoor gelezen worden.
○ Nieuwe ideeën konden snel verspreid worden door uitvinden van boekdrukkunst.
○ In noord Europa hadden ideeën uit het humanisme ne der renaissance oa
invloed op hoe men naar de kerk keek. Sommigen streefden naar een
persoonlijker geloof.
○ Erasmus vertaalde de bijbel. Hij kwam er achter hoe veel monniken zich niet
naar Christus’ leer gedroegen. Hij wilde dit veranderen zonder dat de christelijke
gemeenschap uit elkaar zou vallen.
● Renaissance: leven op aarde werd belangrijker en er waren nieuwe ontwikkelingen.
● Mens- en wereldbeeld veranderde. De mens begon zich meer op zichzelf te
focussen. Ze had talenten en kon zich ontwikkelen, hierdoor raakte de mens ook
geïnteresseerd in het leven op aarde, de ontwikkeling van de natuur en samenleving.
● Uomo universale: ideaalbeeld algemeen ontwikkelde mens
● Belangrijkste aspect renaissance: mensen zochten inspiratie in cultuur van oudheid.
● Humanisme: belangstelling van geleerden voor antieke literatuur, poëzie en
geschiedenis.
● De mentaliteitsverandering was te zien in de literatuur, kunst en politiek:
○ In de middeleeuwen was literatuur in de taal van de kerk (Latijn). In de
renaissance ontstond er meer literatuur in de landstaal en ging het niet altijd over
het geloof.
○ Dit gebeurde ook in de kunst. In de middeleeuwen was er veel symboliek in de
kunst en was het realistisch weergeven niet belangrijk. In de renaissance
moesten voorwerpen het echte leven weerspiegelen en werd er meer nagedacht
over het verbeelden van het menselijk lichaam en emoties.
○ In de middeleeuwen geloofden mensen dat een vorst mocht regeren, omdat God
dat wilde. In de renaissance moesten machthebbers regeren in de belangen van
de gemeenschap. Machiavelli was hier heel radicaal in.
● Machiavelli vond dat er eerst voor stabiliteit gezorgd moest worden. Het welzijn van
de staat was belangrijker dat het welzijn van het individu, hierom was het niet erg als
er slachtoffers moesten vallen om een hoger doel te bereiken.
● Machiavellisme: het doel heiligt de middelen.
● Er is geen scherpe breuk tussen middeleeuwen en renaissance. Mensen dachten
niet middeleeuws of renaissancistisch, maar de periodes liepen langzaam in elkaar
over.
● Oorzaken grote veranderingen in denken over mens en wereld:
○ In Italië ontstonden stadstaten → culturele elite wilde rijkdom tonen → ze gaven
kunstenaars de opdracht om schilderijen en gebouwen te maken tot nut van de
stad en in glorie van zichzelf → culturele bloei en vernieuwing
○ Klassieke teksten uit de oudheid kwamen weer naar boven. In Arabië waren al
veel van de Griekse teksten vertaald en konden hierdoor gelezen worden.
○ Nieuwe ideeën konden snel verspreid worden door uitvinden van boekdrukkunst.
○ In noord Europa hadden ideeën uit het humanisme ne der renaissance oa
invloed op hoe men naar de kerk keek. Sommigen streefden naar een
persoonlijker geloof.
○ Erasmus vertaalde de bijbel. Hij kwam er achter hoe veel monniken zich niet
naar Christus’ leer gedroegen. Hij wilde dit veranderen zonder dat de christelijke
gemeenschap uit elkaar zou vallen.