Oefentoets Module 10
Gedrag, psyche & gezondheid II
Week 1: Preconceptiezorg
1. De twee grootste factoren voor problemen in de gezondheidszorg en voor slechte
gezondheidszorg zijn vroeggeboorte en een laag geboortegewicht.
A. Juist
B. Onjuist
2. De levensverwachting is de afgelopen 150 jaar verdubbeld door onder andere de
demografische transitie, waarbij een daling plaatsvond in de sterftecijfers en een
stijging plaatsvond in de geboortecijfers.
A. Juist
B. Onjuist
3. Wanneer vond de sanitaire beweging plaats?
A. 1810-1835
B. 1830-1875
C. 1875-1950
D. 1950-1980
E. >1980-heden
4. Wat is een voorbeeld van secundaire preventie in de verloskunde?
A. Hielprik
B. Gebruik van foliumzuur
C. Voorlichting over toxoplasmose
D. Toedienen van insuline bij GDM
5. Bij het preconceptieconsult worden een aantal aspecten bekeken en worden de risico’s
geïdentificeerd door middel van een aantal onderdelen: medisch, obstetrisch,
omgeving, leefstijl en afkomst. Waaronder valt een eventuele besmetting met
toxoplasmose?
A. Medisch
B. Obstetrisch
C. Omgeving
D. Leefstijl
E. Afkomst
6. Nederland heeft 17 miljoen inwoners, hoeveel miljoen inwoners hebben een migratie-
achtergrond?
A. 2 miljoen
B. 4 miljoen
C. 5 miljoen
D. 7 miljoen
7. Er is een genetische verklaring voor etnische verschillen in gezondheid, zo hebben
Hindoestaanse Surinamers een verhoogde kans op hypertensie en hebben vrouwen uit
het Middellandse zeegebied vaker sikkelcelanemie.
A. Juist
B. Onjuist
8. Uitsluiting kan leiden tot verminderde toegang van zorg en kan plaatsvinden op
verschillende niveaus. De tolkentelefoon wordt sinds een aantal jaren niet meer
vergoed, dit is een voorbeeld van uitsluiting op:
A. Microniveau
B. Macroniveau
C. Mesoniveau
, Door: Noah Boshuizen
9. Welke term past bij de volgende beschrijving: “een open houding waarbij sprake is van
een gelijkwaardige relatie tussen beide partijen”
A. Etnocentrisme
B. Universalisme
C. Transculturele attitude
D. Cultuurrelativisme
E. Intersectionele benadering
10. De perinatale sterfte is bij asielzoekers in vergelijking met de rest van Nederland een X
aantal keer verhoogd. Dit aantal is:
A. 3x zo hoog
B. 5x zo hoog
C. 7x zo hoog
D. 10x zo hoog
11. Je kunt de volgende twee punten opdelen in normen en waarden, welke hoort bij wat?
1) vreemdgaan is niet normaal. 2) trouw zijn
A. 1) vreemdgaan is niet normaal = norm, 2) trouw zijn = waarde
B. 1) vreemdgaan is niet normaal = waarde, 2) trouw zijn = norm
12. Soms zijn de principes van ethiek in strijd met elkaar. Welke principes zijn dat in het
geval van het verbreken van beroepsgeheim bij vermoeden op kindermishandeling?
A. Autonomie vs. rechtvaardigheid
B. Autonomie vs. weldoen
C. Autonomie vs. niet schaden
D. Rechtvaardigheid vs. weldoen
13. Wat is de juiste volgorde van ethische reflectie?
A. Verkenning, analyse, explicitering, afweging, aanpak
B. Verkenning, explicitering, afweging, analyse, aanpak
C. Verkenning, explicitering, analyse, afweging, aanpak
D. Verkenning, afweging, explicitering, analyse, aanpak
14. Onder welk ethisch principe valt het ‘privacy’?
A. Niet schaden
B. Weldoen
C. Rechtvaardigheid
D. Autonomie