Extracellulaire vesicles gaat over de interne dialoog tussen cellen. Het is essentieel voor
multicellulair leven. Enkelcellige bacteriën kunnen ‘quorum sensing’ gebruiken, waardoor
communicatie mogelijk is via autoinducers. En zo kunnen ze zich als een multicellulair
organisme gaan gedragen. Ze zijn dan sterker in de competitie tegenover andere bacteriën,
maar op individueel level zijn ze juist zwakker. Er is dus een soort balans hiertussen.
Als dit vergeleken wordt met een menselijk lichaam, dan zie je natuurlijk dat mensen enorm
ontwikkeld organismen zijn met gespecialiseerde organen. De survival is voor de mens dus
ook een stuk groter, maar er is een lage individuele fitness (alleen een hart werkt niet zonder
lichaam).
Er zijn veel verschillende manieren van cel-cel
communicatie, denk aan endocriene
communicatie (hormonen), paracriene
communicatie (lokaal), neuronale communicatie
(in zenuwcellen met een synaps) en contact-
afhankelijke communicatie (receptor-ligand).
Meer recent is er meer aandacht gekomen voor
extracellulaire vesicles, wat een soort combinatie
is tussen al deze vier communicatie manieren. In
deze vesicles kunnen veel verschillende dingen
zitten zoals metabolieten, microRNA, lipiden,
mRNA, cytosolische eiwitten en DNA. Bovendien zijn ze heel veelzijdig.
Extracellulaire vesicles (EVs), in dit hoorcollege gaat het
voornamelijk over exosomen. Die hebben een hele specifieke
biogenese. Multivesculair bodies worden gevormd uit late
endosomes. Ze kunnen fuseren met lysosomen, waarna ze
worden afgebroken. Maar vanwege andere redenen kunnen ze
ook met het plasmamembraan fuseren, waarna de vesicles naar
buiten worden gestuurd. Hiernaast is een MVB te zien die
helemaal vol zit met vesicles, die allemaal vrijkomen nadat ze
fuseren met het plasmamembraan. Deze vesicles worden
exosomen genoemd. En dit is een subtype van EVs, de rest
ontstaan gewoon uit budding van het plasmamembraan.
Exosomen worden uitgescheiden door
een cel (secretie) en die kunnen in de
bloedbaan terecht komen (transfer),
en uiteindelijk kan het overgebracht
kunnen naar een andere cel (uptake).
En zo kan er een effect uitgeoefend
worden in de target cel. En dit kan
meerdere effecten bevatten zoals cel
migratie, ontwikkeling, immune-
response, metabolisme, etc.