- Complexe casuïstiek
- Diagnostiekinstrumenten
- PALPA
- Ellis en Young model
- AAT en hypothesevorming
Afasie is een verworven taalstoornis door focaal hersenletsel.
Focaal hersenletsel betekent dat het op 1 plek duidelijk te lokaliseren is.
Bij afasie kunnen aspecten los van elkaar aangedaan zijn, maar ook een combinatie van aspecten is
mogelijk. Het gaat hierbij om de volgende aspecten:
- Taalbegrip Taalproductie
- Gesproken taal Geschreven taal
- Begrip, productie, schrijven, spreken, lezen en luisteren.
Fasen na een beroerte:
Fasen na beroerte Fasen in afasietherapie Inhoud therapie
Acute fase Activatie fase Stimuleren vaardigheden
- Korte periode, direct - Gebieden nog - Screeling
na de beroerte proberen te activeren. - UCO
- Afasie in kaart brengen Stimuleren. Herstel van begripsfunctie met
- Veel spontaan herstel bijvoorbeeld auditief
taalbegripsprogramma (ATP)
Revalidatiefase/ subacute fase Stoornisspecifieke oefenfase Cognitief linguïstische
- 1 tot 3 maanden - Er is nog veel therapie, indirecte stimulatie
neurologisch herstel methoden en communicatieve
mogelijk door intensief vaardigheden
te oefenen - AAT afnemen wanneer
Strategietraining de persoon neuro
Herstel van zinsstructuur door stabiel is.
gebruik te maken van exerne Vaardigheidstraining:
oppervlakte structuur met De patiënt wordt begeleid bij
bijvoorbeeld visual cue het overbrengen van
programma informatie via welk kanaal dan
ook: gesproken geschreven,
aanwijzen van afbeeldingen,
gebaren, gespreksboek.
- Voorbeeld: specifieke
training (Hopper) PACE
therapie
Chronische fase Consolidatie fase Acceptatie en leren omgaan
- Na 3 maanden en - Je leert de patiënt met restverschijnselen
langer mogelijkheden aan die
- Weinig tot geen hij zelf heeft, en dit Compensatie: stoornis in lezen
vooruitgang optimaal toepassen kan worden gecompenseerd
door een andere route te
gebruiken
Voorbeelden van bovenstaande:
Patiënt: