Werkcollege 12:
CASUS 12.1
Mebaverdi BV maakt deel uit van een groot concern dat in exotisch fruit handelt. De aandelen van
Mebaverdi BV zijn voor 50% in handen van de persoonlijke Luxemburgse houdstervennootschap van
de heer Alvarez en voor 50% in handen van de heer Alvarez zelf. De heer Alvarez is woonachtig op de
British Virgin Islands (hierna BVI). Mebaverdi BV houdt deelnemingen in vennootschappen over de
hele wereld en verstrekt leningen aan de diverse dochtermaatschappijen. De Nederlandse fiscus wil
graag een boekenonderzoek houden bij Mebaverdi BV. Het blijkt echter dat een gedeelte van de
boekhouding van Mebaverdi BV zich bevindt op het kantoor van de Luxemburgse houdster en een
gedeelte bij de heer Alvarez op de BVI.
Vraag: Op welke manieren kan de Nederlandse fiscus de boekhouding toch naar Nederland krijgen.
Ga hierbij in op de nationale wet, Europese regelgeving en het internationale belastingrecht.
Nationaal: Art. 47 en 47a AWR. Art. 47 AWR kan die ook op Internationale situaties? Ja, alleen werkt
voor Moeder alleen naar beneden, dus naar de dochters op grond van art. 47 AWR (bij een
meerderheidsbelang). In deze casus werkt art. 47 AWR, want hier zit de boekhouding juist bij de
aandeelhouders. Art. 47a AWR ziet op de situatie ‘naar boven toe’ of ‘opzij’.
(Sheet 13 HC)
Belang van meer dan 50% noodzakelijk: Dus optellen direct en indirect belang.
Naast Alvarez mag ook Luxemburgse houdster art. 47a AWR van toepassing zijn, maar lid 3 omdat
Lux een verdragsland is. Woonstaat van Alvarez heeft Nederland geen verdrag mee (lid 2 is voor
zussen ‘opzij’).
Op basis van het verdrag voor Luxemburgse?
Voor Alvarez kun je het via de nationale wet dus doen. Sheet 20: Op basis van OESO, maar dan moet
er welke sprake zijn van een verdragsland. Dus Luxemburgse houdster. Je hebt het groot inlichtingen
verkeer nodig in deze casus.
Kijken naar het verdrag Nederland-Luxemburg, art. 26: Klein inlichtingen verkeer alleen vernoemt,
dus het verdrag lost het niet op.
Via EU-recht dan? (Sheet 23 HC)
Zie volgende pagina!
CASUS 12.1
Mebaverdi BV maakt deel uit van een groot concern dat in exotisch fruit handelt. De aandelen van
Mebaverdi BV zijn voor 50% in handen van de persoonlijke Luxemburgse houdstervennootschap van
de heer Alvarez en voor 50% in handen van de heer Alvarez zelf. De heer Alvarez is woonachtig op de
British Virgin Islands (hierna BVI). Mebaverdi BV houdt deelnemingen in vennootschappen over de
hele wereld en verstrekt leningen aan de diverse dochtermaatschappijen. De Nederlandse fiscus wil
graag een boekenonderzoek houden bij Mebaverdi BV. Het blijkt echter dat een gedeelte van de
boekhouding van Mebaverdi BV zich bevindt op het kantoor van de Luxemburgse houdster en een
gedeelte bij de heer Alvarez op de BVI.
Vraag: Op welke manieren kan de Nederlandse fiscus de boekhouding toch naar Nederland krijgen.
Ga hierbij in op de nationale wet, Europese regelgeving en het internationale belastingrecht.
Nationaal: Art. 47 en 47a AWR. Art. 47 AWR kan die ook op Internationale situaties? Ja, alleen werkt
voor Moeder alleen naar beneden, dus naar de dochters op grond van art. 47 AWR (bij een
meerderheidsbelang). In deze casus werkt art. 47 AWR, want hier zit de boekhouding juist bij de
aandeelhouders. Art. 47a AWR ziet op de situatie ‘naar boven toe’ of ‘opzij’.
(Sheet 13 HC)
Belang van meer dan 50% noodzakelijk: Dus optellen direct en indirect belang.
Naast Alvarez mag ook Luxemburgse houdster art. 47a AWR van toepassing zijn, maar lid 3 omdat
Lux een verdragsland is. Woonstaat van Alvarez heeft Nederland geen verdrag mee (lid 2 is voor
zussen ‘opzij’).
Op basis van het verdrag voor Luxemburgse?
Voor Alvarez kun je het via de nationale wet dus doen. Sheet 20: Op basis van OESO, maar dan moet
er welke sprake zijn van een verdragsland. Dus Luxemburgse houdster. Je hebt het groot inlichtingen
verkeer nodig in deze casus.
Kijken naar het verdrag Nederland-Luxemburg, art. 26: Klein inlichtingen verkeer alleen vernoemt,
dus het verdrag lost het niet op.
Via EU-recht dan? (Sheet 23 HC)
Zie volgende pagina!