- Cellen en hun functie
Organisatie van de cel
Cel heeft twee grote delen: nucleus en cytoplasma, gescheiden door nucleaire
membraan en cytoplasma wordt gescheiden van omgeving door celmembraan. De
verschillende substanties in de cel worden protoplasma genoemd. Er zijn 5 basis
substanties: water, ionen, proteïnen, lipiden en koolhydraten.
- water: 70 tot 85% in meeste cellen, niet in vetcellen.
- ionen: kalium, magnesium, fosfaat, sulfaat en bicarbonaat en kleinere
hoeveelheden calcium en natrium en chloride. Ionen leveren inorganische
chemicaliën voor cellulaire reacties en zijn nodig voor cellulaire controle
mechanismen.
- proteïnen: na water meest voorkomende substantie in meeste cellen: 10% tot 20%
van de celmassa. 2 typen: structurele en functionele proteïnen.
* structurele proteïnen: lange filamenten, polymeer van veel individuele proteïne
moleculen, vormen microtubules: cytoskeletons van cilia, axonen van zenuwen,
mitotische spoeldraden en dunne tubelus die cytoplasma en nucleoplasma in eigen
compartimenten houden.
Extracellulair: collageen en elastine vezels van bindweefsel, wanden van bloedvaten,
pezen en ligamenten.
* functionele proteïnen: paar moleculen in tubular-globular vorm, zijn enzymen en zijn
vaak mobiel in vloeistof, maar ook aangehecht aan membraan in de cel. Enzymen
komen in direct contact met andere substanties in de celvloeistof en katalyseren
specifieke chemische reacties.
- lipiden: oplosbaar in vet
* fosfolipiden en cholesterol: 2% van celmassa, vormen celmembraan en
membranen in de cel.
* triglyceriden: neutrale vetten. 95% van massa in vetcellen
- koolhydraten: weinig structurele functie, wel als glycoproteïnen, vooral ook
voedselvoorziening van de cel. Geen grote hoeveelheden koolhydraten in de cel
(meestal 1%, spiercellen 3% en levercellen 6%). Maar glucose altijd aanwezig in
ECF en kleine opslag van glycogeen in cel wat meteen omgezet kan worden.
Fysieke structuur van de cel
Cel bevat fysieke structuren: intracellulaire organellen.
Membraanstructuren van de cel: nucleaire membraan, celmembraan, membraan van
endoplasmatisch reticulum, membraan van mitochondria, membranen van
lysosomen en membraan van Golgi-Apparaat.
Lipiden in de membraan zorgen ervoor dat water en wateroplosbare vloeistoffen niet
van het ene compartiment van de cel naar het andere compartiment van de cel
kunnen gaan. Maar er zijn proteïne kanalen in de membraan: kanalen/poorten, zodat
specifieke substanties de celmembraan kunnen passeren. Andere