- genetische controle van proteïne synthese, celfunctie en celreproductie
DNA controleert ook alledaagse functies van cellen: genen controleren celfunctie
door te bepalen welke proteïnen worden aangemaakt in de cel.
Gene expression: deoxyribonucleic acid (DNA) controleert vorming van ribonucleic
acid (RNA). RNA verspreidt zich door de cel en controleert vorming van specifiek
proteïne.
Figuur 3.1: gene expression
DNA
↓transcriptie
vorming RNA
↓translatie
vorming proteïnen
↓ ↓
cel structuur enzymen voor cel
↓ ↓
celfunctie
30.000 verschillende genen uit hetzelfde gen kan andere proteïne ontstaan
100.000 verschillende proteïnen. Sommige proteïnen zijn structurele proteïnen, maar
merendeel zijn enzymen.
Structurele proteïnen: vormen samen met lipiden en koolhydraten intracellulaire
organellen.
Functionele proteïnen: enzymen: katalyseren chemische reacties (oxidatieve reacties
voor het winnen van energie en ook betrokken bij synthese lipiden, glycogeen, ATP).
Genen in de celkern controleren synthese van proteïnen
In de celkern zijn grote hoeveelheden genen achter elkaar gekoppeld in dubbele
lange strengen die onderdeel zijn van de dubbele helix. Deze heeft moleculair
gewicht tot in de miljarden. Bestanddelen DNA: (1) fosforzuur, (2) desoxyribose
(suiker) en (3) 4 stikstofbasen. Er zijn twee purines (adenine en guanine) en twee
pyrimidines (thymine en cytosine). Fosforzuur en deoxyribose vormen de twee
strengen en stikstofbasen verbinden de strengen met elkaar (vormen de treden van
de dubbele helix).
Een nucleotide bestaat uit: één molecuul fosforzuur, één molecuul desoxyribose en
één stikstofbase. Er zijn 4 verschillende nucleotiden: deoxyadenylic, deoxythymidylic,
deoxyguanylic en deoxycytidylic acids.
Nucleotiden verbinden 2 strengen van DNA
De streng bestaat uit alternerende desoxyribose moleculen en fosforzuur moleculen.
De stikstofbasen zitten vast aan de desoxyribose moleculen. De twee strengen van