Samenvatting h.3
§3.1 Regionale beeldvorming:
Stereotype: beeld dat mensen van onbekend gebied hebben.
o Geeft een algemene karakterisering van een gebied of groep mensen
Perceptie: de manier waarop je op basis van juiste of onjuiste informatie de
werkelijkheid inkleurt. Afhankelijk van het feit of goede informatie
Geografische wereldbeelden: objectieve controleerbare beelden van een gebied.
o Mentale map verbeteren -> ligging, ruimtelijke kernmerken en relaties.
§3.2 Landschappen:
West: actieve continentrand -> Zuid-Amerikaanse plaat en zuidelijk deel Caribische
plaat. Oceanische Nazcaplaat en Antarctische plaat duiken weg onder Zuid-Amerika
-> subductie -> aardbevingen, actiefvulkanisme en gebergtevorming. Andesgebergte
is er een resultaat van, veel andesiet. Tussen bergketens liggen hoogvlaktes.
Oostkant Andes gebergte ontstaat voorlandbekken. IJzer, koper, tin, goud en zilver.
Oost: passieve continentrand -> er zijn 2 schilden: Guyana schild en Brazilië schild. Er
is een tektonische rust. Bauxiet, lithium en fossiele energiebronnen.
Hooglanden: Hoogland van Guyana – Hoogland van Brazilië – Andesgebergte –
Plateau van Patagonië – Altiplano.
Laaglanden: Orinoco, Amazone en Parana.
§3.3 Klimaten:
Breedteligging -> hoe dichter bij de evenaar hoe warmer het is.
Hoogteligging -> zorgt voor hooggebergteklimaat achter het
Andes gebergte.
Loef/Lijzijde -> Noordkant: loefzijde -> Amazonegebied (heel
nat.) lijzijde -> Peru, heel droog. Zuidkant: loefzijde -> westkant.
Lijzijde -> oostkant. (Andersom.)
Invloed zee- en luchtstromen -> westkant: koude stroom naar
het noorden (weinig vocht in de lucht.) -> woestijngebied.
Oostkant: warme golfstroom naar het zuiden.
Grassavanne met bomen -> llanos
Savanne met doornstruiken en galerijbossen langs de rivieren ->
caatinga
Boomsavanne -> cerrado
Mangrovebossen: In de kustgebieden met
een (sub)tropisch klimaat groeien
Pampa’s: grasvlakte met steppeklimaat.