Opdracht 5
Thomas de Vries
S4626230
Economie vd managementwetenschappen
Werkgroepnummer: 10
Docent: Danny Yeh
1 Ik ben het niet met de voorstander eens, hij concludeert eigenlijk: als managers voortdurend
inefficiënte fabrieken of kantoorvestigingen sluiten, dan zullen de mensen altijd op de beste en
meest moderne plek werken, waar ze het meest kunnen verdienen. Dit gaat in de theorie misschien
op, maar in de praktijk zeker niet.
Stel er wordt een oude fabriek gesloten, de mensen die daar werken, raken werkloos en moeten op
zoek naar nieuw werk. Volgens de voorstander in een betere en meer moderne fabriek.
Voordat die mensen aan het werken kunnen in die moderne fabriek, hebben ze daar wel eerst de
kennis en skills voor nodig. Ze moeten zich dus laten omscholen en/of trainen. En ook dan is het nog
maar de vraag of ze opnieuw worden aangenomen.
Door het sluiten van inefficiënte fabrieken houdt de manager rekening met de wensen van de
shareholders: het maximaliseren van de winst, maar niet met alle stakeholders. De werknemers
bijvoorbeeld worden ontslagen, het is nog maar de vraag of ze opnieuw aan het werk kunnen in de
nieuwe fabrieken (structurele werkloosheid) of ze zijn zelfs door automatisering helemaal niet meer
nodig. Eigenlijk ontstaat er dus helemaal geen pareto-optimum als de manager alleen naar de
shareholders luistert en niet of minder naar zijn werknemers of de klanten, alle stakeholder dus.
2 in dit geval hebben beide werknemers een redelijk variabel loon. Mrs Prime’s loon is afhankelijk
van de verkopen minus de kosten van die verkopen (reclames, kostprijs, etc.). Aangezien zij zoveel
mogelijk wil verdienen, wil zij zo veel mogelijk fietsen verkopen. Als zij een telefoontje krijgt en de
gevraagde fiets is niet aanwezig in het magazijn, dan wil zij die laten bouwen, want verkopen
betekent meer loon.
Mr Griffin heeft ook een variabel loon, zijn loon is afhankelijk van de productiekosten per fiets, hoe
lager die kosten, hoe hoger zijn loon. Kleine producties zijn duurder dan hele grote producties.
Mrs Prime vraagt telkens kleine producties, omdat een bepaalde fiets niet in voorraad is. Mr Griffin
daarentegen wil dat niet, want dat is duur en gaat dus ten kosten van zijn salaris. Kort samengevat,
er zijn dus tegengestelde belangen.
Wat de manager nu kan doen is: Mrs Prime en Mr Griffin een vast salaris geven dat onafhankelijk is
van de verkoop of de productie per fiets. Zo zullen ze eerder gaan samenwerken, omdat hun loon
niet meer variabel. De belangen zijn nog wel tegengesteld, maar het maakt de twee personen minder
uit, omdat hun loon daar niet meer van afhankelijk is.
3 ik kies de industrie van bloemisten (in mijn omgeving (Arnhem en omstreken)).
De five forces van porter zijn: threat of new entrants, bargaining power of suppliers, threat of
substitutes, bargaining power of buyers en rivalry.
Ik het geval van de bloemisten in mijn omgeving (wat er trouwens verbazingwekkend veel zijn) is de
dreiging van toetreders redelijk hoog. Een toetreder hoeft alleen een pand te kopen, in te richten en
een leverancier te zoeken die hem voorziet van bloemen en dergelijke.
De onderhandelingskracht van leveranciers is niet groot, er zijn namelijk veel kopers, maar ook een
redelijk aantal leveranciers. Ook een aantal bloemisten kweekt zelf en zijn dus minder of niet
afhankelijk van een leverancier.
Thomas de Vries
S4626230
Economie vd managementwetenschappen
Werkgroepnummer: 10
Docent: Danny Yeh
1 Ik ben het niet met de voorstander eens, hij concludeert eigenlijk: als managers voortdurend
inefficiënte fabrieken of kantoorvestigingen sluiten, dan zullen de mensen altijd op de beste en
meest moderne plek werken, waar ze het meest kunnen verdienen. Dit gaat in de theorie misschien
op, maar in de praktijk zeker niet.
Stel er wordt een oude fabriek gesloten, de mensen die daar werken, raken werkloos en moeten op
zoek naar nieuw werk. Volgens de voorstander in een betere en meer moderne fabriek.
Voordat die mensen aan het werken kunnen in die moderne fabriek, hebben ze daar wel eerst de
kennis en skills voor nodig. Ze moeten zich dus laten omscholen en/of trainen. En ook dan is het nog
maar de vraag of ze opnieuw worden aangenomen.
Door het sluiten van inefficiënte fabrieken houdt de manager rekening met de wensen van de
shareholders: het maximaliseren van de winst, maar niet met alle stakeholders. De werknemers
bijvoorbeeld worden ontslagen, het is nog maar de vraag of ze opnieuw aan het werk kunnen in de
nieuwe fabrieken (structurele werkloosheid) of ze zijn zelfs door automatisering helemaal niet meer
nodig. Eigenlijk ontstaat er dus helemaal geen pareto-optimum als de manager alleen naar de
shareholders luistert en niet of minder naar zijn werknemers of de klanten, alle stakeholder dus.
2 in dit geval hebben beide werknemers een redelijk variabel loon. Mrs Prime’s loon is afhankelijk
van de verkopen minus de kosten van die verkopen (reclames, kostprijs, etc.). Aangezien zij zoveel
mogelijk wil verdienen, wil zij zo veel mogelijk fietsen verkopen. Als zij een telefoontje krijgt en de
gevraagde fiets is niet aanwezig in het magazijn, dan wil zij die laten bouwen, want verkopen
betekent meer loon.
Mr Griffin heeft ook een variabel loon, zijn loon is afhankelijk van de productiekosten per fiets, hoe
lager die kosten, hoe hoger zijn loon. Kleine producties zijn duurder dan hele grote producties.
Mrs Prime vraagt telkens kleine producties, omdat een bepaalde fiets niet in voorraad is. Mr Griffin
daarentegen wil dat niet, want dat is duur en gaat dus ten kosten van zijn salaris. Kort samengevat,
er zijn dus tegengestelde belangen.
Wat de manager nu kan doen is: Mrs Prime en Mr Griffin een vast salaris geven dat onafhankelijk is
van de verkoop of de productie per fiets. Zo zullen ze eerder gaan samenwerken, omdat hun loon
niet meer variabel. De belangen zijn nog wel tegengesteld, maar het maakt de twee personen minder
uit, omdat hun loon daar niet meer van afhankelijk is.
3 ik kies de industrie van bloemisten (in mijn omgeving (Arnhem en omstreken)).
De five forces van porter zijn: threat of new entrants, bargaining power of suppliers, threat of
substitutes, bargaining power of buyers en rivalry.
Ik het geval van de bloemisten in mijn omgeving (wat er trouwens verbazingwekkend veel zijn) is de
dreiging van toetreders redelijk hoog. Een toetreder hoeft alleen een pand te kopen, in te richten en
een leverancier te zoeken die hem voorziet van bloemen en dergelijke.
De onderhandelingskracht van leveranciers is niet groot, er zijn namelijk veel kopers, maar ook een
redelijk aantal leveranciers. Ook een aantal bloemisten kweekt zelf en zijn dus minder of niet
afhankelijk van een leverancier.