Opdracht 4
Thomas de Vries
S4626230
Economie vd managementwetenschappen
Werkgroepnummer: 10
Docent: Danny Yeh
1a een nash-evenwicht vindt plaats bij een niet-coöperatief spel waarbij twee of meer spelers aan
deelnemen. In een nash-evenwicht wordt elke speler geacht de evenwichtsstrategie van de andere
speler te kennen. Als elke speler een strategie heeft gekozen en die ook uitvoert zullen ze in een
bepaald punt belanden. Als er geen spelers zijn die profiteren van een veranderingen van hun
strategie, terwijl de strategie van de andere spelers onveranderd blijft, dan is er sprake van een nash-
evenwicht.
Een nash-evenwicht is niet altijd een Pareto-optimum. Als beide spelers de strategie kiezen die voor
hen het best is, dan kan men in een punt komen dat voor beide niet optimaal is. Het bekendste
voorbeeld hiervan is het gevangenendilemma.
1b het is een herhaald spel (iterated), dit betekent dat spelers vaker met het probleem te maken
krijgen. Dit kan ervoor zorgen dat de spelers gaan samenwerken en afwijken van hun dominante
strategie ten opzichten van hun tegenstander, om zo (door samen te werken) beide een hogere winst
te behalen. Er kan dan dus een nieuwe dominante strategie en het punt of punten die dan ontstaan
zijn dat het iterated dominant strategy equilibrium.
In dit geval is dat dus: punt TL, hier is de cumulatieve winst van de 2 personen of bedrijven die het
spel spelen het hoogst. Hun dominante strategie is aangepast naar een punt waar de cumulatieve
winst voor de twee het hoogst is.
2 de dominante strategie van een speler is de strategie waar hij de meeste winst mee kan maken, ik
neem hier aan dat de 2 spelers onafhankelijk van elkaar kiezen, en de strategie van de andere speler
van tevoren onbekend is.
Spelers 1 zal voor keuze C gaan, hij kan hier de meest winst mee behalen.
Speler 2 zal voor keuze Z gaan, bij deze keuze loopt hij het minste risico op verlies. De meeste winst
maakt kan hij met keuze Y maken, maar de kans op minder winst is daar veel groter dan bij keuze Z.
speler 2 zal dus keuze Z kiezen.
Het punt waar deze twee spelers dan inkomen is: C,Z namelijk helemaal rechts onder, bij 4,4.
3 Betreden niet- betreden
Aanpassen (5,5) (10,0)
Vechten (5,-5) (10,0)
De monopolist op de y-as en de nieuwe betreder op de x-as.
Dit monopolie heeft kans om te blijven bestaan. Als de betreder niet toetreed zal de monopolist
winst blijven maken en de nieuweling heeft 0. Als de nieuweling toch besluit toe te treden, dan kan
de monopolist er voor kiezen om te vechten. De monopolist verliest zo 5 miljoen, maar behoudt wel
een winst van 5 miljoen. De nieuweling daarentegen maakt een verlies van 5 miljoen en zal daardoor
in mum van tijd worden weggeconcurreerd. Dus dit monopolie heeft een kans van bestaan.
Thomas de Vries
S4626230
Economie vd managementwetenschappen
Werkgroepnummer: 10
Docent: Danny Yeh
1a een nash-evenwicht vindt plaats bij een niet-coöperatief spel waarbij twee of meer spelers aan
deelnemen. In een nash-evenwicht wordt elke speler geacht de evenwichtsstrategie van de andere
speler te kennen. Als elke speler een strategie heeft gekozen en die ook uitvoert zullen ze in een
bepaald punt belanden. Als er geen spelers zijn die profiteren van een veranderingen van hun
strategie, terwijl de strategie van de andere spelers onveranderd blijft, dan is er sprake van een nash-
evenwicht.
Een nash-evenwicht is niet altijd een Pareto-optimum. Als beide spelers de strategie kiezen die voor
hen het best is, dan kan men in een punt komen dat voor beide niet optimaal is. Het bekendste
voorbeeld hiervan is het gevangenendilemma.
1b het is een herhaald spel (iterated), dit betekent dat spelers vaker met het probleem te maken
krijgen. Dit kan ervoor zorgen dat de spelers gaan samenwerken en afwijken van hun dominante
strategie ten opzichten van hun tegenstander, om zo (door samen te werken) beide een hogere winst
te behalen. Er kan dan dus een nieuwe dominante strategie en het punt of punten die dan ontstaan
zijn dat het iterated dominant strategy equilibrium.
In dit geval is dat dus: punt TL, hier is de cumulatieve winst van de 2 personen of bedrijven die het
spel spelen het hoogst. Hun dominante strategie is aangepast naar een punt waar de cumulatieve
winst voor de twee het hoogst is.
2 de dominante strategie van een speler is de strategie waar hij de meeste winst mee kan maken, ik
neem hier aan dat de 2 spelers onafhankelijk van elkaar kiezen, en de strategie van de andere speler
van tevoren onbekend is.
Spelers 1 zal voor keuze C gaan, hij kan hier de meest winst mee behalen.
Speler 2 zal voor keuze Z gaan, bij deze keuze loopt hij het minste risico op verlies. De meeste winst
maakt kan hij met keuze Y maken, maar de kans op minder winst is daar veel groter dan bij keuze Z.
speler 2 zal dus keuze Z kiezen.
Het punt waar deze twee spelers dan inkomen is: C,Z namelijk helemaal rechts onder, bij 4,4.
3 Betreden niet- betreden
Aanpassen (5,5) (10,0)
Vechten (5,-5) (10,0)
De monopolist op de y-as en de nieuwe betreder op de x-as.
Dit monopolie heeft kans om te blijven bestaan. Als de betreder niet toetreed zal de monopolist
winst blijven maken en de nieuweling heeft 0. Als de nieuweling toch besluit toe te treden, dan kan
de monopolist er voor kiezen om te vechten. De monopolist verliest zo 5 miljoen, maar behoudt wel
een winst van 5 miljoen. De nieuweling daarentegen maakt een verlies van 5 miljoen en zal daardoor
in mum van tijd worden weggeconcurreerd. Dus dit monopolie heeft een kans van bestaan.