PIJN
DOELSTELLINGEN DC PIJN 1
Je hebt kennis van:
- De verschillende niveaus, dimensies en basisvormen van pijn
- “Reffered pain” en Head-zones in het kader van een orgaanstoornis
- De dualiteit van de pijn: primaire versus secundaire pijn
- De 2 typen perifere nocisensorische pijnvezels
- Het verloop van de ascenderende nocisensorische banen in het centrale
zenuwstelsel
- De verwerking van nociceptieve prikkels in de achterhoorn van het ruggenmerg
en de verschillende gebieden van de hersenen
UITWERKINGEN DOELSTELLINGEN DC PIJN 1
DE VIER NIVEAUS VAN PIJN:
1. Noxische prikkels: voorbijgaand of
weefselschade ten gevolge van
mechanische, chemische of thermische
prikkels
2. Nociceptie: de neurale processen waarbij
schadelijke prikkels worden omgezet in
zenuwimpulsen
3. Pijngewaarwording: het subjectieve
gevoel van pijn, met al zijn uiteenlopende
schakeringen; enerzijds pure ‘sensatie’,
anderzijds ook de emotionele beleving
4. Pijngedrag: waarneembaar gedrag van
de patiënt zoals klagen, gezichtsuitdrukking, houding etc.
DIMENSIES VAN PIJN:
Vele neurale structuren zijn betrokken bij pijn. Het zs als geheel speelt een rol bij de
pijngewaarwording.
Pijn heeft een sensorische, affectieve en cognitieve dimensie.
- Sensorisch-discriminatief: aard, locatie, duur en intensiteit van de pijn
- Affectief-motivationeel: onaangenaamheid van pijn en angst gerelateerd aan pijn
- Cognitief-evaluatief: aandachtsprocessen, evaluatie/interpretatie van pijn,
gedragsplanning
BASISVORMEN VAN PIJN:
- Naar oorsprong:
o Nociceptief: Bij (dreigende) beschadiging weefsel
, Somatogeen (somatisch)
Viscerogeen (visceraal)
o Neurogeen (neuropatisch): lesie of functiestoornis is zenuwstelsel
o Psychogeen
- Naar tijdsbeloop: acuut – chronisch
- Naar aard: bijv. stekend, brandend, kloppend etc.
REFERRED PAIN:
= Pijn wordt op een andere plek gevoeld dan waar die
vandaan komt.
Convergentie-projectietheorie: Signalen uit diverse gebieden
van het lichaam door dezelfde zenuwbaan in het
ruggenmerg en brein gaan. Hierdoor kan het lichaam geen
onderscheid meer maken tussen het autonome en
somatische deel.
HEAD ZONES:
= overgevoelige huidzones, corresponderend met zieke
inwendige organen
PRIMAIRE PIJN VS SECUNDAIRE PIJN:
Eerst voelen we een felle, scherpe,
kortdurende pijnscheut die heel snel
verdwijnt. Even later komt er een doffe
vervelende, zeurende pijn. Deze fasen
van de pijngewaarwording hebben te
maken met twee gescheiden neuronale
systemen.
Primaire pijn: de eerste felle pijnscheut
die je voelt bij een verwonding. De pijn
duurt kort en is goed gelokaliseerd. Deze
primaire pijn komt tot stand via de A-δ-
vezels, de dunste uit de groep
gemyeliniseerde A-vezels.
Secundaire pijn: begint later, is vervelend, zeurend, brandend, langduriger en minder
goed gelokaliseerd.
NOCISENSORISCHE PIJNVEZELS:
Twee typen: C-vezels en A-δ-vezels