BINDWEEFSEL
DOELSTELLINGEN
- Je hebt kennis van de bindweefselanatomie; fascia
- Je hebt kennis van de bindweefselfysiologie; ontstekingsprocessen en mobiliteit
- Je hebt kennis van de rol van bindweefsel rondom Capsulitis adhaesiva, oftewel;
Frozen Shoulder
UITWERKINGEN DOELSTELLINGEN
Bij bewegen komen er allerlei krachten op onze lichaamscellen die opgevangen worden
door bindweefsel. Dit bindweefsel heeft in ons lichaam verschillende
verschijningsvormen, afhankelijk van de mechanische belasting. Dit zijn bijvoorbeeld
botweefsel, kraakbeenweefsel en dicht collageen bindweefsel. Mobiliteit en bindweefsel
komen bij elkaar bij het mobiliseren. Met diverse strategieën wordt dan gepoogd om de
oorzakelijk structuur, te laten adapteren, wat uiteindelijk in mobiliteitswinst resulteert.
BINDWEEFSELANATOMIE
Het dichte collagene bindweefsel is te vinden in pees- en ligamentweefsel. Het losmazige
bindweefsel is te vinden op plaatssen waar veel verglijding tussen weefsels gewenst is.
Bindweefsel bevindt zich niet alleen onderhuids, maar omhult ook spieren, is er zelfs
compleet mee verweven, en is tevens rondom gewrichten dominant aanwezig in de vorm
van kapsels en ligamenten. Fasciën verbinden ook spieren die in het verlengde van
elkaar liggen. Hierdoor ontstaan er spierketens in het lichaam.
Bindweefsel bestaat uit matrixeiwitten, zoals (collagene) vezels, en uit fibroblasten. De
fibroblasten zijn verantwoordelijk voor de aanmaak van allerlei matrixbestanddelen. Ze
zijn mechanosensitief, dat betekent dat ze gevoelig zijn voor mechanische prikkels.
Fibroblasten krijgen deze informatie door te ‘voelen’ aan de collagene vezels in de
omgeving van de cel met behulp van integrines en door de krachten die op de fibroblast
zelf inwerken. Een fibroblast werkt niet in z’n eentje maar vormt een uitgebreid netwerk
van fibroblasten die onderling communiceren. Het principe dat fibroblasten gevoelig zijn
voor mechanische prikkels heet mechanotransductie.
BINDWEEFSELFYSIOLOGIE
, Het proces van herstel na weefselschade bestaat uit een aantal vaste fases die
doorlopen worden, de bindweefselherstelfases:
- De ontstekingsfase
- De proliferatiefase
- De remodelleringsfase
DE ONTSTEKINGSFASE
Na beschadiging van weefsel, zal allereerst een ontstekingsfase starten. Deze fase is
duidelijk herkenbaar aan de symptomen die daarbij naar voren komen:
Roodheid – rubor
Zwelling – tumor
Pijn – dolor
Warmte – calor
Functiebeperking – functio laesie
In principe zullen tijdens de ontstekingsfase al deze symptomen optreden, maar dit zal
niet altijd aan het oppervalk van de huid zichtbaar of voelbaar zijn.
Weefsel belasten voorbij de fysiologische grenzen beschadigt cellen en bloedvaten.
Collagene vezels zijn verscheurd en vrije zenuwvezels worden geprikkeld. Twee acties
zijn direct noodzakelijk: stolling en zwelling. Het lichaam wacht niet af om te zien hoe
ernstig het letsel en een eventuele infectie zijn: de ontstekingsreactie is acuut en volgt
een vast patroon. De resultaten zijn het stoppen van de bloeding uit beschadigde vaten
en de verwijding van de intacte bloedvaten in de omgeving. Het doel is vocht en witte
bloedcellen (granulocyten) in de wond te brengen. Het uittreden uit de bloedbaan van
deze granulocyten is noodzakelijk om in het geval van een infectie meteen de strijd te
kunnen aangaan.
Bloedstolling
Bij een klein letsel wordt de bloeding uit kleine vaten binnen een minuut tot staan
gebracht (hemostase). Dit gebeurt met stollingsfactoren en bloedplaatsjes uit de
bloedbaan die in contact komen met verscheurde collagene vezels en beschadigde
celwanden. De stollingsreacties leiden in verschillende stappen tot de vorming van fibrine
en een stolsel dat bestaat uit onoplosbare fibrinedraden. Die vormen samen een netwerk
dat de beschadigde ruimte overspant. M.b.v. fibronectinemoleculen die al in het bloed
circuleerden, kleven de fibrinedraden aan het omringende wondweefsel vast. Dit vormt
een soort klimrek in de wond, dat door macrofagen gebruikt kan worden om zich te
verplaatsen. Het stollingsproduct trombine heeft eveneens invloed op de vorming van de
fibrinedraden, maar is ook een alarmstof die macrofagen en fibroblasten aantrekt. Het
laat eigenlijk aan zijn omgeving weten waar de beschadiging zich bevindt en dat er werk
aan de winkel is.
Pijn en zwelling
Bij elk weefselletsel komen ontstekingsmediatoren uit immuuncellen, beschadigde cellen
en de bloedbaan vrij. Deze ontstekingsmediatoren uit cellen heten cytokinen en de
speciale eiwitten uit de bloedbaan heten kininen. Ze zorgen er o.a. voor dat
immuuncellen en reparatiecellen weten dat ze actief moeten worden en waar ze moeten
zijn. Hierbij zijn tientallen van deze stoffen betrokken.