Enkelvoudige en samengestelde zin:
Enkelvoudige zin
Er zijn twee soorten zinnen. Allereerst de enkelvoudige zin en deze bestaat uit maar één hoofdzin en
heeft één onderwerp. Een voorbeeld hiervan is:
‘Lisa kijkt naar haar buurman.’
Het volgende geldt voor de enkelvoudige zin:
In een mededelende zin staat de persoonsvorm op de tweede plaats. Op de eerste plaats
staat het onderwerp of een ander zinsdeel.
In een vragende zin staat de persoonsvorm op de eerste of de tweede plaats (vraagwoord op
eerste plaats).
Bepaalde zinnen (wens, aansporing, gebiedende wijs) hebben geen onderwerp.
Samengestelde zin
Een samengestelde zin bevat meerdere hoofdzinnen of meerdere bijzinnen. Elke deelzin heeft een
eigen persoonsvorm. In samengestelde zinnen kunnen meer persoonsvormen en meer onderwerpen
staan. Een aantal voorbeelden zijn:
1. De jongen liep de trap op en ging zijn kamer in (2 hoofdzinnen)
2. De jongen liep de trap op, ging zijn kamer in en pakte een boek (3 hoofdzinnen)
3. Het meisje dat daar loopt, heet Aisha (1 hoofdzin en 1 bijzin)
4. Het meisje dat daar loopt, heet aisha en komt uit rotterdam (twee hoofdzinnen en een bijzin)
Bij samengestelde zinnen is zowel nevenschikking als onderschikking mogelijk.
Nevenschikking en onderschikking
Nevenschikking en onderschikking zijn termen die gebruikt worden om de relatie tussen delen van
samengestelde zinnen te beschrijven.
Nevenschikking
Een nevenschikkende zin heeft twee of meer hoofdzinnen. Deze zinnen zijn te herkennen aan de
onderstaande voegwoorden:
En
Als
Of
Maar
Vaak hebben nevengeschikte zinnen een oorzakelijk, tegenstellend of aaneenschakelend verband.
Het onderwerp wordt van de deelzinnen wordt vaak samengetrokken. Het leest niet prettig als je een
nevengeschikte zin opsplitst. Nevengeschikte zinnen worden ontleed alsof het aparte zinnen zijn.
Nevenschikking kan zich ook op woordniveau voordoen:
Ik zal koffie en thee halen.
Onderschikking
Ondergeschikte zinnen maken deel uit van de hoofdzin, oftewel dit zijn de bijzinnen.
Bijzinnen beginnen vaak met de onderschikkende voegwoorden
Dat
Of
Waar