EXAMENTRAINER
H. Knecht
,Inhoud
Vaardigheden.........................................................................................................................................2
Oefenvragen...........................................................................................................................................5
Antwoorden oefenvragen....................................................................................................................11
Tijdvakken en kenmerkende aspecten.................................................................................................15
, Vaardigheden
Algemeen:
Lees de vraag.
Hoeveel punten? Aantal punten = hoeveel je moet doen.
Ik zie… benoem letterlijk wat je ziet in de bron. Géén interpretatie. Informatie mag
ook uit de beschrijving van de bron komen. Bij vraag zonder bron is de vraagstelling
de bron.
Ik weet… koppel je kennis van het onderwerp aan wat je ziet in de bron.
Dus… herhaal de vraag en beantwoord deze volledig.
Benoem over wie / wat / waar het gaat.
NOOIT ‘zij’ ‘daar’ ‘toen’.
Lees de vraag en je antwoord opnieuw. Geef je écht antwoord op de vraag?
Bronnen – verwijzen:
Lees de beschrijving van de bron.
Lees de bron.
Lees de eventuele voetnoten.
Benoem letterlijk wat je ziet in de bron.
Je gaat dus nog niet interpreteren.
Als er géén bron is, is de vraag zelf de bron.
Bronnen – standplaatsgebondenheid:
Hoe wordt de maker van de bron beïnvloed door:
o Tijd (in welke periode leeft iemand, wat waren toen wetten / trends / religie
etc.)
o Plaats (waar komt iemand vandaan, wat waren daar wetten / religie / etc.?)
o Achtergrond (is iemand geestelijke, van adel, arm, rijk, man, vrouw, etc.)
Bronnen – betrouwbaarheid:
Wie is de maker van de bron?
Hoe is de maker van de bron aan zijn informatie gekomen?
Welk doel heeft de maker van de bron?
o Voor welk publiek, welke opdrachtgever, waar gepubliceerd?
Is er een reden om aan te nemen dat de informatie niet juist is / dat de maker van de
bron niet de volledige waarheid vertelt?
Bronnen – bruikbaarheid:
Is de bron betrouwbaar? Zie bovenstaande.
Is de bron representatief?
o Kan de bron slechts over een incident gaan?
o Beschrijft de bron maar één persoon / één situatie?
Bronnen – spotprenten:
Bekijk de bron rustig.
Lees de beschrijving van de bron.
Maak aantekeningen over de bron: wat zie je, over welk land gaat het, welke
personen herken je?
Maak aantekeningen over de maker: wie is de maker, wanneer leefde hij, in welk
land/bij welke groep hoorde hij?
Daarna pas betekenis geven: welke boodschap wil de maker van de bron jou geven?