Cursus belastingrecht
Hoofdstuk 0: Inleiding
Bij een dubbele belastingheffing is de natuurlijke persoon of lichaam vaak subjectief aan de
ene staat verbonden (wonen, gevestigd of nationaliteit) en inkomsten genieten uit een andere
staat (objectief). Voor staatsburgers en inwoners geldt altijd een onbeperkte belastingplicht
over het wereldinkomen (binnenlandse belastingplichtige), maar voor inkomensbronnen geldt
de beperkte belastingplicht (buitenlandse belastingplichtige).
Woonplaatsbeginsel: Wie in Nederland woont of gevestigd is wordt voor het wereldinkomen
belast.
Nationaliteitbeginsel: Kijken naar de nationaliteit of naar welk recht het opgericht is. In
Nederland wordt dit in aanvulling gebruikt op het woonplaatsbeginsel. Art. 4 lid 1 AWR
bepaalt dat de omstandigheden bepalen waar iemand woont of gevestigd is; sociale leven en
werkelijke leiding.
Buitenlandse mensen en vennootschappen kunnen door hun objectieve band belast worden
voor de inkomsten die in H7 IB en artikel 17 t/m 19 VPB zijn opgesomd en daarnaast ook
voor de dividend- en kansspelbelasting. Hiervoor gelden geen persoonlijke omstandigheden.
Het kan zijn dat je dubbel wordt belast en zonder verdrag wordt dit alleen opgelost als de
woonstaat bereid is (eenzijdig) voorkoming van dubbele belasting te geven en bij een verdrag
lossen beide staten het op. Er wordt bepaalt wie het primaire heffingsrecht heeft; als de
woonstaat dit heeft, moet de bronstaat zich onthouden, maar als de bronstaat dit heeft, mag de
woonstaat alsnog heffen (vaak een vrijstelling of verrekening). De belangrijkste
verdragstermen worden vastgelegd.
Als er geen verdrag aanwezig is bevat de nationale wetgeving regels voor hun inwoners in
niet-verdragslanden, maar dit bevat niet alles en er zijn vaak interpretatieverschillen tussen
landen.
Voorbeeld: Inwoner van Nederland geniet inkomsten uit een buitenlandse bron.
- Geen verdrag? Bvdb 2001 kan tegemoetkoming geven en anders kan hij de buitenlandse
belasting als kostenpost in aanmerking nemen.
- Wel een verdrag? Het verdrag regelt wie wat mag belasten, maar als het aan de bronstaat
wordt toegewezen mag Nederland alsnog heffen en kan een vrijstelling of verrekening geven.
De negatieve buitenlandse inkomens verminderen het Nederlandse inkomen en het effect van
tariefprogressie (IB) en –degressie (VPB) over het Nederlands inkomen wordt mede bepaald
door het buitenlandse inkomen.
Voorbeeld 2: Niet-inwoner van Nederland geniet inkomsten uit een Nederlandse bron.
- Geen verdrag? De woonstaat van de belastingplichtige zou tegemoetkoming moeten geven
(zie 1).
- Wel een verdrag? Het verdrag bepaalt of Nederland dan mag heffen. Als Nederland in de
nationale wetgeving geen heffingsbepaling heeft, dan kan Nederland niet heffen.
Inwoners van Nederland kunnen, bij een afwezigheid van een verdrag, op 2 groepen recht
hebben:
- Bestanddelen die in de bronstaat aan het normale belastingtarief zijn onderworpen. In dit
geval heeft Nederland vaak een vrijstelling; belastingvrijstelling. De eis is wel dat het andere
land het inkomensbestanddeel belastbaar stelt (of er werkelijk geheven wordt is irrelevant).
- Bestanddelen die in de bronstaat een proportioneel tarief hebben (dividend, interest,
royality’s). In dit geval wordt er vaak verrekend met de betaalde belasting. Bij verdragslanden
kun je vaak verrekenen, maar bij niet-verdragslanden geldt de Bvdb niet altijd en dan kun je