RCT: Randomized Controlled Trials
Incidentie: het aantal nieuwe zieken of ziekten in een populatie over een bepaalde periode
Prionen: Een verkeerd gevouwen eiwit dat bij mens en dier ernstige neurodegeneratieve
ziekten kan veroorzaken.
Pathogeen: Ziekteverwekker van biologische oorsprong
Tuberculose: Infectieziekte veroorzaakt door een bacterie, mycobacterium tuberculosis.
Deze veroorzaakt ontstekingen in het lichaam
Q-koorts: ziekte die komt door een bacterie. Deze bacterie heet Coxiella Burnetii. U kunt de
bacterie krijgen van een dier dat Q-koorts heeft (vooral geiten of schapen). Meestal krijgt u
Q-koorts door het inademen van lucht waar de bacterie in zit.
Prevalentie: Het aantal zieken door de ziekte
Incidentie: het aantal nieuwe zieken of ziekten in een populatie over een bepaalde periode
Serologisch onderzoek: Er wordt gekeken of er antistoffen voor de ziekte in je bloed zit
resistentie: Ongevoelig zijn voor een medicijn
Hoofdstuk 5
5.1
- Infectieziekten: vaak veroorzaakt door virussen, bacteriën, parasieten, schimmels
en prionen. Door transmissie (overdracht) onderscheiden ze zich van
niet-overdraagbare ziektes.
- emerging infectious diseases: Zo worden nieuwe ziekten aangeduid.
- AMR/ABR: het niet meer reageren op medicijn van ziekteverwekkers
- Zoönosen: ziektes die van dier op mens kan overgaan.
- One Health principe wil de humane en veterinaire geneeskunde laten
samenwerken.
- Infectieziektebestrijding: omvat alle activiteiten die als doel hebben om
infectieziekten te voorkomen, vroegtijdig te signaleren en in te dammen.
5.2
5.2.1
- Transmissie cyclus: een pathogeen (ziekteverwekker) moet vanuit een bron
(externe milieu) een vatbare persoon of dier binnenkomen (interne milieu) en zich
vermenigvuldigen in de gastheer.
- Primaire preventie: voorkomen van overdracht van een bron naar gastheer.
- Secundaire preventie: voorkomen dat besmette gastheren zelf ziek worden en/of
het pathogeen verder verspreiden.
5.2.2
- Blootstelling: Wanneer een mens of dier in contact komt met een ziekteverwekker
bron
- expositie: Wanneer een mens of dier in contact komt met een ziekteverwekker bron
- attack rate: mate waarin een infectie met ziektebeelden optreedt.
- Incubatietijd: de tijd tussen de besmetting en de eerste ziekteverschijnselen.
5.2.3
, - Porte d'entrée: het lichaam binnenkomen
- Porte d’exit: het lichaam verlaten
- Vehicle-borne: Overgedragen via besmet voedsel, water, handdoeken,
borstvoeding, enz.
- Vector-borne: Overgedragen via insecten of dieren
- Air-borne: Overgedragen via lange afstand door de lucht (stof)
- Parenteraal: Overgedragen via besmette injectienaalden
5.2.4
- R0: Het vermogen van een infectieziekte zich van persoon tot persoon te
verspreiden
5.3
5.3.1
- Sanitary movement: Beweging van hygiënisten in de 19e eeuw. Ze wilde dat de
overheid meer verantwoordelijkheid nam voor de hygiënische omstandigheden in het
land.
- WASH(water, sanitatie en hygiëne): Programma opgezet door WHO om zo de
hygiëne te verbeteren in lage en middeninkomenslanden.
- Heel gewoon, handen schoon: stimuleert pedagogisch medewerkers vaker de
handen te wassen op de juiste momenten zodat kinderen op kinderdagverblijven
minder maag-, darm- en luchtweginfecties krijgen.
- immunisatie: Het verkrijgen van afweer tegen een bepaalde ziekteverwekker.
- Actief → door middel van toediening van vaccins ( vaccinatie, inenting )
- Passief → door middel van toediening van kant-en-klare antistoffen.
- Vaccin: Entstoffen
- Memory cellen: Cellen die de ziekteverwekker kunnen herkennen gedurende een
lange periode, soms levenslang.
- Vaccine Efficacy: Wordt berekend in ‘Randomised controlled trials’ (RCT's) onder
ideale omstandigheden, als het percentage waarmee het risico van een infectie
wordt verminderd in gevaccineerde personen ten opzichte van niet-gevaccineerde
personen.
- Vaccin Effectiviteit: Wordt berekend wanneer het vaccin in de praktijk toegediend
wordt als vermindering van ofwel het aantal geïnfecteerde personen, ofwel het aantal
complicaties of ziekenhuisopnames.
- Groepsimmuniteit: Wanneer er voldoende personen in de bevolking ofwel door
natuurlijke infectie of vaccinatie immuun zijn. De resterende niet-immune personen
worden daardoor beschermd, omdat het micro-organisme zich niet kan verspreiden
(R0 <1)
- Rijksvaccinatieprogramma (RVP): Valt onder de verantwoordelijkheid van het
ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport. Minister bepaald welke vaccinaties
kinderen krijgen aangeboden, op basis van advies van de gezondheidsraad
- Hesitancy: Twijfel over de zinvolheid van vaccinaties. In 2019 door het WHO
bestempeld als een van de 10 grootste bedreigingen voor de volksgezondheid.
5.4
- Secundaire preventie: de bestrijding van uitbraken en verdere verspreiding in de
bevolking.