Boek: Zorg voor beweging in de PABO
H0 Inleiding
Het tijdig en goed in beeld brengen van de kwetsbare kinderen is een belangrijke stap op
weg naar een (sociaal) veilige en rijke speel- en beweegomgeving.
Om kwalitatief goede zorg te kunnen bieden moet je: signaleren van de kinderen
probleem/lastvraag vaststellen handelingsplan schrijven plan wordt bijgesteld.
Er wordt tegenwoordig gestreefd naar 5 minuten per kind te observeren/registreren.
H1 Het belang van bewegen
Kinderen leren zichzelf, andere kinderen en de wereld om zich heen spelenderwijs kennen.
Als een kind motorisch zwakker is krijg je de volgende reacties.
Compensatiegedrag: (= zichzelf redden uit sociaal-emotioneel moeilijke situatie)
Niet meer spelen (zich terugtrekken)
Vals spelen (agressieve reactie)
Grappig zijn/clown spelen (clownesk gedrag)
Gevolgen:
niet meer willen knikkeren, zelfvertrouwen verminderd.
Overig gedrag:
Steeds weer nieuwe knikkers kopen/vragen aan ouders (relativerend gedrag)
Een leerkracht wil deze situaties voorkomen. Dit kan door verschillende factoren:
- Het pedagogisch klimaat
- Het aantal en de kwaliteit van bewegingsmogelijkheden voor kinderen
- De aangeboden differentiatie
- De breedte van de zorg
Het belang van bewegen
Direct causaal verband = proberen van directe verbanden te vinden tussen een omgeving en
een cognitieve vaardigheid. Bijv. als je een kind vaak laat huppelen dan gaat het beter lezen.
Doordat alles verbetert krijg je een:
Circulair causaal verband = een kind krijgt meer zelfvertrouwen en ontwikkelt in een spel-
en beweegsituatie, het laat ook meer zelfvertrouwen zien bij cognitieve zaken.
Helaas is het tegenwoordig anders. Er zijn een aantal dingen veranderd:
1. Het kinderspel is van buiten naar binnen gegaan
2. De straat is geen dagelijkse ontmoetingsplek meer (de kinderen uit zelfde straat gaan naar
verschillende scholen)
3. Kinderen spelen tegenwoordig veel meer onder toezicht van hun ouders.
4. De zelfstandige bewegingsvrijheid van kinderen is kleiner geworden (het afgezette gebied
van ouders wordt kleiner, kinderen mogen niet ver van huis spelen)
5. Verhouding binnen en buiten spelen is veranderd (in de stad is bijv. heel weinig speelplek)
Het doel van bewegingsonderwijs: Leerlingen breed te introduceren in de bewegingscultuur
1