C-RW-MK
Meetkunde = de wereld om je heen begrijpen
Symmetrie
Soorten symmetrie:
- Lijnsymmetrie het past precies op elkaar als je iets vouwt (A4 of A3)
- Draaisymmetrie als je het figuur draait valt het precies weer ik de vorm (bijv. met het
pijlenbord, als je deze 180 graden draait staan de pijlen weer op dezelfde plek)
- Puntsymmetrie Als je het figuur 180 draait en het valt op zichzelf (alleen bij 180)
Aantal symmetrie-assen op hoeveel manieren kun je hem dubbelklappen
Alle puntsymmetries zijn draaisymmetries maar niet alle draaisymmetries zijn
puntsymmetries
Spiegelen
- Puntspiegelen: spiegelen in een punt
In grafiek een punt spiegelen. Je spiegelt E met F de ‘uitkomst’ daarvan is dan E’. Je kijkt
welke stappen je zet om van E naar F te komen en die doe je dan bij de F nog een keer, dat
punt is dan je E’.
- Lijnspiegelen: spiegelen in een lijn
Het spiegel beeld van een lijn tekenen. (denkbeeldig een spiegel tussen kunnen zetten)
Transformeren
- Verschuiven (translatie)
- Draaien (roteren)
- Spiegelen
Doorsnedes
Je snijd iets door en het vlak wat doorgesneden is noem je het
snijvlak. Dit is een ander woord voor doorsnede.
Als je bijv. een appel door snijd (die je op allemaal verschillende
manieren kunt snijden) is het witte deel wat je ziet de
doorsnede. Deze kan verschillend zijn.
Hoeken
Scherpe hoek 0-90 graden
Rechte hoek 90 graden
Stompe hoek 90 – 180
Gestrekte hoek 180
Overstrekte hoek
Overstrekte hoek met een stompe hoek zit tussen de 180 en de 270 graden.
Overstrekte hoek met een scherpe hoek zit tussen 270 en de 360 graden.
Gelijkvormigheid: dezelfde vorm
Congruentie: dezelfde vorm én even groot