Lordose
Wordt gedefinieerd als een ventrale convex van de wervelkolom, in het sagittale vlak.
In het cervicale en lumbale deel van de wervelkolom is deze lichte bocht vorming fysiologisch.
Een sterke niet-fysiologische lordose heet een hyperlordose en ontstaat vooral in het lumbale en
vertebrale deel van de wervelkolom.
Kyfose
Wordt gedefinieerd als een dorsale convex van de wervelkolom, in het sagittale vlak.
In het thoracale deel van de wervelkolom is deze lichte bocht vorming fysiologisch. In het cervicale
en lumbale deel is dit altijd pathologisch.
Sterke mate van kyfose leidt tot vorming van een bult/bochel (gibbus) en komt voor in verschillende
vormen. Vroeg in de kindertijd: “infantiel”, in de adolescentie als “juveniel” of “adolescent kyfose”.
M. Scheuermann
Komt voor bij volwassenen door verlies van elasticiteit en disc degeneratie als ouderdoms-kyfose.
Congenitale kyfose wordt meestal veroorzaakt door deels of gehele fusie van vertebrae.
Scoliose
Scoliose is gedefinieerd als een zijdelings verkromming van de wervelkolom. Er is echter sprake van
een 3-dimensionale deformiteit waarbij sprake is van een zijdelingse kromming, lordose en rotatie.
De rotatie van de wervelkolom, met daaraan de processus transversi, de lange rugspieren en de
ribben, leidt tot in het oog springen van de misvorming en de kenmerkende gibbus (=bochel).
Idiopathische scoliose (bij kinderen)
Is een vorm van scoliose waarbij geen onderliggende oorzaak kan worden aangetoond en doet zich
voor bij volstrekt normale en gezonde kinderen.
Van alle vormen van scoliose is 80-85% idiopathisch.
Bij deze vorm van scoliose is het geslacht van belang, zeker progressieve bochten komen veel vaker
bij meisjes dan bij jongens voor. Er is sprake van scoliose wanneer de bochten meer dan 10 graden
zijn. Kleinere bochten horen bij de normale distributie van de verschillende houdingstypen en
worden een ook wel schooliose genoemd, omdat ze vaak bij het schoolonderzoek worden
vastgesteld. Zijn deze bochten niet progressief, dan behoeven ze verder geen behandeling.
Kinderen met idiopathische scoliose kan vooral tijdens de groeispurt tot soms ernstige misvormingen
van de wervelkolom en romp leiden. Doordat de groei in deze fase het snelst gaat, is de progressie
ook het grootst. Wanneer de pubertijdsgroeispurt achter de rug is, is er geen of weinig progressie,
tenzij de scoliose al zeer aanzienlijk is geworden. Dan kan onder invloed van de zwaartekracht nog
een geleidelijke toename van de bochten optreden met ongeveer 1 graad per jaar.
Idiopathische scoliose kan op twee manieren worden ingedeeld: op basis van de anatomische
lokalisatie van de apex van de belangrijkste bocht, en op basis van de leeftijd waarop de deformiteit
zich manifesteert.
Er kan worden gesproken van een thoracale (apex Th6 of 7), thoracolumbale (apex Th12 of L1),
lumbale (apex L3) of dubbel structurele bocht (meestal een combinatie op Th6 of 7 en L3).
De meeste thoracale convexiteit is naar rechts, waar dat bij lumbaal meestal links convex is.
Indeling op leeftijd resulteert in infantiel, juveniel en adolescent.
Het infantiele type ontstaat al voor het 3e levensjaar en onderscheidt zich van de meer gangbare
vormen doordat de scoliose zich vooral voordoet bij jongens en doordat de thoracale bocht links
convex is. Bij het infantiele type is er een vorm genaamd “resolving type”, waarbij na een
aanvankelijke periode van progressie een geleidelijke spontane verbetering optreedt. Daarnaast
Wordt gedefinieerd als een ventrale convex van de wervelkolom, in het sagittale vlak.
In het cervicale en lumbale deel van de wervelkolom is deze lichte bocht vorming fysiologisch.
Een sterke niet-fysiologische lordose heet een hyperlordose en ontstaat vooral in het lumbale en
vertebrale deel van de wervelkolom.
Kyfose
Wordt gedefinieerd als een dorsale convex van de wervelkolom, in het sagittale vlak.
In het thoracale deel van de wervelkolom is deze lichte bocht vorming fysiologisch. In het cervicale
en lumbale deel is dit altijd pathologisch.
Sterke mate van kyfose leidt tot vorming van een bult/bochel (gibbus) en komt voor in verschillende
vormen. Vroeg in de kindertijd: “infantiel”, in de adolescentie als “juveniel” of “adolescent kyfose”.
M. Scheuermann
Komt voor bij volwassenen door verlies van elasticiteit en disc degeneratie als ouderdoms-kyfose.
Congenitale kyfose wordt meestal veroorzaakt door deels of gehele fusie van vertebrae.
Scoliose
Scoliose is gedefinieerd als een zijdelings verkromming van de wervelkolom. Er is echter sprake van
een 3-dimensionale deformiteit waarbij sprake is van een zijdelingse kromming, lordose en rotatie.
De rotatie van de wervelkolom, met daaraan de processus transversi, de lange rugspieren en de
ribben, leidt tot in het oog springen van de misvorming en de kenmerkende gibbus (=bochel).
Idiopathische scoliose (bij kinderen)
Is een vorm van scoliose waarbij geen onderliggende oorzaak kan worden aangetoond en doet zich
voor bij volstrekt normale en gezonde kinderen.
Van alle vormen van scoliose is 80-85% idiopathisch.
Bij deze vorm van scoliose is het geslacht van belang, zeker progressieve bochten komen veel vaker
bij meisjes dan bij jongens voor. Er is sprake van scoliose wanneer de bochten meer dan 10 graden
zijn. Kleinere bochten horen bij de normale distributie van de verschillende houdingstypen en
worden een ook wel schooliose genoemd, omdat ze vaak bij het schoolonderzoek worden
vastgesteld. Zijn deze bochten niet progressief, dan behoeven ze verder geen behandeling.
Kinderen met idiopathische scoliose kan vooral tijdens de groeispurt tot soms ernstige misvormingen
van de wervelkolom en romp leiden. Doordat de groei in deze fase het snelst gaat, is de progressie
ook het grootst. Wanneer de pubertijdsgroeispurt achter de rug is, is er geen of weinig progressie,
tenzij de scoliose al zeer aanzienlijk is geworden. Dan kan onder invloed van de zwaartekracht nog
een geleidelijke toename van de bochten optreden met ongeveer 1 graad per jaar.
Idiopathische scoliose kan op twee manieren worden ingedeeld: op basis van de anatomische
lokalisatie van de apex van de belangrijkste bocht, en op basis van de leeftijd waarop de deformiteit
zich manifesteert.
Er kan worden gesproken van een thoracale (apex Th6 of 7), thoracolumbale (apex Th12 of L1),
lumbale (apex L3) of dubbel structurele bocht (meestal een combinatie op Th6 of 7 en L3).
De meeste thoracale convexiteit is naar rechts, waar dat bij lumbaal meestal links convex is.
Indeling op leeftijd resulteert in infantiel, juveniel en adolescent.
Het infantiele type ontstaat al voor het 3e levensjaar en onderscheidt zich van de meer gangbare
vormen doordat de scoliose zich vooral voordoet bij jongens en doordat de thoracale bocht links
convex is. Bij het infantiele type is er een vorm genaamd “resolving type”, waarbij na een
aanvankelijke periode van progressie een geleidelijke spontane verbetering optreedt. Daarnaast