Anatomie van de lever en galblaas
Histologie van de lever en galblaas
Wat zijn de functies van de lever?
Hoe krijg je geelzucht?
Aanmaak, secretie en regulatie van gal (entero-hepatische kringloop)
Wat zijn de gevolgen van te weinig gal?
Hoe wordt bilirubine aangemaakt en hoe komt het in de wc terecht?
Functies van de lever
De functies van de lever kunnen verdeelt worden in twee categorieën:
- De verwerking van geabsorbeerde stoffen en synthetische reactie
- Secretie en excretie van stoffen
De belangrijkste exocriene functies van de lever zijn:
- Het voorzien van galzuur en alkalische vloeistoffen voor de vertering en absorptie van vet, en voor het
neutraliseren van maagzuur in de darmen
- De afbraak van afvalproducten van het metabolisme
- Detoxificatie van giftige stoffen
- De uitscheiding van metabole afvalstoffen en giftige stoffen na detoxificatie in het gal
- De giftige stoffen worden na detoxificatie in het gal, via het maagdarmkanaal uitgescheiden, of in het
bloed afgegeven zodat ze via de nieren uitgescheiden kunnen worden. Idem voor metabole
afvalproducten
Belangrijkste functies met betrekking tot het handhaven van het metabolisme:
- Het reguleren van de plasmaconcentraties van de opgenomen voedingsstoffen (glucose, aminozuren,
vetzuren)
- Het handhaven van de concentraties van bepaalde bloedbestanddelen (plasma-eiwitten, zoals
albumine, protrombine, fibrinogeen, cholesterol)
- Het produceren van galzouten ten behoeve van de vetvertering en vetresorptie
- Het elimineren van bepaalde stofwisselingsproducten (NH3, bilirubine, hormonen) en het verwijderen
of onschadelijk maken van lichaamsveemde stoffen (waaronder ook geneesmiddelen) dia via de darm,
longen of huid of door injecties het lichaam zijn binnengekomen
- Het opslaan van vitamine
- Bijdragen aan de handhaving van de lichaamstemperatuur, in rust is de lever de belangrijkste
warmtebron
Functie van het hepatobiliaire systeem
Zie plaatje in schrift
De lever is continu bezig met het secreteren van substantie in zowel het bloed als in het gal. Het gal is zowel
bedoeld voor de secretie als excretie. Tussen de maaltijden door wordt gal opgeslagen in de galblaas, waar
vandaan het via de ductus cysticus naar de galweg (common bile duct) gaat. Vanuit de galweg (common bile
duct) gaat het gal in het duodenum. Het instromen van gal in het duodenum wordt gecontroleerd door middel
van een sfincter van gladspierweefsel genaamd: sfincter van Oddi.
De galblaas wordt omgeven met gladspierweefsel. Tussen de maaltijden is het gladde spierweefsel ontspannen
en is de sfincter van Oddi gesloten, hierdoor kan het gal niet het duodenum in. Het gal stroomt nu de galblaas
in waar het opgeslagen en geconcentreerd word. Wanneer het gladde spierweefsel contracteert word het gal
uit de galblaas geduwd en gaat het naar de (common bile duct). Wanneer de sfincter van Oddi relaxeert wordt
deze geopend en kan het gal naar het duodenum stromen. De stimulus voor contractie van de galblaas is
voedsel in het duodenum.
Anatomie van de lever
De lever heeft een dubbele bloedtoevoer; het meeste bloed, dat veneus van aard is, wordt afgevoerd via de
vena portae uit de maag, darmen en milt, en een kleiner deel, de arteriële voorziening, komt via de arterie
hepatica uit de aorta. Takjes van beide vaten monden uit in sinusoïden, capillaire spleten tussen de cellen van
de leverlobjes. De wanden van deze sinusoïden bieden nauwelijks enige weerstand, waardoor het bloed
praktisch rechstreeks in contact komt met de hepatocyten (=levercel). Na passage van deze ruimten verzamelt
het bloed zich in de centrale lobulaire venen, om te worden afgevoerd naar de vena cava inferior. Tussen de
levercellen ontspringen de galkanaaltjes die bijeenkomen in galbuisjes. Op drie van de zes hoeken van een
Histologie van de lever en galblaas
Wat zijn de functies van de lever?
Hoe krijg je geelzucht?
Aanmaak, secretie en regulatie van gal (entero-hepatische kringloop)
Wat zijn de gevolgen van te weinig gal?
Hoe wordt bilirubine aangemaakt en hoe komt het in de wc terecht?
Functies van de lever
De functies van de lever kunnen verdeelt worden in twee categorieën:
- De verwerking van geabsorbeerde stoffen en synthetische reactie
- Secretie en excretie van stoffen
De belangrijkste exocriene functies van de lever zijn:
- Het voorzien van galzuur en alkalische vloeistoffen voor de vertering en absorptie van vet, en voor het
neutraliseren van maagzuur in de darmen
- De afbraak van afvalproducten van het metabolisme
- Detoxificatie van giftige stoffen
- De uitscheiding van metabole afvalstoffen en giftige stoffen na detoxificatie in het gal
- De giftige stoffen worden na detoxificatie in het gal, via het maagdarmkanaal uitgescheiden, of in het
bloed afgegeven zodat ze via de nieren uitgescheiden kunnen worden. Idem voor metabole
afvalproducten
Belangrijkste functies met betrekking tot het handhaven van het metabolisme:
- Het reguleren van de plasmaconcentraties van de opgenomen voedingsstoffen (glucose, aminozuren,
vetzuren)
- Het handhaven van de concentraties van bepaalde bloedbestanddelen (plasma-eiwitten, zoals
albumine, protrombine, fibrinogeen, cholesterol)
- Het produceren van galzouten ten behoeve van de vetvertering en vetresorptie
- Het elimineren van bepaalde stofwisselingsproducten (NH3, bilirubine, hormonen) en het verwijderen
of onschadelijk maken van lichaamsveemde stoffen (waaronder ook geneesmiddelen) dia via de darm,
longen of huid of door injecties het lichaam zijn binnengekomen
- Het opslaan van vitamine
- Bijdragen aan de handhaving van de lichaamstemperatuur, in rust is de lever de belangrijkste
warmtebron
Functie van het hepatobiliaire systeem
Zie plaatje in schrift
De lever is continu bezig met het secreteren van substantie in zowel het bloed als in het gal. Het gal is zowel
bedoeld voor de secretie als excretie. Tussen de maaltijden door wordt gal opgeslagen in de galblaas, waar
vandaan het via de ductus cysticus naar de galweg (common bile duct) gaat. Vanuit de galweg (common bile
duct) gaat het gal in het duodenum. Het instromen van gal in het duodenum wordt gecontroleerd door middel
van een sfincter van gladspierweefsel genaamd: sfincter van Oddi.
De galblaas wordt omgeven met gladspierweefsel. Tussen de maaltijden is het gladde spierweefsel ontspannen
en is de sfincter van Oddi gesloten, hierdoor kan het gal niet het duodenum in. Het gal stroomt nu de galblaas
in waar het opgeslagen en geconcentreerd word. Wanneer het gladde spierweefsel contracteert word het gal
uit de galblaas geduwd en gaat het naar de (common bile duct). Wanneer de sfincter van Oddi relaxeert wordt
deze geopend en kan het gal naar het duodenum stromen. De stimulus voor contractie van de galblaas is
voedsel in het duodenum.
Anatomie van de lever
De lever heeft een dubbele bloedtoevoer; het meeste bloed, dat veneus van aard is, wordt afgevoerd via de
vena portae uit de maag, darmen en milt, en een kleiner deel, de arteriële voorziening, komt via de arterie
hepatica uit de aorta. Takjes van beide vaten monden uit in sinusoïden, capillaire spleten tussen de cellen van
de leverlobjes. De wanden van deze sinusoïden bieden nauwelijks enige weerstand, waardoor het bloed
praktisch rechstreeks in contact komt met de hepatocyten (=levercel). Na passage van deze ruimten verzamelt
het bloed zich in de centrale lobulaire venen, om te worden afgevoerd naar de vena cava inferior. Tussen de
levercellen ontspringen de galkanaaltjes die bijeenkomen in galbuisjes. Op drie van de zes hoeken van een