Probleem 1
Hoofdstuk 1 Sonnetag: performance concepts and performance theory
Wat is performance, waarom relevant & wat is de aard ervan?
Performance is belangrijk voor de organisatie zodat het zijn doelen kan bereiken maar ook voor het
individu omdat hij/zij daar tevredenheid uit kan halen.
mensen die hoog presteren hebben meer kans op beloningen & promoties.
Performance onderscheid maken tussen gedragsaspect en performance aspect.
- Actie is het uitvoeren van een bepaalde taak en een performance komt met een evaluerend aspect.
- Uitkomst aspect is niet alleen he gedrag maar ook andere omstandigheden.
VB: je kan ergens goed je best voor doen maar toch intellectueel niet slim genoeg zijn.
- Alleen acties relevant voor de doelen van de organisatie worden gezien als performance.
- Multidimensionaal concept= performance bestaat uit twee concepten:
* Taakperformance= individuele bekwaamheid waarmee iemand activiteiten uitvoert die bijdragen
aan de technische kern van de organisatie.
Dit kan direct (productiewerker) en indirect (manager).
* Contextperformance= ondersteunt organisatie, sociale en psychologische omgeving waarin de
organisatie doelen worden behaalt.
VB: helpen van collega’s maar ook bedenken wat er verbetert kan worden.
Drie basis assumpties over differentiatie tussen taak en contextuele performance:
- Activiteiten die relevant zijn voor taakperformance verschillen erg per baan, voor context minder.
- Taak performance is gerelateerd aan een vaardigheid terwijl context gerelateerd is aan
persoonlijkheid en motivatie.
- Taak performance bevat meer gedrag dat congruent is met je rol en context performance bevat
meer gedrag dat incongruent is met je rol (extra doen).
Taakperformance
Vijf factoren van taakperformance:
- Job-specifieke taak bekwaamheid
- Non-job-specifieke taak bekwaamheid
- Geschreven en mondelinge communicatie bekwaamheid
- Supervisie in leiderschapspositie
- Management / administratie
* Plannen & organiseren
* Sturen, motiveren en feedback geven
* Trainen & coachen
* Effectief communiceren.
Contextuele performance
Twee typen:
1. Stabiliserend doel om het functioneren smooth te laten verlopen.
2. Proactief veranderen en beter maken van werkprocedures en organisatieprocessen.
Variabiliteit in performance van individu na verloop van tijd:
1. Leerproces en lange termijn veranderingen door leren verandert individuele performance.