Geschiedenis periode 4
1. de nomadische maatschappijvorm ? – 7000 v. Chr:
Mensen voorzien in hun levensonderhoud door het verzamelen van voedsel in de vorm van
jagen, vissen en plukken;
2. de agrarische maatschappijvorm 7000 v. Chr – 50 v. Chr:
Mensen voorzien in hun levensonderhoud door landbouw en veeteelt te bedrijven;
bandceramiekers
3. de agrarisch-stedelijke maatschappijvorm 50 v. Chr – 500:
Mensen voorzien in hun levensonderhoud door landbouw en veeteelt te bedrijven en door
zich toe te leggen op nijverheid en op handel, de stedelijke revolutie;
Acculturatie: het ontstaan van grote boerenhoeven (villa's). Bij dit onderwerp hoort ook de
betekenis van het vertrek van de Romeinen: de leefwijze werd vrijwel weer volledig agrarisch.
4. de industriële maatschappijvorm 1200 - 1800:
Mensen voorzien vooral in hun levensonderhoud door op grote schaal in fabrieken
producten te maken, industriële revolutie.
Hier wordt duidelijk hoe het leven in de steden vooral het ambacht en de handel zich
ontwikkelden, hoe handelscentra als de Hanzesteden ontstonden en hoe in Zuid-Europa de
handel leidde tot gedurfde reizen. Je hebt 2 fasen van de ontdekkingsreizen (omstreeks 1600)
gevolgd door de stichting van handelscompagnieën (VOC - 1602) en de culturele bloei
(Gouden Eeuw).
5. de informatiemaatschappij 1800-heden:
Sinds 1960 groeit de invloed van nieuwe media als televisie en computer. De dienstensector
neemt een steeds grotere rol in.
1. de nomadische maatschappijvorm ? – 7000 v. Chr:
Mensen voorzien in hun levensonderhoud door het verzamelen van voedsel in de vorm van
jagen, vissen en plukken;
2. de agrarische maatschappijvorm 7000 v. Chr – 50 v. Chr:
Mensen voorzien in hun levensonderhoud door landbouw en veeteelt te bedrijven;
bandceramiekers
3. de agrarisch-stedelijke maatschappijvorm 50 v. Chr – 500:
Mensen voorzien in hun levensonderhoud door landbouw en veeteelt te bedrijven en door
zich toe te leggen op nijverheid en op handel, de stedelijke revolutie;
Acculturatie: het ontstaan van grote boerenhoeven (villa's). Bij dit onderwerp hoort ook de
betekenis van het vertrek van de Romeinen: de leefwijze werd vrijwel weer volledig agrarisch.
4. de industriële maatschappijvorm 1200 - 1800:
Mensen voorzien vooral in hun levensonderhoud door op grote schaal in fabrieken
producten te maken, industriële revolutie.
Hier wordt duidelijk hoe het leven in de steden vooral het ambacht en de handel zich
ontwikkelden, hoe handelscentra als de Hanzesteden ontstonden en hoe in Zuid-Europa de
handel leidde tot gedurfde reizen. Je hebt 2 fasen van de ontdekkingsreizen (omstreeks 1600)
gevolgd door de stichting van handelscompagnieën (VOC - 1602) en de culturele bloei
(Gouden Eeuw).
5. de informatiemaatschappij 1800-heden:
Sinds 1960 groeit de invloed van nieuwe media als televisie en computer. De dienstensector
neemt een steeds grotere rol in.