Leerdoelen Afp:
1.1 cellen: Bouw van de cel:
- Celmembraan + eigenschappen:
- Het celmembraan laat selectieve stoffen door
- Het celmembraan is een heel dun vliesje om een cel
- De wand is erg dun en laat bepaalde stoffen door
- Het celmembraan wordt halfdoorlatend of semipermeabel genoemd
- Ligt in de celwand
- Cytoplasma + veranderingen kunnen benoemen als we ouder worden:
- Cytoplasma bestaat voor 75% uit water
- Cytoplasma wordt minder vloeibaar als je ouder wordt dat = gelvorm
- Ligt in het cellichaam
- Celkern + levensprocessen regelen, bevat chromosomen, DNA(genen):
- Zit DNA in
- Om de cel zit een wand -> kernmembraan/ kernwand
- Kernwand binnen in zit het kernplasma
- Worden alle levensprocessen van de cel geregeld
- Protoplasma = kernplasma + cytoplasma
- Chromatine in de vorm van chromatine korrels -> deelt van 1 naar 2 naar
draden -> heet chromosomen
, - Celdeling + direct en indirect:
- Indirecte celdeling = bij mitose/ meiose, en komt alleen voor bij de mens. 1e
deelt celkern en dan volgt de deling van het cellichaam
- Directe celdeling = bij 1 cellige organismen.
Animaal: Vegetatief:
Willekeurig Buiten de wil om
Prikkelbaarheid -> emotie's Groei
Prikkelverwerking -> verwerking Stofwisseling
emotie's
Beweging Voortplanting
- Mitose:
- Exacte kopie van de oorspronkelijke cel met 46 chromosomen
- Gebeurt met alle cellen in het lichaam behalve geslachtscellen
- Meiose:
- Eicel of zaadcel
- Reductiedeling
- Alleen in geslachtscellen
- Halveert het aantal chromosomen in de cel dus 23 chromosomen
, - 1.2 Weefsels:
- Vorm van de cellen:
- Cilindrisch -> hoog
- Kubisch -> vierkant
- Plaveisel -> Platte cellen
- 2 Functies:
- Bedekkend epitheel = beschermend
- Beschermt het lichaam tegen schadelijke invloeden van buitenaf
- Opperhuid = bedekkend epitheel
- Afscheidend epitheel = klierweefsel
- Scheidt 2 stoffen in of buiten het lichaam af
- 2 soorten klieren = 1/ meercellige klieren
- Indeling naar aantal lagen:
- 1.Eencellig -> bekercellen:
- Zijn slijmvliezen zoals-> neusslijmvlies
- Slijmvliezen scheiden slijm af waardoor het oppervlak van het weefsel vochtig
en glad blijft
- 2.Meercellig:
- Waren ingedeeld op basis van de manier van afscheiden en functie
- Exocriene klier -> hebben een afvoerbuis, zweet of talg (product) wordt
afgescheiden via een afvoerbuis (melk, speeksel, oor speeksel)
- Endocriene klieren:
- Geen afvoerbuis
- Geven hormonen direct af aan het bloed
- Hun product zijn hormonen
- Endo-exocrine klieren:
- Geslachtsklier -> aan het bloed afgeven (endocrien), zaad of eicellen worden
via een afvoerbuis aan het lichaam gegeven (exocrien)
- Exocriene klieren:
- Hebben een afvoerbuis
- Zweet of talg = product wordt afgescheiden via een afvoerbuis (melk,
speeksel)
1.1 cellen: Bouw van de cel:
- Celmembraan + eigenschappen:
- Het celmembraan laat selectieve stoffen door
- Het celmembraan is een heel dun vliesje om een cel
- De wand is erg dun en laat bepaalde stoffen door
- Het celmembraan wordt halfdoorlatend of semipermeabel genoemd
- Ligt in de celwand
- Cytoplasma + veranderingen kunnen benoemen als we ouder worden:
- Cytoplasma bestaat voor 75% uit water
- Cytoplasma wordt minder vloeibaar als je ouder wordt dat = gelvorm
- Ligt in het cellichaam
- Celkern + levensprocessen regelen, bevat chromosomen, DNA(genen):
- Zit DNA in
- Om de cel zit een wand -> kernmembraan/ kernwand
- Kernwand binnen in zit het kernplasma
- Worden alle levensprocessen van de cel geregeld
- Protoplasma = kernplasma + cytoplasma
- Chromatine in de vorm van chromatine korrels -> deelt van 1 naar 2 naar
draden -> heet chromosomen
, - Celdeling + direct en indirect:
- Indirecte celdeling = bij mitose/ meiose, en komt alleen voor bij de mens. 1e
deelt celkern en dan volgt de deling van het cellichaam
- Directe celdeling = bij 1 cellige organismen.
Animaal: Vegetatief:
Willekeurig Buiten de wil om
Prikkelbaarheid -> emotie's Groei
Prikkelverwerking -> verwerking Stofwisseling
emotie's
Beweging Voortplanting
- Mitose:
- Exacte kopie van de oorspronkelijke cel met 46 chromosomen
- Gebeurt met alle cellen in het lichaam behalve geslachtscellen
- Meiose:
- Eicel of zaadcel
- Reductiedeling
- Alleen in geslachtscellen
- Halveert het aantal chromosomen in de cel dus 23 chromosomen
, - 1.2 Weefsels:
- Vorm van de cellen:
- Cilindrisch -> hoog
- Kubisch -> vierkant
- Plaveisel -> Platte cellen
- 2 Functies:
- Bedekkend epitheel = beschermend
- Beschermt het lichaam tegen schadelijke invloeden van buitenaf
- Opperhuid = bedekkend epitheel
- Afscheidend epitheel = klierweefsel
- Scheidt 2 stoffen in of buiten het lichaam af
- 2 soorten klieren = 1/ meercellige klieren
- Indeling naar aantal lagen:
- 1.Eencellig -> bekercellen:
- Zijn slijmvliezen zoals-> neusslijmvlies
- Slijmvliezen scheiden slijm af waardoor het oppervlak van het weefsel vochtig
en glad blijft
- 2.Meercellig:
- Waren ingedeeld op basis van de manier van afscheiden en functie
- Exocriene klier -> hebben een afvoerbuis, zweet of talg (product) wordt
afgescheiden via een afvoerbuis (melk, speeksel, oor speeksel)
- Endocriene klieren:
- Geen afvoerbuis
- Geven hormonen direct af aan het bloed
- Hun product zijn hormonen
- Endo-exocrine klieren:
- Geslachtsklier -> aan het bloed afgeven (endocrien), zaad of eicellen worden
via een afvoerbuis aan het lichaam gegeven (exocrien)
- Exocriene klieren:
- Hebben een afvoerbuis
- Zweet of talg = product wordt afgescheiden via een afvoerbuis (melk,
speeksel)