Psychiatrie voor verpleegkundigen
Paragraaf 9.3
De pathologie van een verslaafde is vaak complex en gekenmerkt door:
- Gelijktijdig voorkomen van somatische stoornissen die een direct of indirect gevolg zijn van
het gebruik van verslavingsmiddelen
- Gelijktijdig voorkomen van andere psychiatrische stoornissen
- Veroorzaken van maatschappelijke overlast of criminaliteit
- Veelvuldig gebruik van meerdere stoffen > vaak uppers en downers (cocaïne en heroïne)
Deze kenmerken zijn vooral kenmerken van een chronische verslaving. De behandeling is dan gericht
op het verbeteren van kwaliteit van leven en de risico’s beperken. Een casemanager zorgt dan ook
voor een behandelplan samen met de verpleegkundige. De probleemgebieden moeten dan ook eerst
in kaart worden gebracht.
Paragraaf 9.4
Diagnostiek en indicatiestelling > wordt op dezelfde manier gedaan als met andere psychiatrische
stoornissen. Er wordt ook rekening gehouden met een continuüm van problemen, deze staan in een
verslavingsdriehoek:
- Preventie en voorlichting > geen gebruik
- Vroege signalering > experimenteel gebruik en gebruik zonder klachten
- Korte interventie > riskant gebruik
- Gespecialiseerde behandeling > riskant gebruik met klachten en verslaafd
- Zorg > ernstig chronisch verslaafd
De MATE en de Europ-ASI zijn de instrumenten om verslaving te meten.
Paragraaf 9.5.2
Cognitieve gedragstherapie > zelfcontrole technieken, terugvalpreventie, sociale
vaardigheidstraining en contingency management (positief belonen van goed gedrag en negeren van
negatief gedrag).
Farmacotherapie > onderhoudsbehandeling met vervangende medicijnen, detoxicatie en het
voorkomen van terugvallen in hernieuwd gebruik van het middel. Opiaatantagonisten vervangen de
drugs, voorbeelden zijn methadon en buprenorfine. Benzodiazepine vervangt vaak alcohol voor
korte tijd. Een alcoholist gaat vaak minder hunkeren door naltrexon en acamprosaat. De afbraak van
aceetaldehyde wordt geremd door disulfiram waardoor de persoon ziek wordt wanneer het weer
alcohol drinkt.
CRA (Community Reinforcement Approach) > vooral gedragstherapeutische technieken die gericht
zijn op een andere leefstijl. Hierbij wordt weer veel beloning en straf gebruikt. De verslaving wordt
verwisseld met andere hobby's om het leven in te vullen. Hierbij wordt de sociale omgeving
ingeschakeld en kan er worden bemiddeld bij arbeid, wonen en vrijetijdsbesteding.
MI > pre-contemplatie, contemplatie, preparatie, actie en behoud.
Detoxificatie > hierbij wordt het biologisch evenwicht hersteld. De duur is afhankelijk van de mate
van gebruik, manier van gebruik, mate van herstel en het middel. Het kan ambulant of intramuraal.
De keuze is berust op deze aspecten:
- Mate van gebruik
- Lichamelijke conditie
- Mogelijke lichamelijke complicaties
1