Domein B Wereld: samenhangen en verschillen in de wereld
A: Mondiale spreidings- en relatiepatronen
B: Het proces van globalisering
Sub domein A: Mondiale spreidings- en relatiepatronen gaat in op de manier waarop landen kunnen
worden vergeleken
Economisch: verdeling beroepsbevolking en het bnp
Demografisch: bevolkingsspreiding, bevolkingsgroei en bevolkingsdichtheid
Cultureel: culturele kenmerken. De beperkingen bij het categoriseren.
Daarnaast het koloniale verleden in verband tot de hedendaagse centrum-periferie verdeling en hoe
deze veranderd. De demografische transitie, (arbeid) migratie, vrijhandel en global shift zijn ook
belangrijk.
Sub domein B: globalisering staat hier centraal
Economische, politieke en culturele relaties tot globalisering
Hoe technologische ontwikkelingen in transport en ICT relatieve afstanden verkleinen
Ook belangrijk zijn de landen India en Groot-Brittannië
Hoe is globalisering van invloed op deze landen
Het koloniale verleden en de relatie tussen voormalig moederland en voormalig kolonie
Economische structuur van deze landen
Kenmerken van beide landen
Sub domein A Mondiale spreidings- en relatiepatronen
1
, Informatie uit: H1 (Havo 4) en H1 (Havo 5) BuiteNLand
Vergelijken van landen op economisch, demografisch en cultureel gebied
Alle indicatoren zijn:
Economische indicatoren: BBP/BRP, (gemiddeld) inkomen (per capita), koopkracht en
(samenstelling van) beroepsbevolking
Demografische indicatoren: bevolkingsspreiding en dichtheid, bevolkingsgroei (fase in de
demografische transitie), leeftijdsopbouw, verstedelijking
Sociaal-culturele indicatoren: analfabetisme, taal en godsdienst
Economisch
Welvaart/welzijn:
Welvaartsverschillen tussen landen kun je op een aantal manieren meten.
De meest gebruikte maat is het bruto binnenlandsproduct. Die bereken je door de waarde
van de geproduceerde goederen in een jaar door alle personen en bedrijven gevestigd in dat
land op te tellen. Dit bedrag deel je door het aantal inwoners, dan heb je het bbp/hoofd
De samenstelling van de Beroepsbevolking.
Het BBP staat voor bruto binnenlands product. Dit staat voor alle primaire inkomens die in een jaar
in een bepaald land worden verdiend, hier gaat het dus om de binnenlandse productie.
Het BNP staat voor bruto nationaal product. Dit staat voor alle primaire inkomens die in een
jaar door de bevolking van een bepaald land worden verdiend. In Nederland is het BNP het totaal van
de primaire inkomens die door Nederlanders worden verdiend.
Welzijnsverschillen kun je vergelijken met:
VN-ontwikkelingsindex
Alfabetiseringsgraad en de Levensverwachting
Problemen bij het meten van de welvaart:
De Koopkracht. De dollar is niet overal evenveel waard.
De inkomsten uit de informele sector tellen niet mee.
Achter een aardig gemiddeld inkomen kan voor een grote groep mensen toch een wereld
van armoede schuil gaan. Dit noem je ook wel sociale ongelijkheid.
Regionale ongelijkheid, BRP/hoofd is een alternatief.
Demografisch
Bevolkingsdichtheid en spreiding.
De bevolkingsdichtheid is ruim 50 personen per vierkante kilometer maar met een blik op de wereld
kaart zie je de onregelmatige bevolkingsspreiding.
Verklaring:
De natuurlijke mogelijkheden: Beschikbaarheid van water, gunstig klimaat etc.
De ligging: Gebieden die gunstig liggen ten opzichte van de economische kern van de wereld.
Stedelijke bevolkingsdichtheid neemt sterk toe, toegankelijkheid.
Het koloniale verleden: Veel kust gebieden in vrijwel alle gekoloniseerde gebieden
Bevolkingsgroei en welvaart:
2