Module 2 Vervuiling
§1 De circulaire economie
1.1 circulaire economie
Nederland:
Vraag 1.1:
Voorbeelden van een circulair product zijn:
1. Wijnfles
2. PET-fles
3. Batterij
Vraag 1.2 a
Voorbeelden van primaire grondstoffen zijn:
1. Olie
2. Gas
3. Steenkool
Vraag 1.2 b
In 2030 moet Nederland 50% minder primaire grondstoffen gaan gebruiken. Ik heb dit
gevonden op de site van de rijksoverheid:
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederland-circulair-in-
2050#:~:text=Het%20eerste%20doel%20uit%20het,mineralen%2C%20metalen%20en
%20fossiel
Vraag 1.3
Van elk kopje een voorbeeld uit het dagelijks leven is:
1. Zelf kleding repareren in plaats van weggooien
2. Lege flesjes terug brengen naar de winkel voor statiegeld.
3. Plastic flesjes hergebruiken door ze opnieuw te vullen met water.
4. Je schoen niet weggooien, maar zelf repareren.
5. Een lege pot naar de glasbak toebrengen.
6. Verbrandingsovens
7. Plasticsoep
2.1 Milieuproblematiek
De grote problemen:
Vraag 1.4
Zelf merk ik van de klimaatverandering dat:
Er nooit meer ijs in Nederland is.
Ook merk ik aan klimaatverandering dat het vaker heel erg warm is in Nederland. Dat
het bijvoorbeeld echt een hele week warmer is dan 30 graden Celsius.
, Vraag 1.5
Ik zie bij mij in de buurt veel vaker:
zwerfafval liggen bijvoorbeeld in de berm
Ik woon aan het water en ik zie ook dat dit water erg vervuild is
Ook ruik ik de uitlaat gassen van auto’s weleens. De auto’s stoten namelijk erg veel
CO2 uit
§2 Vervuiling thuis
2.1 vervuiling in het huishouden
Gas:
Vraag 2.1
Een tussenwoning verbruikt minder dan een vrijstaand huis, doordat er bij een tussenwoning
minder warmte verdwijnt door de muren en de deuren.
Vraag 2.2 a
Flat:
85×12=1020
1020÷1000=1,02 euro
Tussenwoning:
107×12=1284
1284÷1350≈0,951 euro
Hoekwoning:
122×12=1464
1464÷1580≈0,927 euro
2 onder 1 kap:
136×12=1632
1632÷1800≈0,907 euro
Vrijstaand:
175×12=2100
2100÷2410≈0,871 euro
Gemiddeld alle woningen:
115×12=1380
1380÷1470≈0,939 euro
Vraag 2.2 b
§1 De circulaire economie
1.1 circulaire economie
Nederland:
Vraag 1.1:
Voorbeelden van een circulair product zijn:
1. Wijnfles
2. PET-fles
3. Batterij
Vraag 1.2 a
Voorbeelden van primaire grondstoffen zijn:
1. Olie
2. Gas
3. Steenkool
Vraag 1.2 b
In 2030 moet Nederland 50% minder primaire grondstoffen gaan gebruiken. Ik heb dit
gevonden op de site van de rijksoverheid:
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederland-circulair-in-
2050#:~:text=Het%20eerste%20doel%20uit%20het,mineralen%2C%20metalen%20en
%20fossiel
Vraag 1.3
Van elk kopje een voorbeeld uit het dagelijks leven is:
1. Zelf kleding repareren in plaats van weggooien
2. Lege flesjes terug brengen naar de winkel voor statiegeld.
3. Plastic flesjes hergebruiken door ze opnieuw te vullen met water.
4. Je schoen niet weggooien, maar zelf repareren.
5. Een lege pot naar de glasbak toebrengen.
6. Verbrandingsovens
7. Plasticsoep
2.1 Milieuproblematiek
De grote problemen:
Vraag 1.4
Zelf merk ik van de klimaatverandering dat:
Er nooit meer ijs in Nederland is.
Ook merk ik aan klimaatverandering dat het vaker heel erg warm is in Nederland. Dat
het bijvoorbeeld echt een hele week warmer is dan 30 graden Celsius.
, Vraag 1.5
Ik zie bij mij in de buurt veel vaker:
zwerfafval liggen bijvoorbeeld in de berm
Ik woon aan het water en ik zie ook dat dit water erg vervuild is
Ook ruik ik de uitlaat gassen van auto’s weleens. De auto’s stoten namelijk erg veel
CO2 uit
§2 Vervuiling thuis
2.1 vervuiling in het huishouden
Gas:
Vraag 2.1
Een tussenwoning verbruikt minder dan een vrijstaand huis, doordat er bij een tussenwoning
minder warmte verdwijnt door de muren en de deuren.
Vraag 2.2 a
Flat:
85×12=1020
1020÷1000=1,02 euro
Tussenwoning:
107×12=1284
1284÷1350≈0,951 euro
Hoekwoning:
122×12=1464
1464÷1580≈0,927 euro
2 onder 1 kap:
136×12=1632
1632÷1800≈0,907 euro
Vrijstaand:
175×12=2100
2100÷2410≈0,871 euro
Gemiddeld alle woningen:
115×12=1380
1380÷1470≈0,939 euro
Vraag 2.2 b