Je maakt de volgende twee opdrachten:
1. Vul het onderstaande werkblad in.
2. Maak of zoek een gedicht/songtekst dat goed past bij het boek dat je gelezen
hebt. Zet dit gedicht op een A3-papier of een A4-papier en versier dit vel. Op
dit vel leg je in ca. 50-100 woorden ook uit waarom het gedicht volgens jou
goed bij het boek past. Op de achterkant van je vel plak je het werkblad (zie
1).
WERKBLAD GELEZEN BOEK
Het boek is vertaald uit het Engels.
Het onderwerp van het boek in enkele woorden:
Een chaotische autovakantie.
De hoofdpersoon:
De hoofdpersoon is Bram Botermans. Bram is de jongen waar
het hele verhaal om draait. In dit boek vertelt hij namelijk alles
wat hij in zijn vakantie beleeft.
Karaktereigenschappen van de hoofdpersoon:
grappig, opgewekt en chaotisch.
Andere belangrijke personen in het verhaal:
Frank en Zusan (de vader en de moeder van Bram)
Max (broertje van Bram)
Rick (Broer van Bram)
Theo (vriend van Bram)
Baardmansen (gezin die ook op vakantie is)
Het verhaal gaat in het kort zo:
De familie Botermans gaat onverwachts op vakantie, maar wat een heerlijke vakantie
had moeten worden, verandert in een chaos. Onderweg maken ze van alles mee. Ze
bezoeken een kermis waar Bram zijn broertje Max een echt levend biggetje wint, die
ook mee moet op vakantie. Ze slapen in vieze hotels, krijgen autopech en krijgen
ruzie met een andere familie.
Dit boek is vooral grappig.
De spannendste scène:
De scène waarin de familie Botermans de Baardmansen proberen te ontlopen. De
vader van Bram gooide in deze scène de autosleutels van de andere familie in de
bosjes, zodat de familie Botermans een voorsprong kon krijgen.
De grappigste scène:
De scène waarin de moeder van Bram, Rick en Max de kinderen voor de gek houdt
door te zeggen dat ze bij tante Loretta gaan logeren. Uiteindelijk bleek dit niet het