Arbeidersklasse waren juist geen aanhangers feminisme, blij om niet voor loon te hoeven werken en
volledig aan gezin te kunnen wijden.
Conservatisme en confessionalisme
Conservatisme
Deze twee bewegingen keerden zich tegen de verlichting.
Conservatieven wilden tradities en historisch gegroeide machtsverhoudingen in de samenleving zoveel
mogelijk behouden. Ze vonden hervormingen alleen oke als het geleidelijk was en aansloot aan de
traite.
1830 Britse-Tory partij : eerste keer conservatisme gebruikt
Edmund Burke : belangrijkste grondlegger conservatisme, dit komt vooral door zijn kritiek op de franse
revolutie, hij zei dat de revolutionaire, verlichte ideeën voor veel chaos hadden gezorgd en dat de
ideeën van van rationeel optimisme en volkssoevereiniteit ervoor zorgde dat de laagste instincten vrij
spel kregen. Conservatieven zetten zich af tegen liberalisme en socialisme. Wel steunden ze
nationalisme.
Het conservatisme was vooral een beweging van christelijke aristocraten.
Confessionalisme
Deze stroming ging uit van geloof. Bestond ook uit aristocraten, maar het werd vanaf 1870 vooral een
emancipatiebeweging voor orthodoxe katholieken en protestanten uit alle lagen van de bevolking, die
zich achtergesteld voelden door de liberalen en zich bedreigd voelden door socialisten. Ook zij
probeerden een antwoord te geven op de sociale kwestie. Bijv door een christelijke
arbeidersbeweging, ook voerde ze een christelijk-sociale politiek. Ze verwierpen kapitalisme en
socialisme omdat die leidt tot een klassenstrijd.
Het armoede probleem moest volgens confessionelen worden opgelost door samenwerking van
arbeiders en werkgevers. Abraham Kuyper maakte met zijn partij zijn afkeer van de verluchting en de
Franse revolutie duidelijk door de oprichting van de ARP.
Historische context 3: China van keizerrijk tot kapitalisme
3.1: Het Chinese keizerrijk (1842-1911)
De bijbehorende kenmerkende aspecten:
- De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
- De opkomst van emancipatiebewegingen.
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en
feminisme.
- Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.
China omstreeks 1842
In Europa was na de val van het West-Romeinse rijk de reden voor veel chaos, maar in China was het
centrale gezag van de keizer er nog en bleef de landbouw stedelijke samenleving bestaan.
Er waren in China wel invasies en opstanden geweest en perioden van verdeeldheid, maar die werden
telkens gevolg door lange perioden van stabiliteit en eenheid.
, De opvolgers van keizerlijke families hadden zich altijd aangepast aan de traditionele normen en
waarden en het traditionele bestuurssysteem.
Het bestuur van China was gebaseerd op het confucianisme. Het streven van deze ideologie was naar
harmonie en orde en het vermijden van chaos. Hierom moest iedereen zich houden aan traditionele
deugden als plichtsbetrachting, beleefdheid en eerbied voor ouderen.
Vrouwen moesten gehoorzaam zijn aan hun man en voorouders moesten worden geëerd.
Ondergeschikten moesten hun meerderen zonder vragen gehoorzamen, terwijl meerderen goed en
rechtvaardig voor hun ondergeschikten moesten zijn.
Bovenaan de hiërarchie stond de keizer die regeerde met hemels mandaat -> toestemming van de
hemel en die werd geholpen door een groot ambtenarenapparaat.
De mandarijnen hadden Confucius grondig bestudeerd. Ze waren toegelaten tot het ambtenarenkorps
na een rigide examen waarbij ze de werken van Confucius precies moesten citeren.
In de 19e eeuw regeerde de dynastie van de Qing, die was voortgekomen uit de Mantsjoe-veroveraars.
De meeste chinezen waren Han-Chinezen.
Lange tijd werd het gezag van de Mantsjoe-keizers geaccepteerd, ook al kwamen ze uit een etnische
minderheid.
Na een periode van achteruitgang beleefde China onder Qing een periode van vrede, rust en welvaart.
Bevolking groeide tussen 1650-1800 van 100 naar 300 miljoen mensen -> Een kwart van de
wereldbevolking en meer dan alle Europese landen samen.
China was toen ook het meest welvarende rijk op aarde.
Chinezen zagen hun rijk als centrum en dat ze niet veel konden leren van de buitenwereld.
In hun ogen was hun keizer boven alle andere heersers verheven.
Vanaf 19e eeuw verloor China de regionale grootmacht positie door politieke crises, hongersnoden en
corruptie. China werd zelfs aan het eind van de 19e eeuw gezien als de ‘zieke man van Azië’. Een
symptoom van die ziekte was een opiumverslaving onder tientallen miljoenen chinezen.
De Chinese keizer had de Britse koning in 1793 geschreven dat hij geen handel meer wilde omdat ze
alles wat de Britten te bieden hadden zelf al hadden. Echter, de Chinezen kochten jaarlijks honderden
tonnen opium van de Britten. Hoewel China de import verbood, lieten corrupte ambtenaren opium
tegen betaling toe.
Corruptie was een belangrijke oorzaak van Chinese problemen. Van ambtenaren en bestuurders werd
verwacht dat ze als vaders voor de bevolking zorgden, maar ze persten de onderdanen juist af.
Velen hadden het verplichte mandarijnexamen niet afgelegd, maar gekocht.
Het centrale gezag werd door de hebzucht en machtswellust van de bestuurders ernstig verzwakt.
Imperialisme
Eerst liet China weinig toe van die ontdekkingsreizigers die kwamen voor producten als porselein, zijde
en thee. In 1757 wees de keizer de Zuid-Chinese havenstand Kanton aan als de enige haven waar
buitenlanders mochten komen, maar Britten wilden meer.
De thee die zij in China kochten ontwikkelde zich tot hun nationale drank. Ze betaalden met zilver,
maar ze verkochten aan Chinezen ook steeds meer opium voor zilver.
volledig aan gezin te kunnen wijden.
Conservatisme en confessionalisme
Conservatisme
Deze twee bewegingen keerden zich tegen de verlichting.
Conservatieven wilden tradities en historisch gegroeide machtsverhoudingen in de samenleving zoveel
mogelijk behouden. Ze vonden hervormingen alleen oke als het geleidelijk was en aansloot aan de
traite.
1830 Britse-Tory partij : eerste keer conservatisme gebruikt
Edmund Burke : belangrijkste grondlegger conservatisme, dit komt vooral door zijn kritiek op de franse
revolutie, hij zei dat de revolutionaire, verlichte ideeën voor veel chaos hadden gezorgd en dat de
ideeën van van rationeel optimisme en volkssoevereiniteit ervoor zorgde dat de laagste instincten vrij
spel kregen. Conservatieven zetten zich af tegen liberalisme en socialisme. Wel steunden ze
nationalisme.
Het conservatisme was vooral een beweging van christelijke aristocraten.
Confessionalisme
Deze stroming ging uit van geloof. Bestond ook uit aristocraten, maar het werd vanaf 1870 vooral een
emancipatiebeweging voor orthodoxe katholieken en protestanten uit alle lagen van de bevolking, die
zich achtergesteld voelden door de liberalen en zich bedreigd voelden door socialisten. Ook zij
probeerden een antwoord te geven op de sociale kwestie. Bijv door een christelijke
arbeidersbeweging, ook voerde ze een christelijk-sociale politiek. Ze verwierpen kapitalisme en
socialisme omdat die leidt tot een klassenstrijd.
Het armoede probleem moest volgens confessionelen worden opgelost door samenwerking van
arbeiders en werkgevers. Abraham Kuyper maakte met zijn partij zijn afkeer van de verluchting en de
Franse revolutie duidelijk door de oprichting van de ARP.
Historische context 3: China van keizerrijk tot kapitalisme
3.1: Het Chinese keizerrijk (1842-1911)
De bijbehorende kenmerkende aspecten:
- De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
- De opkomst van emancipatiebewegingen.
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en
feminisme.
- Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.
China omstreeks 1842
In Europa was na de val van het West-Romeinse rijk de reden voor veel chaos, maar in China was het
centrale gezag van de keizer er nog en bleef de landbouw stedelijke samenleving bestaan.
Er waren in China wel invasies en opstanden geweest en perioden van verdeeldheid, maar die werden
telkens gevolg door lange perioden van stabiliteit en eenheid.
, De opvolgers van keizerlijke families hadden zich altijd aangepast aan de traditionele normen en
waarden en het traditionele bestuurssysteem.
Het bestuur van China was gebaseerd op het confucianisme. Het streven van deze ideologie was naar
harmonie en orde en het vermijden van chaos. Hierom moest iedereen zich houden aan traditionele
deugden als plichtsbetrachting, beleefdheid en eerbied voor ouderen.
Vrouwen moesten gehoorzaam zijn aan hun man en voorouders moesten worden geëerd.
Ondergeschikten moesten hun meerderen zonder vragen gehoorzamen, terwijl meerderen goed en
rechtvaardig voor hun ondergeschikten moesten zijn.
Bovenaan de hiërarchie stond de keizer die regeerde met hemels mandaat -> toestemming van de
hemel en die werd geholpen door een groot ambtenarenapparaat.
De mandarijnen hadden Confucius grondig bestudeerd. Ze waren toegelaten tot het ambtenarenkorps
na een rigide examen waarbij ze de werken van Confucius precies moesten citeren.
In de 19e eeuw regeerde de dynastie van de Qing, die was voortgekomen uit de Mantsjoe-veroveraars.
De meeste chinezen waren Han-Chinezen.
Lange tijd werd het gezag van de Mantsjoe-keizers geaccepteerd, ook al kwamen ze uit een etnische
minderheid.
Na een periode van achteruitgang beleefde China onder Qing een periode van vrede, rust en welvaart.
Bevolking groeide tussen 1650-1800 van 100 naar 300 miljoen mensen -> Een kwart van de
wereldbevolking en meer dan alle Europese landen samen.
China was toen ook het meest welvarende rijk op aarde.
Chinezen zagen hun rijk als centrum en dat ze niet veel konden leren van de buitenwereld.
In hun ogen was hun keizer boven alle andere heersers verheven.
Vanaf 19e eeuw verloor China de regionale grootmacht positie door politieke crises, hongersnoden en
corruptie. China werd zelfs aan het eind van de 19e eeuw gezien als de ‘zieke man van Azië’. Een
symptoom van die ziekte was een opiumverslaving onder tientallen miljoenen chinezen.
De Chinese keizer had de Britse koning in 1793 geschreven dat hij geen handel meer wilde omdat ze
alles wat de Britten te bieden hadden zelf al hadden. Echter, de Chinezen kochten jaarlijks honderden
tonnen opium van de Britten. Hoewel China de import verbood, lieten corrupte ambtenaren opium
tegen betaling toe.
Corruptie was een belangrijke oorzaak van Chinese problemen. Van ambtenaren en bestuurders werd
verwacht dat ze als vaders voor de bevolking zorgden, maar ze persten de onderdanen juist af.
Velen hadden het verplichte mandarijnexamen niet afgelegd, maar gekocht.
Het centrale gezag werd door de hebzucht en machtswellust van de bestuurders ernstig verzwakt.
Imperialisme
Eerst liet China weinig toe van die ontdekkingsreizigers die kwamen voor producten als porselein, zijde
en thee. In 1757 wees de keizer de Zuid-Chinese havenstand Kanton aan als de enige haven waar
buitenlanders mochten komen, maar Britten wilden meer.
De thee die zij in China kochten ontwikkelde zich tot hun nationale drank. Ze betaalden met zilver,
maar ze verkochten aan Chinezen ook steeds meer opium voor zilver.