Paragraaf 1
Kenmerkend aspect: ontstaan en verspreiding van de islam
Het ontstaan van de islam
De moslims hebben de jihad, dit is de heilige strijd. In de tijd van Mohammed was dit de innerlijke
strijd om een goede moslim te zijn. -> Na de dood van Mohammed werd het ook een verplichting om
de islam te verspreiden, zo nodig met geweld.
Mohammed was niet alleen geestelijk leider, maar ook wereldlijk machthebber. In 622, het begin van
de islamitische jaartelling, is hij uit Mekka verdreven naar de stad Medina.
-> In Medina kreeg hij het politieke en godsdienstige gezag waardoor er een islamitische staat
ontstond.
In 630 gaf ook Mekka zich aan hem over.
Uitbreiding van het Arabische rijk
Na Mohammeds dood in 632 kozen ze een nieuwe leider (kalief). -> Ze breidden het rijk uit tot een
groot Arabisch rijk. Maar rond 650 viel de expansie stil door burgeroorlogen binnen het kalifaat.
Na de dood van kalief Ali in 661 kwamen de Omajjaden aan de macht. Die familie stichtte in de
hoofdstad Damascus een erfelijke dynastie, de titel van kalief werd erfelijk.
-> Hierdoor kwamen de sjiieten in opstand.
De meeste moslims zijn soennieten. Aan het eind van de 7e eeuw rukten het Islamitische leger
opnieuw op. In 711 kwamen ze in Europa en veroverde Spanje en Portugal (Iberisch schiereiland).
Al-andalus
Hoe konden ze zo snel veroveren?
Rond 630 was het Perzische en Byzantijnse Rijk erg verzwakt waardoor de Arabieren toe konden
slaan. Ze waren militair sterk omdat ze snel konden verplaatsen op kamelen en paarden (nomaden)
De Arabische samenleving en cultuur
De Abbasiden familie vermoorde een groot deel van de Omajjaden familie -> stichten een nieuwe
kaliefendynastie en stichten de nieuwe hoofdstad Bagdad.