paragraaf 3.2 Endogeen, tektoniek, tsunami, delfstoffen
-De Indonesische eilanden waar dit hoofdstuk over gaan liggen in
een ondiepe zee op het Sundaplat. Langs de buitenrand van de
Indonesische archipel liggen breukvlakken van een aantal platen.
Er komt dus vulkanisme, aardbevingen, troggen en
gebergtevorming voor.
-Een lahar is een enorme modderstroom die bij een
vulkaanuitbarsting kan ontstaan of als as of lava gemengd wordt
met veel water. Door heftige regenval, een scheur in een
kratermeer of als alle sneeuw op een berg ineens smelt door
vulkanische hitte. Door ontbossing neemt de kans op een lahar heel
erg toe.
-Ook endogene krachten zijn verantwoordelijk voor het ontstaan
van tsunami’s zoals die op de tweede kerstdag van 2004. Daar
verschoven de Euraziatische plaat en de Indo-Australische plaat
dertig tot vijftig meter van elkaar, dat is echt insane.
-De locatie van Indonesië levert ook voordelen op --> ertsen stijgen
met de magma mee naar de aardkorst en stollen --> ze hopen zich
op in holle ruimtes en er ontstaan ertsaders – moneys $$$$.
-Ook is het land rijk door de fossiele energiebronnen. Deze
delfstoffen zijn heel lang gleden ontstaan:
--> planten en minuscule diertjes gaan dood
-->door de tijd heen zijn die dode resten bij een hoge temp en
onder een hoge druk omgezet in steenkool, aardolie en aardgas.
, Paragraaf 3.3 Exogeen: klimaten, landschapszones en
landbouw
-De 1300 Indonesische eilanden liggen aan weerszijden van de
evenaar en daarom heerst er een tropisch klimaat. De koudste
maand is 18 graden. Maar in de bergen zijn de nachten erg koud.
-Het gebied met een tropisch regenwoudklimaat (Af) is door
stijgingsregens of stuwingsregens het hele jaar door vochtig. Er
hangt de hele dag een klamme hitte. Aan de kust is het ’s middags
30 graden en ’s nachts tussen de 22 en 25 graden (vreselijk).
Bacteriën en schimmels groeien hier mega goed. Dode bomen
rotten dus super snel weg.
-In het oostelijke deel van Indonesië komt het savanneklimaat (Aw)
voor. Een te vergeleken klimaat is het moessonklimaat (Am). In de
droge tijd valt er dan nog net genoeg neerslag voor een dun
begroeid woud.
--> beiden klimaten kennen gedurende het jaar een droge en een
natte tijd. Die afwisseling komt door de halfjaarlijks van richting
veranderde moessonwinden. De regentijd is de natte moesson. In
een Aw-klimaat valt de droge tijd in de winter en de natte tijd in de
zomer.
-Het verband tussen het klimaat, de bodem en de natuurlijke
vegetatie op aarde tot verschillende fysische geografische zones.
Indonesië heeft verschillende temperaturen in verschillende
gebieden.
1. In het westelijke deel heerst een Af-klimaat.
--> er groeit een dicht tropisch regenwoud want het is er
-De Indonesische eilanden waar dit hoofdstuk over gaan liggen in
een ondiepe zee op het Sundaplat. Langs de buitenrand van de
Indonesische archipel liggen breukvlakken van een aantal platen.
Er komt dus vulkanisme, aardbevingen, troggen en
gebergtevorming voor.
-Een lahar is een enorme modderstroom die bij een
vulkaanuitbarsting kan ontstaan of als as of lava gemengd wordt
met veel water. Door heftige regenval, een scheur in een
kratermeer of als alle sneeuw op een berg ineens smelt door
vulkanische hitte. Door ontbossing neemt de kans op een lahar heel
erg toe.
-Ook endogene krachten zijn verantwoordelijk voor het ontstaan
van tsunami’s zoals die op de tweede kerstdag van 2004. Daar
verschoven de Euraziatische plaat en de Indo-Australische plaat
dertig tot vijftig meter van elkaar, dat is echt insane.
-De locatie van Indonesië levert ook voordelen op --> ertsen stijgen
met de magma mee naar de aardkorst en stollen --> ze hopen zich
op in holle ruimtes en er ontstaan ertsaders – moneys $$$$.
-Ook is het land rijk door de fossiele energiebronnen. Deze
delfstoffen zijn heel lang gleden ontstaan:
--> planten en minuscule diertjes gaan dood
-->door de tijd heen zijn die dode resten bij een hoge temp en
onder een hoge druk omgezet in steenkool, aardolie en aardgas.
, Paragraaf 3.3 Exogeen: klimaten, landschapszones en
landbouw
-De 1300 Indonesische eilanden liggen aan weerszijden van de
evenaar en daarom heerst er een tropisch klimaat. De koudste
maand is 18 graden. Maar in de bergen zijn de nachten erg koud.
-Het gebied met een tropisch regenwoudklimaat (Af) is door
stijgingsregens of stuwingsregens het hele jaar door vochtig. Er
hangt de hele dag een klamme hitte. Aan de kust is het ’s middags
30 graden en ’s nachts tussen de 22 en 25 graden (vreselijk).
Bacteriën en schimmels groeien hier mega goed. Dode bomen
rotten dus super snel weg.
-In het oostelijke deel van Indonesië komt het savanneklimaat (Aw)
voor. Een te vergeleken klimaat is het moessonklimaat (Am). In de
droge tijd valt er dan nog net genoeg neerslag voor een dun
begroeid woud.
--> beiden klimaten kennen gedurende het jaar een droge en een
natte tijd. Die afwisseling komt door de halfjaarlijks van richting
veranderde moessonwinden. De regentijd is de natte moesson. In
een Aw-klimaat valt de droge tijd in de winter en de natte tijd in de
zomer.
-Het verband tussen het klimaat, de bodem en de natuurlijke
vegetatie op aarde tot verschillende fysische geografische zones.
Indonesië heeft verschillende temperaturen in verschillende
gebieden.
1. In het westelijke deel heerst een Af-klimaat.
--> er groeit een dicht tropisch regenwoud want het is er