Paragraaf 3.7 Regionale diversiteit
-Indonesië is erg groot. Het bestaat uit 13000 eilanden, een
polonaise van eilanden noem je een archipel.
-de absolute ligging is in graden en oosterbreedte, zuiderbreedte
-de relatieve ligging is “tussen India en China”
-Het is niet altijd duidelijk waar een grens ligt tussen een land of
continent
-met culturele gebiedskenmerken kan je beslissen of iets een
cultuurgebied is of niet. Die kan je indelen in drie hoofdgroepen
1. Elementen die te maken hebben met je verstand, zoals taal en
geloof. In Indonesië worden meer dan vijfhonderd talen
gesproken. Er werd een nationale taal ingevoerd genaamd de
Bahasa Indonesia. Dit moest de communicatie verbeteren en
voor meer eenheid zorgen.
88% van de bevolking is moslim. Maar er leven ook miljoenen
christenen, boeddhisten en hindoes. Er zijn ook talloze
aanhangers van natuurgodsdiensten (animisme)
2. Elementen die bepalen hoe je met elkaar samenleeft, wetten,
familiebanden en opvoeding. Er zijn veel verschillende en
ingewikkelde samenlevingen met allerlei rangen en standen.
Maar ook rondtrekkende stammen, in other words: er zijn heel
veel verschillen in samenlevingen in Indonesië
3. Zichtbare of materiële kenmerken. Indonesië telt meer dan
driehonderd verschillende etnische groepen.
, -Water, reliëf en jungle maken de afstanden in Indonesië relatief
groot --> veroorzaken grote culturele verschillen.
-Maar het tegenovergestelde kan ook --> door grote culturele
diversiteiten bleven de relatieve afstanden tussen de diverse
volkeren groot. Als je nu de bestaansmiddelen, culturen of de
landschapszones binnen Indonesië met elkaar vergelijkt dan zie je
nog steeds een grote regionale differentiatie --> door gebrek aan
samenwerking is er geen hechte economie of politieke eenheid
-In grote delen van Indonesië zijn lokale bevolkingsgroepen in
economisch opzicht erg op zichzelf aangewezen. Java en delen
van Sumatra staan in de belangstelling van het internationale
bedrijfsleven --> dus geïsoleerde gebieden moeten zich anders
ontwikkelen. De regionale verschillen blijken uit de positie in het
demografisch transitiemodel, de urbanisatiegraad, het
urbanisatietempo, de opbouw van het stedelijk netwerk, de
(internationale) arbeidsmigratie, het brp per hoofd, de
bestaanswijzen en de verdeling van de beroepsbevolking. Kortom:
wel of niet meedoen heeft heel veel invloed op de samenleving.
Paragraaf 3.8 Ontbossing: economie en ecologie botsen
-Op lokaal niveau zijn twee partijen betrokken bij ontbossing:
1. Inheemse volkeren in de buitengebieden die aan
zwerflandbouw doen.
--> extensieve vorm van landbouw in harmonie met het
ecosysteem.
-Indonesië is erg groot. Het bestaat uit 13000 eilanden, een
polonaise van eilanden noem je een archipel.
-de absolute ligging is in graden en oosterbreedte, zuiderbreedte
-de relatieve ligging is “tussen India en China”
-Het is niet altijd duidelijk waar een grens ligt tussen een land of
continent
-met culturele gebiedskenmerken kan je beslissen of iets een
cultuurgebied is of niet. Die kan je indelen in drie hoofdgroepen
1. Elementen die te maken hebben met je verstand, zoals taal en
geloof. In Indonesië worden meer dan vijfhonderd talen
gesproken. Er werd een nationale taal ingevoerd genaamd de
Bahasa Indonesia. Dit moest de communicatie verbeteren en
voor meer eenheid zorgen.
88% van de bevolking is moslim. Maar er leven ook miljoenen
christenen, boeddhisten en hindoes. Er zijn ook talloze
aanhangers van natuurgodsdiensten (animisme)
2. Elementen die bepalen hoe je met elkaar samenleeft, wetten,
familiebanden en opvoeding. Er zijn veel verschillende en
ingewikkelde samenlevingen met allerlei rangen en standen.
Maar ook rondtrekkende stammen, in other words: er zijn heel
veel verschillen in samenlevingen in Indonesië
3. Zichtbare of materiële kenmerken. Indonesië telt meer dan
driehonderd verschillende etnische groepen.
, -Water, reliëf en jungle maken de afstanden in Indonesië relatief
groot --> veroorzaken grote culturele verschillen.
-Maar het tegenovergestelde kan ook --> door grote culturele
diversiteiten bleven de relatieve afstanden tussen de diverse
volkeren groot. Als je nu de bestaansmiddelen, culturen of de
landschapszones binnen Indonesië met elkaar vergelijkt dan zie je
nog steeds een grote regionale differentiatie --> door gebrek aan
samenwerking is er geen hechte economie of politieke eenheid
-In grote delen van Indonesië zijn lokale bevolkingsgroepen in
economisch opzicht erg op zichzelf aangewezen. Java en delen
van Sumatra staan in de belangstelling van het internationale
bedrijfsleven --> dus geïsoleerde gebieden moeten zich anders
ontwikkelen. De regionale verschillen blijken uit de positie in het
demografisch transitiemodel, de urbanisatiegraad, het
urbanisatietempo, de opbouw van het stedelijk netwerk, de
(internationale) arbeidsmigratie, het brp per hoofd, de
bestaanswijzen en de verdeling van de beroepsbevolking. Kortom:
wel of niet meedoen heeft heel veel invloed op de samenleving.
Paragraaf 3.8 Ontbossing: economie en ecologie botsen
-Op lokaal niveau zijn twee partijen betrokken bij ontbossing:
1. Inheemse volkeren in de buitengebieden die aan
zwerflandbouw doen.
--> extensieve vorm van landbouw in harmonie met het
ecosysteem.