Leerdoelen Pathologie Blok 3.4
De begrippen ziektegerelateerde ondervoeding, klinische depletie, voedingstoestand,
anorexie, (pre)cachexie, katabolie, sarcopenie en fragiliteit in eigen woorden uitleggen
Klinische depletie = ziektegerelateerde ondervoeding
Ondervoeding door ziekte
- Ondervoeding definitie: een tekort aan voedingstoffen, leidend tot een verminderde biologische
functie
- Bij ondervoeding door ziekte komt het vaak niet alleen door verminderde voedselinname, maar heeft
katabolie ook een invloed op de voedingstoestand, waarbij mensen vaak bedlegerig zijn en weinig tot
geen lichamelijke activiteit hebben. Deze effecten van ziekte kunnen bijdragen aan een afname van
het lichaamsgewicht, waarbij met name de vetvrije massa depleet (ondervoed) raakt. Ook wanneer er
voldoende gegeten wordt.
Voedingstoestand
De voedingstoestand wordt gedefinieerd als de conditie van het lichaam als gevolg van enerzijds de inneming,
absorptie en benutting van voeding en anderzijds de invloed van ziektefactoren.
- Een goede voedingstoestand is een lichamelijke toestand waarbij sprake is van een goede biologische
functie.
- Een slechte voedingstoestand houdt dus automatisch een verminderde biologische functie in, waarbij
de immuun functie afneemt en de morbiditeit en de mortaliteit stijgen.
De voedingstoestand wordt bepaald door voedselinneming en energieverbruik, maar ook door leeftijd, ziekten
en medicijnen.
Anorexie
- Gebrek aan intake, Anorexie of bijvoorbeeld hongerstaking
- Anorexie = verminderde zin om te eten
- Primair (in principe gezonde mensen die door subjectieve redenen niet willen of kunnen eten)
o Anorexia nervosa of Hongerstakers
- Secundair (oude of zieke mensen die door objectieve redenen niet kunnen eten)
o Ziekte-gerelateerd
Door ziekte reageert de hypothalamus anders op orexigene (trek) en anorexigene
(verzadiging) prikkels
T.g.v. behandeling: misselijkheid
o Ouderdom-gerelateerd
Verminderde smaak- en reukzin
Cognitieve achteruitgang
Eenzaamheid/somberheid
Fasen van vasten
- Vasten < 24 uur
o Insuline omlaag
o Glucagon omhoog
Glycogenolyse
Gluconeogenese
Vrije vetzuren als energiebron
- Vasten > 24 uur
o Glycogeenvoorraad uitgeput
o Primaire bron van energie:
vrije vetzuren
o Secundaire bron: gluconeogenese
De begrippen ziektegerelateerde ondervoeding, klinische depletie, voedingstoestand,
anorexie, (pre)cachexie, katabolie, sarcopenie en fragiliteit in eigen woorden uitleggen
Klinische depletie = ziektegerelateerde ondervoeding
Ondervoeding door ziekte
- Ondervoeding definitie: een tekort aan voedingstoffen, leidend tot een verminderde biologische
functie
- Bij ondervoeding door ziekte komt het vaak niet alleen door verminderde voedselinname, maar heeft
katabolie ook een invloed op de voedingstoestand, waarbij mensen vaak bedlegerig zijn en weinig tot
geen lichamelijke activiteit hebben. Deze effecten van ziekte kunnen bijdragen aan een afname van
het lichaamsgewicht, waarbij met name de vetvrije massa depleet (ondervoed) raakt. Ook wanneer er
voldoende gegeten wordt.
Voedingstoestand
De voedingstoestand wordt gedefinieerd als de conditie van het lichaam als gevolg van enerzijds de inneming,
absorptie en benutting van voeding en anderzijds de invloed van ziektefactoren.
- Een goede voedingstoestand is een lichamelijke toestand waarbij sprake is van een goede biologische
functie.
- Een slechte voedingstoestand houdt dus automatisch een verminderde biologische functie in, waarbij
de immuun functie afneemt en de morbiditeit en de mortaliteit stijgen.
De voedingstoestand wordt bepaald door voedselinneming en energieverbruik, maar ook door leeftijd, ziekten
en medicijnen.
Anorexie
- Gebrek aan intake, Anorexie of bijvoorbeeld hongerstaking
- Anorexie = verminderde zin om te eten
- Primair (in principe gezonde mensen die door subjectieve redenen niet willen of kunnen eten)
o Anorexia nervosa of Hongerstakers
- Secundair (oude of zieke mensen die door objectieve redenen niet kunnen eten)
o Ziekte-gerelateerd
Door ziekte reageert de hypothalamus anders op orexigene (trek) en anorexigene
(verzadiging) prikkels
T.g.v. behandeling: misselijkheid
o Ouderdom-gerelateerd
Verminderde smaak- en reukzin
Cognitieve achteruitgang
Eenzaamheid/somberheid
Fasen van vasten
- Vasten < 24 uur
o Insuline omlaag
o Glucagon omhoog
Glycogenolyse
Gluconeogenese
Vrije vetzuren als energiebron
- Vasten > 24 uur
o Glycogeenvoorraad uitgeput
o Primaire bron van energie:
vrije vetzuren
o Secundaire bron: gluconeogenese