[BEDRIJFSNAAM] [Bedrijfsadres]
,Inhoudsopgave
Hoorcollege Filosofie 1. 02/09/22................................................................................................................ 2
Verschillende soorten vragen bij pedagogisch handelen ‘wat’ ‘waarom’ en ‘waartoe’ ..................................... 2
Filosofie als activiteit ‘radicaliseren van de verwondering’ ................................................................................. 3
Nut en nadeel van filosofie voor pedagogen ‘leven met wat niet oplosbaar is’ ................................................. 3
Hoorcollege Filosofie 2 Schipperende ouders 09/09/2022 (Annemarie Soeteman) ........................................ 4
Belangrijke filosofen: SPA – Socrates, Plato en Aristoteles ................................................................................. 4
Moet je streng zijn of luisteren naar de kinderen? .............................................................................................. 4
Streng zijn of luisteren naar je kind?.................................................................................................................... 4
Achtergrond Immanuel Kant................................................................................................................................ 4
Kant: vier stadia in de opvoeding ........................................................................................................................ 4
John Locke ............................................................................................................................................................ 5
Opgroeiende kinderen volgens Locke............................................................................................................. 5
Tabula Rasa.......................................................................................................................................................... 5
Berlin .................................................................................................................................................................... 5
Positieve en negatieve vrijheid ....................................................................................................................... 5
Hoorcollege filosofie 3: Perspectieven op ‘een goed leven’ – Aristoteles en Seneca 16/09/22 ........................ 6
Wat is een goed leven? ........................................................................................................................................ 6
Wie is Aristoteles?........................................................................................................................................... 6
Wat is een goed leven volgens Aristoteles? ......................................................................................................... 6
Persoonlijk geluk(t): ........................................................................................................................................ 6
Hoorcollege filosofie 4: perspectieven op ‘autonomie’ – Foucault en Arendt 23/09/2022 (Stijn) .................... 7
“Op eigen kracht”?............................................................................................................................................... 7
Opvoeden in relatie tot de samenleving .............................................................................................................. 7
Drie soorten menselijke activiteit (Arendt) (banaliteit van het kwaad ................................................................ 7
De handelende mens............................................................................................................................................ 8
De gedisciplineerde mens (Faucault) ................................................................................................................... 8
Normaliseren als instrument van disciplinerende macht .................................................................................... 8
Hoorcollege filosofie 5: Hobbes versus Locke (perspectieven op een goede overheid) 30/09/2022 (Annemarie
Soeterman) ................................................................................................................................................ 9
Twee centrale begrippen bij de contractenfilosofen: .......................................................................................... 9
1. Natuurstaat: ........................................................................................................................................ 10
Contractfilosofen Hobbes en Locke.................................................................................................................... 11
Achtergrond van Hobbes: .................................................................................................................................. 11
Achtergrond van Locke ...................................................................................................................................... 12
, Hoorcollege Filosofie 1. 02/09/22
Verschillende soorten vragen bij pedagogisch handelen ‘wat’
‘waarom’ en ‘waartoe’
• Feitelijke vragen ‘wat’?
• Het antwoord kan je in principe waarnemen met je zintuigen
• De intentie is om een antwoord te geven dat ‘waar’ of ‘onwaar’ is
• Antwoorden zijn descriptief (een beschrijving van een feit)
Feitelijke vragen: Welke kleur is dit? Hoe groot is dit kind? Welke problemen worden
gerapporteerd?
• Technische vragen ‘hoe’?
• Vraagt naar een instructie. Hoe moet ik dit aanpakken?
• Het antwoord is een handelingsrecept, gebaseerd op ervaring, intuïtie of
wetenschappelijke onderzoek.
• Antwoord werkt/werkt niet.
Technische vragen: Hoe moeten we met agressie omgaan? Hoe vergroten we de sociale
vaardigheid van kinderen?
• Filosofische en ethische vragen ‘waarom’?
• Vraagt naar vooronderstellingen, invullingen van begrippen en/of naar achterliggende
opvattingen
• Ethische vragen vragen naar goed en kwaad, waarden en normen, over wat mag en wat
moet, ….
• Het antwoord kan je niet ‘bewijzen’ via waarneming, wetenschap of
handelingsvoorschrift. Het antwoord roept nieuwe vragen op.
• Antwoorden op ethische vragen zijn prescriptief (-voorschrijven- wie of wat zou de
mens moeten zijn?)
Filosofische vragen: wat betekent ‘vrijheid’? Wanneer is iets ‘geweld’? Is de ‘mens’ van
nature goed? Moet je kinderen streng opvoeden? Mag je kinderen laten meebeslissen?
• Het definitieve antwoord bestaat niet
• Vragen die niet wetenschappelijk beantwoord kunnen worden
• Geen empirische (wat je kan waarnemen) antwoorden
• Vragen naar de fundamenten, naar de a priori’s (dat je iets kan weten zonder dat je het
waarneemt met je zintuigen)
• Vanzelfsprekendheden doorbreken
Socrates
“Ik weet dat ik niet weet”
Omkering van verhouding meester-leerling
https://www.youtube.com/watch?v=DKwecwRae8c
• Fundamentele opvatting: overwin de verwondering
• Sceptische opvatting: elk antwoord vraagt om een nieuwe vraag