Biologie H4
4.1 nieuw leven
Elke maand ontwikkelt een eicel in een van de ovaria (eierstokken) en na de ovulatie
(eisprong) komt de eicel, omringt door laag follikelcellen, in de eileider
Bevruchting:
- 1. Zaadcel dring door tussen de follikelcellen
- 2. Enzymen breken de zona pellucida af (eiwitlaag rond de eicel)
- 3. Kern van zaadcel gaat het cytoplasma van de eicel in
- 4. Stoffen veranderen de zona pellucida in een ‘bevruchtingsmembraan’
- 5. Kern van spermacel en eicel versmelten met elkaar
Van zygote tot embryo:
- 1. Klievingsdelingen: celdelingen waarbij dochtercellen niet groeien (1-4 dagen)
- 2. Blastula: blaasje die naar baarmoeder word vervoerd door trilharen in de eileider
- 3. Innesteling: bevruchtingsmembraan barst en blastula groeit het
baarmoederslijmvlies in (na een week)
- 4. Embryo begint als Kiemschijf: platte schijf, aan beide zijkanten ontstaat een holte
- 5. Het amnion en chorion omringen het vruchtwater en groeien met de embryo
mee
Van embryo tot foetus
- 1. In de baarmoeder ontstaat de placenta uit cellen van moeder en kind
- 2. De navelstreng bevat een ader: voert voedingsstoffen en O2 vanuit de placenta
naar embryo, en 2 slagaders: vervoeren bloed met afvalstoffen vanuit het embryo
naar placenta
- 3. Na 8 weken zijn alle organen aangelegd, embryo is 3 cm en heet een foetus
Eerste 8 weken heeft foetus calcium, ijzer en vitamines nodig en is kwetsbaar voor
medicijnen alcohol en drugs
Of embryo’s uitgroeien tot man ligt aan het SRY-gen op het Y chromosoom
XY: mannelijke primaire geslachtsdelen -> testes
XX: vrouwelijke primaire geslachtsdelen -> ovaria
Primaire geslachtskenmerken:
- Meisje: schaamlippen en vagina
- Jongen: penis en balzak
Secundaire geslachtskenmerken:
- Meisje: borstgroei, bredere heupen, onderhuids vetweefsel, beharing onder
oksels en schaamstreek
- Jongen: teelballen, zaadblaasjes, prostaat en penis groeien, meer spiermassa,
stembanden groeien, beharing gezicht oksels schaamstreek
Tertiaire geslachtskenmerken:
- Sexuele voorkeur en verandering van gedrag
4.1 nieuw leven
Elke maand ontwikkelt een eicel in een van de ovaria (eierstokken) en na de ovulatie
(eisprong) komt de eicel, omringt door laag follikelcellen, in de eileider
Bevruchting:
- 1. Zaadcel dring door tussen de follikelcellen
- 2. Enzymen breken de zona pellucida af (eiwitlaag rond de eicel)
- 3. Kern van zaadcel gaat het cytoplasma van de eicel in
- 4. Stoffen veranderen de zona pellucida in een ‘bevruchtingsmembraan’
- 5. Kern van spermacel en eicel versmelten met elkaar
Van zygote tot embryo:
- 1. Klievingsdelingen: celdelingen waarbij dochtercellen niet groeien (1-4 dagen)
- 2. Blastula: blaasje die naar baarmoeder word vervoerd door trilharen in de eileider
- 3. Innesteling: bevruchtingsmembraan barst en blastula groeit het
baarmoederslijmvlies in (na een week)
- 4. Embryo begint als Kiemschijf: platte schijf, aan beide zijkanten ontstaat een holte
- 5. Het amnion en chorion omringen het vruchtwater en groeien met de embryo
mee
Van embryo tot foetus
- 1. In de baarmoeder ontstaat de placenta uit cellen van moeder en kind
- 2. De navelstreng bevat een ader: voert voedingsstoffen en O2 vanuit de placenta
naar embryo, en 2 slagaders: vervoeren bloed met afvalstoffen vanuit het embryo
naar placenta
- 3. Na 8 weken zijn alle organen aangelegd, embryo is 3 cm en heet een foetus
Eerste 8 weken heeft foetus calcium, ijzer en vitamines nodig en is kwetsbaar voor
medicijnen alcohol en drugs
Of embryo’s uitgroeien tot man ligt aan het SRY-gen op het Y chromosoom
XY: mannelijke primaire geslachtsdelen -> testes
XX: vrouwelijke primaire geslachtsdelen -> ovaria
Primaire geslachtskenmerken:
- Meisje: schaamlippen en vagina
- Jongen: penis en balzak
Secundaire geslachtskenmerken:
- Meisje: borstgroei, bredere heupen, onderhuids vetweefsel, beharing onder
oksels en schaamstreek
- Jongen: teelballen, zaadblaasjes, prostaat en penis groeien, meer spiermassa,
stembanden groeien, beharing gezicht oksels schaamstreek
Tertiaire geslachtskenmerken:
- Sexuele voorkeur en verandering van gedrag