Basisstof 1
Primaire geslachtskenmerken: geslachtskenmerken die al bij de geboorte aanwezig zijn.
Jongens: penis en de balzak
Meisjes: vulva (schaamlippen, clitoris en de opening van de vagina)
Secundaire geslachtskenmerken: geslachtskenmerken die in de puberteit ontstaan.
Jongens: meer gespierde lichaamsbouw, baardgroei, borsthaar, schaamhaar en een lagere stem
Vrouwen: rondere lichaamsvorm, borsten, schaamhaar en bredere heupen.
Intersekse: persoon met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken, of de
geslachtskenmerken verschillen van de norm.
Geestelijke veranderingen: veranderingen in je gedachten, je gevoelens, je zelfstandigheid en je
sociale leven. Je wordt langzaam volwassen. Gemiddeld worden meisjes eerder volwassen dan
jongens.
Basisstof 2
Functies van de onderdelen:
Baarmoeder: hierin kan een bevruchte eicel zich ontwikkelen tot een kind.
Eileider: vangt vrijgekomen eicel op
Eierstokken: hierin vindt de ontwikkeling van de eicellen plaats.
Vanaf de puberteit wordt ongeveer 1x per maand een follikel rijp. De follikel neemt erg veel vocht
op, waardoor hij openbarst en de eicel vrijkomt. Dit heet de ovulatie of eisprong. Het achtergebleven
follikelweefsel vormt het gele lichaam.
De ovulatie vindt ongeveer 14 dagen na het begin van de menstruatie plaats. Als de eicel niet wordt
bevrucht begint de volgende menstruatie ongeveer op de 29 e dag.
Menstruatiecyclus:
Dag 1: begin van de menstruatie, afbraak baarmoederslijmvlies.
Dag 5 (ongeveer): begin opbouw baarmoederslijmvlies.
Dag 14 (ongeveer): ovulatie/eisprong
Dag 28: laatste dag van de cyclus, einde opbouw baarmoederslijmvlies.
Na de menstruatie wordt het baarmoederslijmvlies weer opgebouwd. Het slijmvlies wordt dikker en
gaat meer bloedvaten bevatten. Zo wordt de baarmoeder klaargemaakt voor een mogelijke
zwangerschap.