Kennis
Kennis onderscheiden we in:
– Kennis van dingen of personen op basis van directe bekendheid of vertrouwdheid
– Kennis van feiten omtrent deze dingen of personen niet van directe bekendheid of
vertrouwdheid.
Kennis van feiten is overdraagbaar, bekendheid niet. Het verschil tussen de kennis van dieren en de
kennis van mensen is dat de mens het kan uiten in taal. Taal biedt de mogelijkheid om kennis vast te
leggen, te bewaren, over te dragen, te verzwijgen en te verdraaien.
In Ik weet dat P zitten vijf claims, je maakt op vijf manieren aanspraak op kennis.
1. Het is mij duidelijk wat er met p bedoelt wordt. (Betekenis, ik ken de betekenis van P)
2. P is voor mij kenbaar. (Ik ken P, P valt binnen de grenzen van wat ik kan weten)
3. P is waar. (Waarheid, P is waar)
4. Ik ben ervan overtuigd dat P … (Ik ben zeker van P)
5. Ik heb redenen voor mijn overtuiging. (Gerechtvaardigdheid, P is mijn argument)
Problemen van deze 5 claims zijn:
1. De ander weet misschien niet de context van P en/of de ander weet in het algemeen niet wat
P betekent.
2. Hierop kunnen we de vraag stellen van Wat kunnen we weten? Een scepticus zou kunnen
zeggen helemaal niets. Maar dan kunnen we zeggen dat hij dat toch weet?
3. Is het wel waar wat ik zeg? Vergis ik me niet?
4. Zekerheid biedt geen garantie voor waarheid.
5. Welke redenen hebben niet alleen overtuigingskracht maar ook bewijskracht?
Een redenering hoeft dan alsnog niet waar te zijn als het aan alle claims voldoen.
De vijf bronnen van kennis:
– Zintuiglijke waarneming
– Herinnering
– Introspectie (Innerlijke waarneming)
– Intuïtie (Onmiddellijk inzicht)
– Redenering
Rationalisme
Rationalisten wantrouwen zintuigen want die kunnen ons bedriegen. Volgens hun is de bron van
kennis de rede.
Plato
Plato was een rationalist. Plato's leermeester was Socrates. Als je vraagt waarom een begrip zo heet
vraag je naar het algemene in het particuliere. Plato noemde dat gemeenschappelijke de Idee. De
Idee is het onveranderlijke in veranderende begrippen. Bomen groeien bijvoorbeeld maar het begrip
boom blijft bij ze ook al zijn ze verandert. Net als bij auto's die roesten of dieren die groeien. De
verschillende Ideeën zijn de originele en waren er altijd al. Plato verwerkt de Ideeën in zijn
grottheorie. De grot staat voor de menselijke natuur. Opvoeding als bevrijding. Wat paideia
(Opgevoed) van apaideia (Onopgevoed) laat winnen is de ontwikkeling. De eerste fase is het
vrijkomen van de boeien en gedraaid naar het vuur en de voorwerpen kijken. Het tweede fase is de
grot uitlopen en daar inzien dat de voorwerpen die de schaduwen wierpen slechts beelden waren
van de werkelijke dingen. Doxa, onze huidige kennis, kennis van de schaduwen, is nog ver
verwijdert van de echte kennis, epistèmè.
Kennis onderscheiden we in:
– Kennis van dingen of personen op basis van directe bekendheid of vertrouwdheid
– Kennis van feiten omtrent deze dingen of personen niet van directe bekendheid of
vertrouwdheid.
Kennis van feiten is overdraagbaar, bekendheid niet. Het verschil tussen de kennis van dieren en de
kennis van mensen is dat de mens het kan uiten in taal. Taal biedt de mogelijkheid om kennis vast te
leggen, te bewaren, over te dragen, te verzwijgen en te verdraaien.
In Ik weet dat P zitten vijf claims, je maakt op vijf manieren aanspraak op kennis.
1. Het is mij duidelijk wat er met p bedoelt wordt. (Betekenis, ik ken de betekenis van P)
2. P is voor mij kenbaar. (Ik ken P, P valt binnen de grenzen van wat ik kan weten)
3. P is waar. (Waarheid, P is waar)
4. Ik ben ervan overtuigd dat P … (Ik ben zeker van P)
5. Ik heb redenen voor mijn overtuiging. (Gerechtvaardigdheid, P is mijn argument)
Problemen van deze 5 claims zijn:
1. De ander weet misschien niet de context van P en/of de ander weet in het algemeen niet wat
P betekent.
2. Hierop kunnen we de vraag stellen van Wat kunnen we weten? Een scepticus zou kunnen
zeggen helemaal niets. Maar dan kunnen we zeggen dat hij dat toch weet?
3. Is het wel waar wat ik zeg? Vergis ik me niet?
4. Zekerheid biedt geen garantie voor waarheid.
5. Welke redenen hebben niet alleen overtuigingskracht maar ook bewijskracht?
Een redenering hoeft dan alsnog niet waar te zijn als het aan alle claims voldoen.
De vijf bronnen van kennis:
– Zintuiglijke waarneming
– Herinnering
– Introspectie (Innerlijke waarneming)
– Intuïtie (Onmiddellijk inzicht)
– Redenering
Rationalisme
Rationalisten wantrouwen zintuigen want die kunnen ons bedriegen. Volgens hun is de bron van
kennis de rede.
Plato
Plato was een rationalist. Plato's leermeester was Socrates. Als je vraagt waarom een begrip zo heet
vraag je naar het algemene in het particuliere. Plato noemde dat gemeenschappelijke de Idee. De
Idee is het onveranderlijke in veranderende begrippen. Bomen groeien bijvoorbeeld maar het begrip
boom blijft bij ze ook al zijn ze verandert. Net als bij auto's die roesten of dieren die groeien. De
verschillende Ideeën zijn de originele en waren er altijd al. Plato verwerkt de Ideeën in zijn
grottheorie. De grot staat voor de menselijke natuur. Opvoeding als bevrijding. Wat paideia
(Opgevoed) van apaideia (Onopgevoed) laat winnen is de ontwikkeling. De eerste fase is het
vrijkomen van de boeien en gedraaid naar het vuur en de voorwerpen kijken. Het tweede fase is de
grot uitlopen en daar inzien dat de voorwerpen die de schaduwen wierpen slechts beelden waren
van de werkelijke dingen. Doxa, onze huidige kennis, kennis van de schaduwen, is nog ver
verwijdert van de echte kennis, epistèmè.