Gerede twijfel = Door bewijsvoering onttrekken van de twijfel
1.2 Introductie
De drie soorten scepticisme:
– Metafysisch scepticisme: De vraag over wat bestaat. We weten helemaal niet zeker wat er
buiten ons en onafhankelijk van ons bestaat, als die dan zou bestaan Het
werkelijkheidsprobleem.
– Epistemologisch scepticisme: De vraag of kennis wel mogelijk is. Voor alles wat we weten
zijn er sceptische alternatieven te bedenken. Zolang we de sceptische alternatieven niet
kunnen uitsluiten, kunnen we dus eigenlijk niks weten. Het kennisprobleem.
– Conceptueel scepticisme: De vraag of wij wel dezelfde bewustzijnsinhouden hebben als
andere mensen. Communicatie is onmogelijk, we kunnen niet van gedachte wisselen. Het
probleem van andere geesten.
1.3 Sextus Empiricus – Pyrronist
De drie soorten mensen/filosofen/denkers:
– Dogmatici: Mensen die menen iets zeker te weten
– Academicus: Mensen die verklaren dat niets zeker is en dat de waarheid ongrijpbaar is
– Sceptici: Mensen die blijft zoeken naar de waarheid
Pyrronisme
Bij elk onderwerp zijn er tegenovergestelde meningen te bedenken. Het probleem daarvan is dat
elke mening wel iets te zeggen heeft. Een filosoof kan elke mening wel onderbouwen. Maar omdat
we geen onafhankelijke middelen hebben om uit te maken welke mening “juist”of “verkeerd” is.
lijkt niets zeker. We komen dan in een staat van epoché. Epoché betekent opschorten, we komen in
een staat waarin we niet langer meer zeker zijn van onze opvattingen. Dat brengt ons innerlijke rust.
We bereiken dan uiteindelijk de isotheneia, de gelijke kracht of gelijkwaardigheid van
tegenovergestelde argumenten. Als gevolg van deze onmogelijkheid om een keuze te maken,
besluiten we gewoon geen keuze te maken en ons niet langer druk te maken over het onderwerp.
Pyrronisme op praktische niveau is het besluit geen keuze te maken.
Pyrronisme op dialectisch niveau is de onmogelijkheid om als een neutraal iemand een keuze te
maken.
Agrippa's trillema
Het is onmogelijk voor eindige wezens zoals de mens om verantwoorde overtuigingen te hebben.
– Oneindige regressie / infinitism: Ik verantwoord een overtuiging op een andere
overtuiging. Maar op wat is de tweede overtuiging verantwoord? Zo kun je oneindig
doorgaan.
– Foundationalism: De gedachte dat regressie op een bepaalde moment stopt, namelijk bij
overtuigingen die uit zichzelf verantwoord zijn. Maar wat zijn dan deze “basis
overtuigingen”?
– Circelredenatie / coherentism: De stelling dat overtuigingen elkaar wederzijds
ondersteunen , wanneer ze coherent zijn, wanneer ze samen hangen. Maar een talrijke
overtuigingen die coherent zijn kunnen toch een foutieve theorie creëren.