De industriele revolutie is de overgang van dat mensen met de hand werkte naar dat er machines
werden gebruikt. (fabrieken) Er onstonden sociale veranderingen.
Dat leid tot de industriele samenleving, daar worden de meeste goederen in fabrieken gemaakt en
woonde de meeste mensen in de steden. Er moet kapitaal en arbeid zijn.
De sociale kwestie was een maatschappelijk probleem. De grootste oorzaken waren: slechte woon
en werkomstandigheden, vrouwen- en kinderarbeid, arbeidershuisvesting en werkeloosheid.
Het modern imperialisme is de stichting van uitbreiding.
Bij emancipatiebewegingen gaan achtergestelde groepeb zich politiek en maatschappelijk
organiseren. Door bijvoorbeeld een politieke partij op te richten.
Democratisering is de vegroting van de inspraak van het volk in het bestuur van de overheid.
Politiek-maatschappelijke stromingen zijn brede bewegingen van mensen die een aantal
samenhagende ideeen delen over de juiste inrichting van de maatschappij
Liberalisme stelt vrijheid voor het individu op. Ze vertellen hun ideeen aan
verlichtingsdenkers
Socialisme vonden dat de kapitalistiche economie deze problemen niet op kon lossen
Confessionalisme is de stroming waaruit christelijke politieke partijen zijn voortgekomen
Nationalisme is de enige stroming die eerder op een gevoel dan op ideeen gebasseerd is. Het
staat voor het gevoell van saamhorigheid van een groep mensen die een staat vormt of wil
vormne.
Feminisme is de verzameling maatschappelijke en politieke stromingen of bewegingen
waaronder de vrouwenbeweing die ongelijke verhouding wilt oplossen