ME2 samenvatting
Lesweek 1: onderzoek
Onderzoek = iets wat mensen ondernemen om iets op een systematische
manier uit te zoeken waardoor hun kennis toeneemt.
Kenmerken
Gegevens worden systematisch verzameld.
Gegevens worden systematisch geïnterpreteerd.
Er is een doel.
Fundamenteel onderzoek = pure wetenschap, richt zich op
basismechanismen en grondbeginselen. Het doel is het creëren van kennis
omwille van kennis kennis uitbreiden.
Toegepast onderzoek = praktijkgericht, heeft als doel problemen uit de
praktijk oplossen of iets ontwikkelen.
Stipulatieve definitie legt vast wat de lezer moet verstaan onder een bepaald begrip dat
gebruikt wordt in DIT specifieke onderzoek. Dit voorkomt verwarring bij de lezer, helpt de
onderzoeker ook om ervoor te zorgen dat het juiste onderwerp/ begrip wordt onderzocht en
biedt houvast aan de onderzoeker gedurende het hele verloop van het onderzoek. Het
voorkomt dat de onderzoeker afdwaalt van het onderwerp.
Probleemstelling
Haalbaar: niet te ruim geformuleerd
Meetbaar: niet gegevens ophalen, maar analyse noodzakelijk
Relevant: voor opdrachtgever, opleiding, etc.
Open vraagstelling: geen ja/nee antwoord
Enkelvoudig: 1 vraag, niet meerdere samenvoegen
Hoe kan X, door middel van Y, Z bereiken?
Doelstellingen
Beschrijvend de situatie in kaart brengen, inzicht krijgen in…
Verkennend aanbevelingen doen aan…
Verklarend een verband tussen twee verschijnselen toetsen,
wetenschappelijk.
Evaluerend terugkijken op plannen / acties.
Deelvragen
Intern micro-analyse
Extern concurrentie / branche, trends / ontwikkelingen
Theoretisch begrippen verklaren d.m.v. literatuuronderzoek.
Lesweek 2: wetenschapsfilosofie
Kritisch literatuuronderzoek
Grondig begrip krijgen van eerder onderzoek.
1
, Begrippen verduidelijken.
Context van de onderzoekssituatie bepalen.
Literatuur zoeken
Primaire bronnen eerste keer dat een werk verschijnt
(nieuwsbericht).
Secundaire bronnen de volgende publicatie van primaire
literatuur (wetenschappelijk tijdschrift).
Tertiaire bronnen zoekmiddelen; bronnen die worden gebruikt om
primaire en secundaire bronnen te vinden (Google Scholar).
Literatuur beoordelen
Recent?
Relevant?
Betrouwbaar?
Opbouwen literatuurstudie
= iteratief; herhalend proces.
1. Zoek informatie.
2. Ga direct schrijven.
3. Bouw de tekst langzaam op.
4. Steeds meer kennis om verder te zoeken naar informatie.
Filosofie
De onderzoekfilosofie bevat belangrijke aannames over de manier waarop
je de wereld bekijkt met betrekking tot de ontwikkeling van kennis en de
aard van die kennis.
Ontologie = studie van wat er is; zijnsleer.
Epistemologie = studie van de aard van de kennis (positivisme, realisme,
interpretivisme).
Axiologie = studie wat goed is en hoe goed het is.
Positivisme
Filosofie van exacte wetenschap
Alles is te meten
Meten is weten
Gestructureerde methodologie
Eindproduct kan bestaan uit generalisaties in de vorm van wetten,
theorieën en modellen
Kwantitatief
Interpretivisme
De wereld is te ingewikkeld om in wetten vast te leggen
Mensen spelen allemaal rollen
Onderzoeker zoekt naar subjectieve werkelijkheid
Kwalitatief
Realisme
2
, Onderzoekfilosofie die gelooft in het bestaan van een externe
objectief waarneembare werkelijkheid die de maatschappelijke
opvattingen en het gedrag van mensen beïnvloed.
Tussen positivisme en interpretivisme in.
Lesweek 3: onderzoekbenaderingen
Deductief onderzoek = theorie toetsend; theorie wordt getoetst in de
praktijk.
Inductief onderzoek = theorie vormend; theorie niet of deels bekend,
wordt opgesteld met het onderzoek.
Experiment
= causaliteit bestuderen; veroorzaakt een verandering in één
onafhankelijke variabele een verandering in een andere onafhankelijke
variabele?
Twee groepen nodig experimentele en controle groep.
Pre-test prestaties worden gemeten voor manipulatie.
Post-test effect van manipulatie wordt gemeten.
Hawthorne effect = doordat deelnemers zich bewust zijn van hun
deelname aan een onderzoek gaan ze zich anders gedragen.
Enquête
Grote hoeveelheid van kwantitatieve gegevens van een populatie
verzamelen.
Deductief.
Representativiteit is afhankelijk van steekproef.
Voordelen
Goedkoop
Gemakkelijk grote populatie
Veel gegevens
Case study
Een onderzoeksstrategie waarin een hedendaags verschijnsel binnen de
actuele context wordt onderzocht.
Action research
Onderzoek in actie; het oplossen van problemen.
De onderzoeker is onderdeel van de organisatie.
Nadruk op bredere context.
1. Diagnose stellen.
2. Plannen.
3. Actie ondernemen.
4. Beoordelen.
3
Lesweek 1: onderzoek
Onderzoek = iets wat mensen ondernemen om iets op een systematische
manier uit te zoeken waardoor hun kennis toeneemt.
Kenmerken
Gegevens worden systematisch verzameld.
Gegevens worden systematisch geïnterpreteerd.
Er is een doel.
Fundamenteel onderzoek = pure wetenschap, richt zich op
basismechanismen en grondbeginselen. Het doel is het creëren van kennis
omwille van kennis kennis uitbreiden.
Toegepast onderzoek = praktijkgericht, heeft als doel problemen uit de
praktijk oplossen of iets ontwikkelen.
Stipulatieve definitie legt vast wat de lezer moet verstaan onder een bepaald begrip dat
gebruikt wordt in DIT specifieke onderzoek. Dit voorkomt verwarring bij de lezer, helpt de
onderzoeker ook om ervoor te zorgen dat het juiste onderwerp/ begrip wordt onderzocht en
biedt houvast aan de onderzoeker gedurende het hele verloop van het onderzoek. Het
voorkomt dat de onderzoeker afdwaalt van het onderwerp.
Probleemstelling
Haalbaar: niet te ruim geformuleerd
Meetbaar: niet gegevens ophalen, maar analyse noodzakelijk
Relevant: voor opdrachtgever, opleiding, etc.
Open vraagstelling: geen ja/nee antwoord
Enkelvoudig: 1 vraag, niet meerdere samenvoegen
Hoe kan X, door middel van Y, Z bereiken?
Doelstellingen
Beschrijvend de situatie in kaart brengen, inzicht krijgen in…
Verkennend aanbevelingen doen aan…
Verklarend een verband tussen twee verschijnselen toetsen,
wetenschappelijk.
Evaluerend terugkijken op plannen / acties.
Deelvragen
Intern micro-analyse
Extern concurrentie / branche, trends / ontwikkelingen
Theoretisch begrippen verklaren d.m.v. literatuuronderzoek.
Lesweek 2: wetenschapsfilosofie
Kritisch literatuuronderzoek
Grondig begrip krijgen van eerder onderzoek.
1
, Begrippen verduidelijken.
Context van de onderzoekssituatie bepalen.
Literatuur zoeken
Primaire bronnen eerste keer dat een werk verschijnt
(nieuwsbericht).
Secundaire bronnen de volgende publicatie van primaire
literatuur (wetenschappelijk tijdschrift).
Tertiaire bronnen zoekmiddelen; bronnen die worden gebruikt om
primaire en secundaire bronnen te vinden (Google Scholar).
Literatuur beoordelen
Recent?
Relevant?
Betrouwbaar?
Opbouwen literatuurstudie
= iteratief; herhalend proces.
1. Zoek informatie.
2. Ga direct schrijven.
3. Bouw de tekst langzaam op.
4. Steeds meer kennis om verder te zoeken naar informatie.
Filosofie
De onderzoekfilosofie bevat belangrijke aannames over de manier waarop
je de wereld bekijkt met betrekking tot de ontwikkeling van kennis en de
aard van die kennis.
Ontologie = studie van wat er is; zijnsleer.
Epistemologie = studie van de aard van de kennis (positivisme, realisme,
interpretivisme).
Axiologie = studie wat goed is en hoe goed het is.
Positivisme
Filosofie van exacte wetenschap
Alles is te meten
Meten is weten
Gestructureerde methodologie
Eindproduct kan bestaan uit generalisaties in de vorm van wetten,
theorieën en modellen
Kwantitatief
Interpretivisme
De wereld is te ingewikkeld om in wetten vast te leggen
Mensen spelen allemaal rollen
Onderzoeker zoekt naar subjectieve werkelijkheid
Kwalitatief
Realisme
2
, Onderzoekfilosofie die gelooft in het bestaan van een externe
objectief waarneembare werkelijkheid die de maatschappelijke
opvattingen en het gedrag van mensen beïnvloed.
Tussen positivisme en interpretivisme in.
Lesweek 3: onderzoekbenaderingen
Deductief onderzoek = theorie toetsend; theorie wordt getoetst in de
praktijk.
Inductief onderzoek = theorie vormend; theorie niet of deels bekend,
wordt opgesteld met het onderzoek.
Experiment
= causaliteit bestuderen; veroorzaakt een verandering in één
onafhankelijke variabele een verandering in een andere onafhankelijke
variabele?
Twee groepen nodig experimentele en controle groep.
Pre-test prestaties worden gemeten voor manipulatie.
Post-test effect van manipulatie wordt gemeten.
Hawthorne effect = doordat deelnemers zich bewust zijn van hun
deelname aan een onderzoek gaan ze zich anders gedragen.
Enquête
Grote hoeveelheid van kwantitatieve gegevens van een populatie
verzamelen.
Deductief.
Representativiteit is afhankelijk van steekproef.
Voordelen
Goedkoop
Gemakkelijk grote populatie
Veel gegevens
Case study
Een onderzoeksstrategie waarin een hedendaags verschijnsel binnen de
actuele context wordt onderzocht.
Action research
Onderzoek in actie; het oplossen van problemen.
De onderzoeker is onderdeel van de organisatie.
Nadruk op bredere context.
1. Diagnose stellen.
2. Plannen.
3. Actie ondernemen.
4. Beoordelen.
3