mensen met psychiatrische
en/of
verslavingsproblematiek
Gemaakt door:
Opdracht: 4.1 Verslag Methodisch werken met mensen met
psychiatrische en/of verslavingsproblematiek
Datum:
,Voorwoord
Mijn naam is … en ik ben … jaar oud. Ik werk bij Kwintes als GGZ-agoog op de locatie …. In
de beschermde woonvorm wonen … aan de ….. De doelgroep bestaat uit mensen vanaf 18
jaar die, ten gevolge van langdurige psychiatrische of psychosociale problematiek, (nog) niet
zelfstandig kunnen wonen. Ook hebben ze begeleiding nodig op diverse leefgebieden zoals
werken, dagbesteding, sociale relaties, zelfzorg, runnen van een huishouden en financiën. Ik
ben werkzaam in een zelfsturend team. Het team bestaat uit huishoudelijk medewerkers,
begeleidend medewerkers, persoonlijk begeleiders, een activiteitenbegeleider en
coördinerend begeleiders.
Al vanaf mijn 18e jaar werk ik in de gezondheidszorg en op mijn 29e besloot ik een opleiding
te doen tot persoonlijk begeleider in specifieke doelgroepen, in de geestelijke
gezondheidszorg. Dit diploma heb ik in juni 2019 behaald. Dankzij mijn goede ervaringen bij
Kwintes, waar ik met veel aandacht en compassie mijn werk doe, kwam ik tot de conclusie
dat ik mezelf graag verder wil ontwikkelen in de geestelijke gezondheidszorg door een
opleiding te volgen tot Social Worker. Ik vind het leuk om op een professionele en creatieve
manier mensen te begeleiden, zodanig dat er een basis kan ontstaan voor maatschappelijke
ontwikkeling. Met dank aan mijn praktijkbegeleider …. en natuurlijk ook de rest van het team,
die mij de mogelijkheid biedt om te groeien en mijzelf te ontwikkelen tot een goede Social
Worker.
2
, Inhoudsopgave
Inleiding
‘Zorg voor participatie dankzij de individuele rehabilitatie methode (IRB)’
Gezien worden hoe je bent, in je waarde worden gelaten en zelf kunnen beslissen, dat is
zeker voor mensen met psychiatrisch en/of verslavingsproblematiek van wezenlijk belang.
Het beeld dat wij hebben van deze mensen wordt vaak bepaald door de ernstige
beperkingen. Een handeling wordt zo makkelijk overgenomen en er wordt niet altijd
gevraagd wat de cliënt zelf wil. We leven in een maatschappij waarbij er een groter beroep
wordt gedaan op eigen kracht.
In dit onderzoek breng ik in kaart, hoe ik cliënt ‘Jan’ (fictieve naam) kan ondersteunen met de
IRB naast de zorg die hij ontvangt. Ik heb mijzelf in het verslag omschreven als de GGZ-
agoog. Ik ga met Jan op onderzoek hoe ik de IRB kan inzetten als participatieondersteuning
en minder de nadruk leg op de behandeling en zorg, en meer de nadruk op coaching en
herstel.
Ik stel mijzelf de volgende vragen: Waarom heeft Jan er moeite mee om te stoppen met zijn
drugsgebruik? Wat kan ik doen om Jan te helpen hier weer grip op te krijgen? Welke wensen
en doelen zijn de sterke kanten van Jan? Gaat de IRB Jan ondersteuning bieden bij de
maatschappelijke participatie? Wat lukt voor Jan wel en wat niet? En welke vorm van
begeleiding en interventies zijn hierbij nodig?
Dit verslag is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 1 geeft een beknopt overzicht van de
casuïstiek van Jan en richt zich op het werken met de IRB. In hoofdstuk 2 bespreek ik met
collega’s het proces van Jan en hoe ik de IRB heb betrokken naast de standaardbegeleiding
die ik aan Jan geef. In de bijlages staan de modellen, die ik heb gebruikt bij de
ondersteuning van het traject van Jan naast de IRB, zoals het behandelplan en het format
planevaluatie. Ik sluit af met een reflectiemodel over mijn eigen handelen, hoe ik aan de slag
ben gegaan, wat ik heb geleerd en wat ik meeneem voor de volgende keer.
3